H2686_ חָצַץ
de maat aangeven, schutters, gezamelijk, in hopen
Taal: Hebreeuws

Statistieken

Komt 3x voor in 3 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie



Brown-Driver-Briggs Abridged Hebrew Lexicon

[חצץ] vb. denom. only Pi. Pt. Ju 5:11 archers

Strong Concise Dictionary Of The Words In The Hebrew Bible

H2686 חָצַץ châtsats; a primitive root (compare 2673); also as denominative from 2671 properly, to chop into, pierce or sever; hence, to curtail, to distribute (into ranks); to shoot an arrow — archer, × bands, cut off in the midst.

Synoniemen en afgeleide woorden

Hebreeuws חֵץ H2671 "schacht, boogschutters, schutters, pijl, moordpijl, wonde"; Hebreeuws חָצָה H2673 "afdelen, delen, afscheiden, verdelen, helfte ter - volbrengen, helft ter - brengen"; Hebreeuws חַצְצוֹן תָּמָר H2688 "Hazezon-thamar, Chaseson-tamar";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel