G4893 συνείδησις
bewust zijn van iets
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 32x voor in 10 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

syneidi̱sis̱, zn. vrl.; TDNT 7:898,1120; van συνείδω G4894;


1) gedachte, kennis hebben van (LXX Pred. 10:20 מַדָּע H4093); 1a) bewustzijn (Hebr. 10:2; 1 Petr. 2:19; Diodorus, Historical Library, 4.65); 1b) geweten, bewustzijn/kennis hebben van goed en slecht doen (Hand. 23:1; 24:16; 1 Tim. 3:9; Dionysius of Halicarnassus, De Thucydide, 8) 1c) een combinatie van 1a en 1b (1 Cor. 8:7; 10:27; etc.)


Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

συν-είδησις, -εως, ἡ (< συνεῖδον), [in LXX: Ec 10:20 (מַדָּע H4093), Wi 17:11, Si 42:18 א heb * ;] 1. consciousness: c. gen. obj., He 10:2, I Pe 2:19. 2. In ethical sense, innate discernment, self-judging consciousness, conscience (Stoics and late writers): Ro 2:15 9:1, I Co 10:29, II Co 1:12 4:2 5:11, I Ti 4:2, He 9:14; σ. ἀγαθή, Ac 23:1, I Ti 1:5, 19, I Pe 3:16, 21; ἀσθενής, I Co 8:7, 10; ἀσθενοῦσα, ib. 12; ἀπρόσκοπος, Ac 24:16; καθαρά, I Ti 3:9, II Ti 1:3; καλή, He 13:18; πονηρά, He 10:22; ὁ νοῦς καὶ ἡ σ., Tit 1:15; διὰ τὴν σ., Ro 13:5, I Co 10:25, 27, 28; κατὰ σ., He 9:9; ὑπὸ (τῆς) σ., Jo 8:[9] (Rec.), I Co 10:29 (cf. Cremer, 233 ff.; ICC on Ro 2:15; DB, i, 468 ff.).†
Bronnen

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks συνείδω G4894 "gezien hebben, begijpen, inzien, verstaan";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel