H982 בָּטַח
zeker zijn, zich veilig voelen, vertrouwen, koesteren, betrouwen op, zich verlaten op, gerust
Taal: Hebreeuws

Statistieken

Komt 120x voor in de Bijbel.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie



Brown-Driver-Briggs Abridged Hebrew Lexicon

בָּטַח vb. trust Qal I trust II be confident Hiph. cause to trust, make secure

Strong Concise Dictionary Of The Words In The Hebrew Bible

H982 בָּטַח bâṭach; a primitive root; properly, to hie for refuge (but not so precipitately as 2620); figuratively, to trust, be confident or sure — be bold (confident, secure, sure), careless (one, woman), put confidence, (make to) hope, (put, make to) trust.

Synoniemen en afgeleide woorden

Hebreeuws בֶּטַח H983 "zekerheid, in zekerheid, in veiligheid, onbezorgd, in gerustheid, gerust, veilig, in gerustigheid"; Hebreeuws בִּטָּחוֹן H986 "vertrouwen, hoop"; Hebreeuws בַּטֻּחוֹת H987 "veilig, verzekerdheden hebben"; Hebreeuws חָסָה H2620 "toevlucht nemen, hoop hebben, vertrouwen hebben"; Hebreeuws מִבְטָח H4009 "confidence, trust, sure, hope";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Cadeauwinkel