G4864 συναγωγή
bijeenbrengen, verzamelen, inzamelen (als van fruit), synagoge
Taal: Grieks

Onderwerpen

Synagoge,

Statistieken

Komt 57x voor in 7 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

sunago'ge, zn vr van (de verdubbelde vorm van) συνάγω G04863; TDNT - 7:798,1108;


1) een bijeenbrengen, verzamelen, inzamelen (als van fruit) 2) in het N.T. een bijeenkomen van mannen, een vergadering van mannen 3) een synagoge 3a) een vergadering van Joden, formeel bijeengekomen om gebeden op te zenden en naar de lezing en uitleg van de schriften te luisteren; vergaderingen van deze aard werden iedere sabbat en feestdag gehouden, later ook op de tweede en vijfde dag van iedere week; de naam werd ook gebruikt voor de vergadering van gelovige Joden, formeel bijeengekomen voor godsdienstige doeleinden 3b) de gebouwen waar deze plechtige Joodse bijeenkomsten gehouden werden. De synagogen schijnen ontstaan te zijn tijdens de Babylonische ballingschap. In de dagen van Jezus en Zijn apostelen had iedere stad, niet alleen in Palestina, die een redelijk aantal Joodse inwoners telde, tenminste ‚‚n synagoge; de grotere steden meer en zelfs vele. Deze werden ook gebruikt voor processen en het toedienen van straf.


Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

συν-αγωγή, -ῆς, ἡ [in LXX chiefly for עֵדָה H5712, also for קהל H6951, etc. ;] prop., a bringing together; 1. of things, (a) a gathering in of harvest; (b) a collection of money. 2. Of persons, (a) a collecting, assembling (Polyb.); (b) an assembly (MM, xxiv; Deiss., LAE, 101 ff.): Re 2:9 3:9; esp. of a Jewish religious assembly, a synagogue: Lk 12:11, Ac 9:2, al.; of a Christian assembly, Ja 2:2. By meton., of the building in which the assembly is held, a synagogue: Mt 10:17, Mk 1:21, al. (cf. Cremer, s.v. ἐκκλησία)

SYN.: ἐκκλησία G1577 (q.v.)

Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon

Voor meer informatie: Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon (1940)

συνᾰγωγ-ή, ἡ,
  a bringing together:
__I of persons, ἀνδρὸς καὶ γυναικός Plato Philosophus “Theaetetus” 150a ; collecting, ὄχλων, ἀνδρῶν, etc., Polybius Historicus 4.7.6, 3rd c.AD(?): Diogenes Laertius 2.129, etc.; συμποσίου Athenaeus Epigrammaticus 5.192b ; assembling, meeting, τῶν λογιστῶν “IG” 12.91.9, compare “Test.Epict.” 4.7.
__I.2 assembly, LXX.Exo.12.3, “OGI” 737.1 (Egypt, 2nd c.BC), etc.+2nd c.BC+; τῶν συνέδρων “IG” 5(1).1390.49 (Andania, 1st c.BC),compare “Test.Epict.” 4.25 ; place of assembly, especially of the Jewish synagogue, NT.Luke.8.41, NT.Act.9.2, “BCH” 56.293 (from Stobi), etc.; meeting-house, Μαρκιωνιστῶν “OGI” 608.1 (Syria, 4th c.AD) ; conventicle, Codex Justinianus 1.5.18.3.
__II of things, σ. τῶν ἐκπεπταμένων Hippocrates Medicus “κατ᾽ ἰητρεῖον” 11, compare Epicurus Philosophus “De rerum natura - Wien. Stud.” 14.4, etc. ; opposed to διαιρέσεις, Plato Philosophus “Phaedrus” 266b ; σ. πολέμου levying of war, Thucydides Historicus 2.18 ; gathering in of harvest, τοῦ σίτου “PCair.Zen.” 433.5 (3rd c.BC), Polybius Historicus 1.17.9, etc.; Χρημάτων Democritus Epigrammaticus 222, “SIG” 410.14 (Erythrae, 3rd c.BC), Polybius Historicus 27.12.2, compare Philodemus Philosophus “περὶ οἰκονομίας” p.51 Josephus Historicus; ὑδάτων LXX.Gen.1.9 (pl.), cf. LXX.Lev.11.36 +3rd c.BC+; πύου Heras cited in Galenus Medicus 13.815 (pl.); ξύλων “PMich.Zen.” 84.15 (3rd c.BC) ; harvest, ἑορτὴ συναγωγῆς LXX.Exo.34.22.
__II.2 drawing together, contracting, συναγωγὰς καὶ ἐκτάσεις στρατιᾶς forming an army in column or in line, Plato Philosophus “Respublica” 526d ; contraction of ranks either in front or depth, Arrianus Historicus “Tactica” 11.3 ; αἱ τοῦ προσώπου σ. pursing up or wrinkling of the face, Isocrates Orator 9.44; μετώπου Hippocrates Medicus “Κωακαὶ προγνώσιες” 210 ; bringing together, closing up of a wound, Galenus Medicus 10.191; σ. τῶν μηρῶν Soranus Medicus 2.41; τῶν ὀφθαλμῶν Aristoteles Philosophus “Problemata” 876b10 ; opposed to διαστολή, prev. author “Ph.” 217b15 ; σ. ἔχειν, σ. λαμβάνειν, ={συνάγεσθαι}, Theophrastus Philosophus “Historia Plantarum” 3.10.5, “PCair.Zen.” 54.6 (3rd c.BC), 1st cStrabo Geographus 8.2.3, compare 12.2.4.
__II.3 collection, τῶν νόμων καὶ τῶν πολιτειῶν Aristoteles Philosophus “Ethica Nicomachea” 1181b7 (pl.) ; of writings, Dionysius Halicarnassensis 2.27, Cicero, M. Tullius Orator et Philosophus “Epistulae ad Atticum” 9.13.3, 16.5.5, Herodotus Medicus in “Rh.Mus.” 58.114, Galenus Medicus 12.836, Oribasius Medicus 1 “Prooem.” 2.
__II.4 combination, πολιτειῶν Aristoteles Philosophus “Politica” 1316b40.
__II.5 conclusion, inference, prev. author “Rh.” 1400b26, 1410a22, Galenus Medicus 16.676, Sextus Empiricus Philosophus “Πυρρώνειοι ὑποτυπώσεις” 2.143, 170 ; cogent reasoning, Chrysippus Stoicus 2.89 ; demonstration, Philodemus Gadarensis Epigrammaticus “Rh.” 1.91 Sophocles Tragicus

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἀποσυνάγωγος G656 "geexcummuniceerd"; Grieks ἀρχισυνάγωγος G752 "overste v.e. synagoge"; Grieks συνάγω G4863 "samenbrengen, bijeenbrengen, vergaderen, verzamelen";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel