G4337 προσέχω
naderbij brengen
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 24x voor in de Bijbel.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

prosecho̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

προσ-έχω, [in LXX for קשׁב H7181 hi., שׁמר H8104 ni., etc.;] 1. to turn to, bring to (freq. ναῦν, expressed or understood, to bring to port, land; Hdt., al.). 2. τ. νοῦν, seq. dat., to turn one's mind to, attend to; in Xen. and later writers with νοῦν omitted (Bl., § 53, 1; 81, 1): Ac 8:6 16:14, He 2:1, II Pe 1:19; in sense of caring or providing for, Ac 20:28; π. ἑαυτῷ, to give heed to oneself (M, Pr., 157; cf. Ge 24:6, Ex 10:28, al.): Lk 17:3 21:34, Ac 5:35; id. seq. ἀπό (M, Pr., 102; Bl., § 34, 11; 40, 3; v.s. βλέπω), Lk 12:1; (without dat.) Mt 7:15 10:17 16:6, 11, 12, Lk 20:46 (cf. Si 6:13, al.); seq. μή, c. inf. (M, Pr., 193; Bl., § 69, 4), Mt 6:1. 3. to attach or devote oneself to: c. dat. pers., Ac 8:10, 11, I Ti 4:1; c. dat. rei, I Ti 1:4 3:8 4:13 6:3 T (-ερχ-, WH, R), Tit 1:14, He 7:13.†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἔχω G2192 "hebben, behouden, houden"; Grieks πρός G4314 "ten voordele van, bij, tegen, aan";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Sieraden algemeen