G4214 πόσος
hoe groot, hoe veel
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 27x voor in 8 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

posos̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

πόσος, -η, -ον, adj. of number, magnitude, degree, etc., how much, how great, how many: Mt 6:23, II Co 7:11; of time, Mk 9:21; neut., absol., Lk 16:5, 7; dat., πόσῳ, adverbially, how much, Mt 12:12; id. seq. μᾶλλον, Mt 7:11 10:25, Lk 11:13 12:24, 28, Ro 11:12, 24, Phm 16, He 9:14; π. χείρονος τιμωρίας, He 10:29; pl., Mt 15:34 16:9, 10 27:13, Mk 6:38 8:5, 19, 20 15:4, Lk 15:17, Ac 21:20.†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ὅς G3739 "wie, welke, wat, dat, terwijl"; Grieks ποσάκις G4212 "hoe vaak";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel