G4396 προφήτης
profeet
Taal: Grieks

Onderwerpen

Profeet,

Statistieken

Komt 148x voor in de Bijbel.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

profēti̱s̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

προφήτης, -ου, ὁ [< πρόφημι, to speak forth), [in LXX chiefly for נָבִיא H5030;] one who acts as an interpreter or forth-teller of the Divine will (v. Lft., Notes, 83 f.; Tr., Syn., § vi), a prophet 1. in cl. (Æsch., Hdt., Plat., al.), of the interpreters of oracles. 2. In NT, (a) of the OT prophets: Mt 5:12, Mk 6:15, Lk 4:27, Jo 8:52, Ro 11:3, al.; (b) of prophets in general: Mt 10:41 13:57 21:46, Mk 6:4, Lk 13:33, al.; (c) of John the Baptist: Mt 21:26, Mk 6:15, Lk 1:76; (d) of Christ: Mt 21:11, Jo 6:14, Ac 3:22, 23 7:37 (LXX); (e) of Christian prophets in the apostolic age: Ac 15:32, I Co 12:28, Eph 2:20, al.; (f) by meton., of the writings of prophets: Lk 24:27, Ac 8:28, al.; (g) of a poet: Tit 1:12 (on the use of the term in π. and Inscr., v. Deiss., BS, 235 f.; MM, xxii).

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks πρό G4253 "pro, voor"; Grieks προφητεία G4394 "profetie"; Grieks προφητεύω G4395 "profeteren, profeet zijn"; Grieks προφητικός G4397 "profetisch"; Grieks προφῆτις G4398 "profetes"; Grieks φημί G5346 "zijn gedachten bekendmaken, zich uitspreken"; Grieks ψευδοπροφήτης G5578 "";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

De Bijbelonderzoeker