G5302 ὑστερέω
gebrek lijden, verstoken zijn van, te laat zijn, tekort schieten, gebrek hebben, ontbreken
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 16x voor in 9 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

huste'reo, ww van ὕστερος G05306; TDNT - 8:592,1240;


1) te laat zijn of komen 1a) later komen dan 1a1) in de renbaan achterblijven en dus het doel niet bereiken, het einde niet halen 1a2) metaf. geen deelnemer worden, achterop raken 1b) minder in macht, invloed en rang zijn 1b1) van de persoon; ondergeschikt zijn aan 1c) tekort schieten, achterstaan bij 1d) gebrek hebben, ontbreken 2) gebrek lijden, verstoken zijn van


Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ὑστερέω, -ῶ (< ὕστερος), [in LXX for חָסֵר H2637, חָדַל H2308 etc. ;] to come late, be behind (opp. to προτερέω, φθάνω; c. gen. rei, for; c. gen. pers., later than). Metaph., 1. of persons, (a) absol., to come short, fail: He 4:1; seq. ἀπό, 12:15.; (b) c. gen. pers., to come short of, be inferior to: II Co 11:5; οὐδέν (in nothing, in no respect), ib. 12:11; (c) with reference to things, to come short (of), be in want (of): c. acc rei, Mt 19:20 (Si 51:24); c. gen. rei, Lk 22:35; so mid. (Diod., FlJ), Ro 3:23; absol., to be in want, suffer want, Lk 15:14, I Co 8:8, II Co 11:8, He 11:37 (Si 11:11); opp. to περισσεύειν, Phl 4:12; seq. ἐν, I Co 1:7. 2. Of things, (a) to fail, be lacking: Jo 2:3; c. acc pers. (v. Swete, in l.; Mozley, Ps., 42), Mk 10:21; (b) to be inferior: mid., I Co 12:24 (cf. ἀφ-υστερέω).†
Bronnen

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ὑστέρημα G5303 "armoede, gebrek"; Grieks ὕστερος G5306 "later, achteraankomend, tweede (de), hierna, tenslotte";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Sieraden en accessoires - NLSieraden en accessoires - NL