G5368 φιλέω
liefhebben, beminnen, kussen
Taal: Grieks

Onderwerpen

Kussen, Liefde,

Statistieken

Komt 25x voor in de Bijbel.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

fileo̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

φιλέω, -ῶ (< φίλος), [in LXX: Ge 27:4, 9, al. (אהב H157), ib. 27, al. (נשׁק H5401), La 1:2 (רֵעַ H7453) Wi 8:2, al. ;] 1. to love (with the love of emotion and friendship, Lat, amare; v. SYN.): c. acc. pers., Mt 10:37, Jo 5:20; Jo 11:3, 36 15:19 16:27 20:2 21:15-17, I Co 16:22, Re 3:19; ἐν πίστει, Tit 3:15; c. acc. rei, Mt 23:6, Lk 20:46, Jo 12:25, Re 22:15; c. inf. (Is 56:10; cf. Bl., § 69, 4), Mt 6:5. 2. to kiss: c. acc. pers., Mt 26:48, Mk 14:44, Lk 22:47 (cf. κατα-φιλέω).†

SYN.: ἀγαπάω G25 ω (q.v.), the love of duty and respect


Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἀγαπάω G25 "aangenaam vinden"; Grieks βούλομαι G1014 "wensen, besluiten"; Grieks θέλω G2309 "verlangen, wensen, liefhebben, beminnen, behagen hebben in, welgevallig vinden"; Grieks θυμός G2372 "hartstocht, hitte, toorn, opwelling"; Grieks καταφιλέω G2705 "kussen"; Grieks νοῦς G3563 "denken (het), denkvermogen, verstand, gevoelens, voornemens, verlangens"; Grieks προσφιλής G4375 "lieflijk, aangenaam"; Grieks φίλημα G5370 "kus"; Grieks Φιλήμων G5371 "Filemon"; Grieks Φίλητος G5372 "Filetus"; Grieks φίλος G5384 "vriend, makker, collega";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Sieraden algemeen