H3733 כַּר
lammeren, landouwen, kameelzadel, zadeltuig, landouwe, stormrammen, velden
Taal: Hebreeuws

Onderwerpen

Zadel,

Statistieken

Komt 16x voor in 9 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

kar, zn. mnl., van כָּרַר H3769; TWOT 1046a


1) zadel (Gen. 31:34); 1a) matras (Jastrow, DTT, 663); 2) weide (Jes. 30:23; Am. 6:4); 3) ram, lam (Deut. 32:14; Jes. 34:6); 4) stormram (Ezech. 4:2; 21:22);



Brown-Driver-Briggs Abridged Hebrew Lexicon

כַּר n.[m.] he-lamb, battering-ram

Strong Concise Dictionary Of The Words In The Hebrew Bible

H3733 כַּר kar; from 3769 in the sense of plumpness; a ram (as full-grown and fat), including a battering-ram (as butting); hence, a meadow (as for sheep); also a pad or camel's saddle (as puffed out) — captain, furniture, lamb, (large) pasture, ram. See also 1033, 3746.

Synoniemen en afgeleide woorden

Hebreeuws בֵּית כַּר H1033 "Beth-kar, Bet-kar"; Hebreeuws כָּרָה H3741 "uitgegraven putten, putten"; Hebreeuws כָּרִי H3746 "lijfwacht, hoofdmannen, Krethi, Keretieten"; Hebreeuws כָּרַר H3769 "dansen, huppelen";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Hadderech