G4613 Σίμων
Simon
Taal: Grieks

Onderwerpen

Petrus, Simon, Simon (de leerlooier), Simon (v. Cyrene), Simon Iskariot, Simon Kananites (discipel), Simon Magus,

Statistieken

Komt 76x voor in 5 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

Simo̱n, van שִׁמְעוֹן H08095;


1) persoonsnaam 1a) Simon Petrus, de discipel; 1b) Simon Zeloot of Kananites  (Mat. 10:4; Mark. 3:18; Luk. 6:35); 1c) Simon Iskariot, vader van Judas; 1d) Simon Magus (Hand. 8:9); 1e) Simon van Cyrene; 1f) Simon de leerlooier (Hand. 10:5-6, 32); 1g) Simon de Farizeeër (Luk. 7:40-44); 1h) Simon, broer van Jezus (Mark. 6:3); 1i) Simon de melaatse (Mat. 26:6; Mark. 14:3).


Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

Σίμων, -ωνος, ὁ a Greek name (transliterated סִימוֺן in Heb.) used as a substitute for Συμεών (q.v.), Simon 1. Simon Peter: Mt 17:25, Mk 1:29, al. 2. Simon the Zealot (v.s. ζηλωτής, Καναναῖος): Mt 10:4, Mk 3:18, Lk 6:15, Ac 1:13. 3. One of the Brethren of our Lord (v.s. ἀδελψός): Mt 13:55, Mk 6:3. 4. The father of Judas Iscariot, himself surnamed Ἰσκαριώτης (q.v.): Jo 6:71 12:4 (Rec.) 13:2, 26 5. Simon the Cyrenian: Mt 27:32, Mk 15:21, Lk 23:26. 6. Simon the Pharisee: Lk 7:40, 43, 44. 7. Simon of Bethany, surnamed ὁ λεπρός: Mt 26:6, Mk 14:3. 8. Simon Magus, a Samaritan sorcerer: Ac 8:9, 13, 18, 24. 9. Simon the tanner, of Joppa: Ac 9:43 10:6, 17, 32.
Bronnen

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks Συμεών G4826 "Simeon"; Hebreeuws שִׁמְעוֹן H8095 "Simeon";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Sieraden en accessoires - NLSieraden en accessoires - NL