H2490 חָלַל
ontwijden, doorboren, beginnen, fluitspelen
Taal: Hebreeuws

Statistieken

Komt 144x voor in 27 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

ḥālal, ww., TWOT 660, 661; Ernst Klein vat het als meerdere homoniemen op (E. Klein, p. 219);


1) ontwijden; 1a) nifal ontheiligd zijn (Ezech. 7:24; 22:16; 25:3); 1b) piel ontwijden (Gen. 49:4; J.P. Lettinga, Hulpboek, p. 70), profaan gebruiken (Lev. 18:21, 12), PBH hij maakte algemeen (gezegd van een heilige opbrengst), verlost (E. Klein, p. 219), Ivr. ontwijden, onheiligen (J. Pimentel, p. 159);

2) חָלָל H2491 doorboren (J.P. Lettinga, Hulpboek, p. 70);

3) beginnen (P. Broers, p. 110; E. Klein, p. 219), 3a) hifil pret. (Gen. 6:1; 10:8; 44:12; Num. 16:46-47; Deut. 2:31; 3:24; J.P. Lettinga, Hulpboek, p. 70), hifil inf. (Gen. 11:6; Deut. 16:9; 1 Sam. 3:12), to set in motion, to begin (Jastrow, lemma הֵיחֵל); 3b) hofal הוּחַ֔ל (Gen. 4:26; G.V. Wigram, p. 433), החל (4Q12 Col. 3:2), Hendel gaat uit van een hifil op basis van soortgelijk taalgebruik in Gen. 6:1 en 10:8 (R.S. Hendel, p. 49); 3c) piel begonnen (met eten) (Deut. 20:6);

4) qal fluitspelers (Ps. 87:7); piel מְחַלְּלִ֣ים בַּחֲלִלִ֔ים zij speelden de fluiten (1 Kon. 1:40), van חָלִיל H2485 "fluit" (E. Klein, p. 219), Ivr. fluiten, fluitspelen (J. Pimentel, p. 159);



Brown-Driver-Briggs Abridged Hebrew Lexicon

[חָלַל] vb. pollute, defile, profane Niph 1 reflex. pollute, defile oneself 2 Pass., be polluted, defiled Pi 1 defile, pollute 2 violate the honour of, dishonour 3 violate  a covenant 4 treat a vineyard as common Pu. my great name which is profaned among the nations Hiph 1 a I will not let my holy name be profaned any more. b he shall not violate his word 2 begin Hoph. then it was begun (= men began) to call on the name of י׳

Strong Concise Dictionary Of The Words In The Hebrew Bible

H2490 חָלַל châlal; a primitive root (compare 2470); also denominative (from 2485) properly, to bore, i.e. (by implication) to wound, to dissolve; figuratively, to profane (a person, place or thing), to break (one's word), to begin (as if by an 'opening wedge'); to play (the flute) — begin (× men began), defile, × break, defile, × eat (as common things), × first, × gather the grape thereof, × take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound.

Synoniemen en afgeleide woorden

Hebreeuws חֹל H2455 "gewoon, ongewijd, onheilig, niet heilig, gemeen"; Hebreeuws חָלָה H2470 "gewond, machteloos, krank z/w, smeken, zwak, bezwijmen, zoeken (de gunst -), ziek, bidden ernstiglij"; Hebreeuws חַלָּה H2471 "broodkoek, koeken"; Hebreeuws חָלִיל H2485 "pijpen, klaagfluiten, fluiten"; Hebreeuws חָלִילָה H2486 "zeg dat, beware mij ervoor (, (het zij) verre (van...)"; Hebreeuws חָלָל H2491 "verslagenen, vellen, doden, verslaan, dodelijk, verwonden (zn), vermoord, verslagen, gedoden"; Hebreeuws מְחִלָּה H4247 "grot, spelonk"; Hebreeuws תְּחִלָּה H8462 "first, first time, begin, beginning";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

TuinTuin