H2428 חַיִל
heir, dapper, strijdbaar, heirkracht, flink, legeroverste, vermogen, leger, kloek
Taal: Hebreeuws

Statistieken

Komt 224x voor in de Bijbel.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie


Jiddisj

1) gajes, gewoon volk, uitschot van Hebr. gojiem H01471 (Endt, p. 37), mogelijk van Hebr. gajies "legioen, soldaten" (WNT; Beem, p. 32); 1b) "niet-Jood, Christen" (J. de Vries, Nederlands Etymologisch Woordenboek) 2) Barg. "politieagenten" (M. De Coster, Groot scheldwoordenboek), "rechercheurs", "politie in burger" (WNT)


Brown-Driver-Briggs Abridged Hebrew Lexicon

חַ֫יִל 244 n.m. strength, efficiency, wealth, army 1 strength, usu. physical 2 ability, efficiency, often involving moral worth 3 wealth 4 force, army

Strong Concise Dictionary Of The Words In The Hebrew Bible

H2428 חַיִל chayil; from 2342; probably a force, whether of men, means or other resources; an army, wealth, virtue, valor, strength — able, activity, ( ) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ( ) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily).

Literatuur


Synoniemen en afgeleide woorden

Hebreeuws אֲבִיהַיִל H32 "Abihail, Abichail"; Hebreeuws אִישׁ־חַיִל H381 "krijgslieden, groot van daden, krijgsman, kloek man, strijdbare mannen, man"; Hebreeuws בֶּן־חַיִל H1134 "Ben-chail"; Hebreeuws חוּל H2342 "ineenkrimpen, barensnood hebben, voortbrengen, geboren worden, wachten, beven, blijven, baren"; Hebreeuws חֵיל H2426 "voorwal, legermacht, buitenmuur, voormuur, vesting, heir, hoop arme -, leger, de zwakken, muur"; Aramees חַיִל H2429 "heir, luide, geweld, met kracht, heer, leger, met luider stem, sterksten, sterkste"; Hebreeuws חֵילָה H2430 "voormuur, vesting"; Hebreeuws חֵילָם H2431 "Chelam, Helam"; Hebreeuws חִילֵן H2432 "Chilen, Hilen"; Hebreeuws חֵלֹן H2497 "Chelon, Helon";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Sieraden algemeen