H1320 בָּשָׂר
lichaam, offervlees, lichaam hun ganse - (Eze, leeft al wat -, vlees
Taal: Hebreeuws

Statistieken

Komt 271x voor in 27 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie



Brown-Driver-Briggs Abridged Hebrew Lexicon

בָּשָׂר 266 n.m. flesh 1 of the body 2 flesh for the body itself 3 male organ of generation (euphemism) 4 flesh for kindred, blood-relations 5 man over against God as frail or erring

Strong Concise Dictionary Of The Words In The Hebrew Bible

H1320 בָּשָׂר bâsâr; from 1319; flesh (from its freshness); by extension, body, person; also (by euphemistically) the pudenda of a man — body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, nakedness, self, skin.

Synoniemen en afgeleide woorden

Hebreeuws בָּשַׂר H1319 "boodschapper, boodschap blijde -, boodschappen het goede -, boodschap goede -, boodschappen"; Aramees בְּשַׁר H1321 "stervelingen, al wat leeft, vlees";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Hadderech