H2416 חַי
dieren, gedierte, dier(en), leven (ww), leven (zn), levend
Taal: Hebreeuws

Statistieken

Komt 510x voor in 29 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie



Brown-Driver-Briggs Abridged Hebrew Lexicon

חַיִּים n.m. pl. abstr. emph. life 1 life: physical 2 life: as welfare and happiness in king's presence 3 sustenance, maintenance

Strong Concise Dictionary Of The Words In The Hebrew Bible

H2416 חַי chay; from 2421; alive; hence, raw (flesh); fresh (plant, water, year), strong; also (as noun, especially in the feminine singular and masculine plural) life (or living thing), whether literally or figuratively — age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, merry, multitude, (be) old, quick, raw, running, springing, troop.

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ζῶον G2226 "levend wezen, schepsel, dier, Cherubim"; Grieks ψυχή G5590 "adem, levensadem. ziel, psyche, Psychologie"; Hebreeuws אִישׁ־חַיִל H381 "krijgslieden, groot van daden, krijgsman, kloek man, strijdbare mannen, man"; Hebreeuws בְּאֵר לַחַי רֹאִי H883 "Lachai-roi"; Hebreeuws חִיאֵל H2419 "Hiel , Chiel"; Hebreeuws חָיָה H2421 "leven (in) het - behouden, leven (ww) , leven, levend maken, leven (ww)";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

TuinTuin