H2398 חָטָא
zondaar, verzondigen, bedrijven, ontzondigen, zondigen, zonde een - begaan
Taal: Hebreeuws

Onderwerpen

Zondaar,

Statistieken

Komt 239x voor in 27 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie



Brown-Driver-Briggs Abridged Hebrew Lexicon

חָטָא 238 vb. miss (a goal or way), go wrong, sin Qal 1 miss 2 sin, miss the goal or path of right and duty 3 incur guilt, penalty by sin, forfeit Pi 1 bear loss 2 make a sin offering 3 purify from sin 4 purify from uncleanness Hiph 1 miss the mark 2 induce or cause to sin 3 bring into guilt, condemnation, punishment Hithp 1 miss oneself, lose oneself, fig. for be bewildered, beside oneself 2 purify oneself from uncleanness

Strong Concise Dictionary Of The Words In The Hebrew Bible

H2398 חָטָא châṭâʼ; a primitive root; properly, to miss; hence (figuratively and generally) to sin; by inference, to forfeit, lack, expiate, repent, (causatively) lead astray, condemn — bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass.

Synoniemen en afgeleide woorden

Hebreeuws חֵטְא H2399 "zonden, zwaarlijk, zwaar, misslagen, bezondigen"; Hebreeuws חַטָּא H2400 "zondig, zondaar, opstandigen, zondigen, boosdoenter"; Hebreeuws חַטָּאָה H2403 "zondaar, ontzondiging, zondoffer, zonde, ontzondigingswater, boete, schuldoffer"; Aramees חֲטִי H2408 "zonden";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs