G4716 σταυρός
kruis, paal (puntige)
Taal: Grieks

Onderwerpen

Kruis,

Statistieken

Komt 28x voor in de Bijbel.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

stayros̱, zn. mnl., van ἵστημι G2476; TDNT 7:572,1071


1) opstaande paal, Homer. Od.14.11, ibid. Il.24.453; 1a) pilaren dienende als fundament, Herodotus Hist. 5.16 "There is set in the midst of the lake a platform made fast on tall piles, to which one bridge gives a narrow passage from the land."; 1b) paal voor het spiesen van een lichaam Plutarch, Artaxerxes .17

2) een kruis, een instrument voor kruisiging, Diodorus Siculus, Bibliotheca Historica 2.18; Lucian, De morte Peregrini .34; Mat. 10:38; Luk 9:23; 14:27; waarvan de vorm de Griekse letter Τ (tau) representeerde, (Lucian, Judicium vocalium, .12); 


Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

* σταυρός, -οῦ, ὁ 1. an upright pale or stake (Hom., Hdt., Thuc., al.) 2. In late writers (Diod., Plut., al.) of the Roman instrument of crucifixion, the Cross: of the Cross on which Christ suffered, Mt 27:32, 40, 42, Mk 15:21, 30, 32, Lk 23:26, Jo 19:17, 19, 25, 31, Col 2:14, He 12:2; θάνατος σταυροῦ, Phl 2:8; τ. αἷμα τοῦ σ., Col 1:20. Metaph., in proverbial sayings: αἴρειν (λαμβάνειν, βαστάζειν) τὸν σ., Mt 10:38 16:24, Mk 8:34 10:21, 15:21, Lk 9:23 14:27 (for an interesting ex. of metaph. use in π., v. MM, xxiii) By meton., for Christ's death on the Cross: I Co 1:17, Ga 5:11 6:12, 14, Eph 2:16, Phl 3:18; ὁ λόγος ὁ τοῦ σ., I Co 1:18.†

Bronnen


Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἵστημι G2476 "doen staan, neerzetten, plaatsen, opstellen (doen)"; Grieks σταυρόω G4717 "kruisigen, palissaderen, staken in de grond drijven";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

De Bijbelonderzoeker