H825_ אַשָּׁף
bezweerder , sterrekijkers
Taal: Hebreeuws

Onderwerpen

Astrologen,

Statistieken

Komt 2x voor in 1 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

ʾaššāp, zn. mnl.; TWOT 181; אַשָּׁף "(geesten)bezweerder" van de ongebruikte stam "lispelen", een specialist in ziektes, vaak ook aangeduid als een "astroloog". Samen met het Aram. אַשָּׁף H826, Syr. אָשׁוֹפָא, afgeleid van het Akkad. (w)āshipu (E. Klein, p. 59).


1) bezweerder, astroloog (Dan. 1:20; 2:2 †); 2) Ivr. אַשָׁף chefkok (E. Klein, p. 59; J. Pimentel, p. 33);



Brown-Driver-Briggs Abridged Hebrew Lexicon

[אַשָּׁף] n.m. conjurer, necromancer only pl. Dn 1:20

Strong Concise Dictionary Of The Words In The Hebrew Bible

H825 אַשָּׁף ʼashshâph; from an unused root (probably meaning to lisp, i.e. practice enchantment); a conjurer — astrologer.

Synoniemen, homoniemen en afgeleide woorden

Grieks μάγος G3097 "magus, tovenaar, astroloog"; Aramees אַשָּׁף H826 "sterrekijker(s), bezweerder"; Hebreeuws אַשְׁפָּה H827 "pijlen, koker, pijlkoker";

Literatuur


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel