G4632 σκεῦος
werktuig, gereedschap
Taal: Grieks

Onderwerpen

Korenmaat,

Statistieken

Komt 23x voor in de Bijbel.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

skeýos̱, zn. o. afleiding onzeker; TDNT - 7:358,1038;


1) werktuig; 2) gereedschap; 2a) in het meervoud; 2a1) huishoudelijke gebruiksvoorwerpen; 2a2) de tuigage van een schip, vooral gebruikt voor de zeilen en schoten; 3) metaf. "vat" of "werktuig" was een veel gebruikte Griekse metafoor voor voor "lichaam" omdat de Grieken meenden dat de zielen tijdelijk in lichamen woonden; 3a) een man van stand, een uitverkoren instrument; 3b) in ongunstige zin, medeplichtige aan een misdaad;


Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

σκεῦος, -ους, τό [in LXX chiefly for כְּלִי H3627 ;] a vessel, implement (for exx. in various senses, v. MM, xxii): Mk 11:16, Lk 8:16, Jo 19:29, Ac 10:11, 16 11:5, Ro 9:21, Re 18:12; pl., II Ti 2:20, Re 2:27; τὰ σ. τῆς λειτουργίας, He 9:21; pl., τὰ σ., utensils, goods, Mt 12:29, Mk 3:27, Lk 17:31; id. of the tackle or gear of a ship (Xen., Polyb., al.); so in sing., τὸ σ., Ac 27:17. Metaph., of persons: σ. ἐκλογῆς, Ac 9:15; ὀργῆς, Ro 9:22; ἐλέους, ib. 23; σ. εἰς τιμήν (cf. Ro 9:21), II Ti 2:21; of woman, ἀσθενέστερον σ., I Pe 3:7; so perh. τ. ἑαυτοῦ σ., I Th 4:4 (but v. infr.); of the body, II Co 4:7; so perh. I Th 4:4 (but v. supr., and v.s. κτάομαι).†
Bronnen

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἀνασκευάζω G384 "pluderen, ontmantelen, bagage inpakken"; Grieks ἀποσκευάζω G643 "goederen wegbrengen"; Grieks ἀσκέω G778 "versieren"; Grieks παρασκευάζω G3903 "gereed maken, voorbereiden"; Grieks σκευή G4631 "apparaat, tuigage"; Grieks σκηνή G4633 "tent, tabernakel";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel