H631 אָסַר
een verplichting (op zich) nemen, verbinden, gevangen, aanbinden, binden, aanspannen, boeien, gevang
Taal: Hebreeuws

Statistieken

Komt 69x voor in 17 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie


1) אָסַר ʾāsar ww. "binden, vangen, gevangen nemen, in de gevangenis gooien"; wordt vaak gebruikt om een gevangene te binden met snoeren en ketenen (Gen. 42:34; Richt. 15:10-13; 16:5-12 ; 2 Kon. 17:4, 23:33, 25:7, 2 Kron. 33:11) (HALOT 75 s.v. אסר).

1a) Metaph.  waar Salomo was gebonden/gefascineerd door de betoverende kracht van haar haar, hij was de gevangene van de liefde en zij was zijn gijzelneemster (Hooglied 7:5).


Brown-Driver-Briggs Abridged Hebrew Lexicon

[אָסַר] vb. tie, bind, imprison Qal 1 tie, bind, for security 2 tie, harness 3 bind, with cords 4 gird (rare & late) 5 begin the battle, make the attack 6 fig. of obligation of oath or vow Niph. be bound, imprisoned Pu. be taken prisoner

Strong Concise Dictionary Of The Words In The Hebrew Bible

H631 אָסַר ʼâçar; a primitive root; to yoke or hitch; by analogy, to fasten in any sense, to join battle — bind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie.

Synoniemen en afgeleide woorden

Hebreeuws אֵסוּר H612 "banden, boeien, gevangenhuis, gevangnis, band"; Hebreeuws אָסִיר H615 "gevangenen, gevangene ,gebonden"; Hebreeuws אֱסָר H632 "verplichting, verbintenis"; Hebreeuws מָסֹרֶת H4562 "bond";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel