G4314 πρός
ten voordele van, bij, tegen, aan
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 707x voor in 26 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

pros, vz een versterkte vorm van πρό G04253; TDNT - 6:720,942;


1) ten voordele van; 2) bij, tegen, aan; 3) naar, tot, op ... toe, tegen


Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

πρός, prep. c. gen., dat., acc. I. C. gen., of motion from a place, from the side of, hence metaph., in the interests of, Ac 27:34 (cf. Page, in l.). II. C. dat., of local proximity, hard by, near, at: Mk 5:11, Lk 19:37, Jo 18:16 20:11, 12, Re 1:13. III. C. acc., of motion or direction towards a place or object, to, towards 1. (a) after verbs of motion or of speaking and other words with the idea of direction: ἔρχομαι, ἀναβαίνω, πορεύομαι, λέγω, ἐπιστολή, etc., Mt 3:14, Mk 6:51, Lk 11:5, Jo 2:3, Ac 9:2, al. mult.; metaph., of mental direction, hostile or otherwise, Lk 23:12, Jo 6:52, II Co 7:4, Eph 6:12, Col 3:13, al.; of the issue or end, Lk 14:32, Jo 11:4, al.; of purpose, Mt 26:12, Ro 3:26, I Co 6:5, al.; πρὸς τό, c. inf., denoting purpose (cf. M, Pr., 218, 220; Lft., Notes, 131), Mt 5:28, Mk 13:22, Eph 6:11, I Th 2:9, al.; (b) of close proximity, at, by, with: Mt 3:10, Mk 11:4, Lk 4:11, Ac 3:2, al.; after εἶναι, Mt 13:56, Mk 6:3, Jo 1:1, al. 2. (a) towards (Plat., Xen., LXX: Ge 8:11, al.): Lk 24:29; (b) for: πρὸς καιρόν, Lk 8:13, I Co 7:5; πρὸς ὥραν, Jo 5:35, al.; πρὸς ὀλίγον, Ja 4:14. 3. (a) toward, with: Ro 5:1, II Co 1:12, Col 4:5, I Th 4:12, al.; (b) with regard to: Mt 19:8, Mk 12:12, Ro 8:31, al.; (c) pertaining to, to: Mt 27:4, Jo 21:22, Ro 15:17, He 2:17 5:1; (d) according to: Lk 12:47, II Co 5:10, Ga 2:14, Eph 3:4 4:14; (e) in comparison with: Ro 8:18. IV. In composition: towards (προσέρχομαι), to (προσάγω), against (προσκόπτω), besides (προσδαπανάω).

Synoniemen en gelijksoortige woorden


Bronnen

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἀπρόσιτος G676 "onbenaderbaar, ontoegankelijk"; Grieks ἔμπροσθεν G1715 "tegenwoordigheid van (in)"; Grieks μετά G3326 "met, na, achter"; Grieks πρό G4253 "pro, voor"; Grieks προσαγορεύω G4316 "spreken tot, aanspreken, groeten"; Grieks προσάγω G4317 "leiden, brengen"; Grieks προσαιτέω G4319 "aalmoezen vragen, bedelen"; Grieks προσαναβαίνω G4320 "omhooggaan"; Grieks προσαναλίσκω G4321 "daarboven ten koste leggen, uitgeven"; Grieks προσαναπληρόω G4322 "aanvulling geven"; Grieks προσανατίθημι G4323 "bovendien opleggen"; Grieks προσαπειλέω G4324 "bedreiging eraan toevoegen"; Grieks προσδαπανάω G4325 "besteden (nog meer)"; Grieks προσδέομαι G4326 "nodig hebben (nog verder)"; Grieks προσδέχομαι G4327 "toelaten, toegang geven tot zichzelf"; Grieks προσδοκάω G4328 "verwachten, uitzien naar, wachten op"; Grieks προσεάω G4330 "toestaan"; Grieks προσεγγίζω G4331 "naderen tot"; Grieks προσεδρεύω G4332 "zitten bij, nauwkeurig letten op"; Grieks προσεργάζομαι G4333 "werken, bijwerken"; Grieks προσέρχομαι G4334 "dichterbij komen, naderen"; Grieks προσεύχομαι G4336 "bidden tot, aanbidden"; Grieks προσέχω G4337 "naderbij brengen"; Grieks προσηλόω G4338 "vastnagelen, vastmaken aan"; Grieks πρόσκαιρος G4340 "wispelturig, grillig, ongedurig, vergankelijk, voorbijgaand"; Grieks προσκαλέομαι G4341 "naderbij roepen, laten komen, oproepen, dagvaarden"; Grieks προσκαρτερέω G4342 "continue, iemand aanhangen"; Grieks προσκεφάλαιον G4344 "hoofdkussen"; Grieks προσκληρόω G4345 "lot toedelen (door het)"; Grieks πρόσκλισις G4346 "partijdigheid"; Grieks προσκολλάω G4347 "vastlijmen, verkleefd zijn aan, gehecht zijn aan"; Grieks προσκόπτω G4350 "stoten, struikelen"; Grieks προσκυλίω G4351 "toerollen"; Grieks προσκυνέω G4352 "aanbidden, kussen (hand), hand kussen, buigen"; Grieks προσλαλέω G4354 "spreken tot"; Grieks προσλαμβάνω G4355 "daarenboven nog, terzijdenemen, apart nemen"; Grieks προσμένω G4357 "behouden, volharden, trouw blijven"; Grieks προσορμίζω G4358 "schip afmeren, afmeren"; Grieks προσοφείλω G4359 "daarenboven schuldig zijn"; Grieks προσοχθίζω G4360 "afkeer, tegenzin hebben, walgen, uitspuwen, toornig zijn"; Grieks πρόσπεινος G4361 "hongerig (heel)"; Grieks προσπήγνυμι G4362 "vastnagelen (aan het kruis)"; Grieks προσπίπτω G4363 "voorover vallen, neervallen"; Grieks προσποιέομαι G4364 "aanspraak maken op, voorwenden, veinzen"; Grieks προσπορεύομαι G4365 "naar iemand toegaan"; Grieks προσρήγνυμι G4366 "breken tegen iets, aanslaan tegen"; Grieks προστάσσω G4367 "toeschrijven, toekennen, verbinden met, gelasten, bevelen, voorschrijven"; Grieks προστίθημι G4369 "zetten op plaatsen bij, ergens aan toevoegen"; Grieks προστρέχω G4370 "rennen naar"; Grieks προσφάγιον G4371 "belegsel"; Grieks προσφέρω G4374 "brengen naar, voorgeleiden"; Grieks προσφιλής G4375 "lieflijk, aangenaam"; Grieks προσφωνέω G4377 "toeroepen, toespreken, dagvaarden"; Grieks πρόσχυσις G4378 "besprenkeling, begieting"; Grieks προσψαύω G4379 "aanraken"; Grieks πρόσωπον G4383 "gezicht, gelaat";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

BoekenBoeken