G5443 φυλή
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 31x voor in 8 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

fylē,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

φυλή, ῆς, ἡ [in LXX chiefly for; מַטֶּה H4294, also for שֵׁבֶט H7626, מִשְׁפָּחָה H4940, etc. ;] a body of men united by kinship or habitation, a clan or tribe: of the tribes of Israel, Mt 19:28, Lk 2:36 22:30, Ac 13:21, Ro 11:1, Phl 3:5, He 7:13, 14, Ja 1:1, Re 5:5 7:4-8 21:12; of the tribes of the earth, the peoples and nations, Mt 24:30, Re 1:7 5:9 7:9 11:9 13:7 14:6.†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἀλλόφυλος G246 "vreemd, buitenlands"; Grieks συμφυλέτης G4853 "landgenoot"; Grieks φυλάσσω G5442 "bewaken"; Grieks φύλλον G5444 ""; Grieks φύω G5453 "verwekken, voortbrengen";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs