H3847 לָבַשׁ
kleden, aandoen, aantrekken, bekleden, hullen zich -, aantijgen
Taal: Hebreeuws

Statistieken

Komt 111x voor in 25 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie



Brown-Driver-Briggs Abridged Hebrew Lexicon

לָבֵשׁ, לָבַשׁ vb. put on (a garment), wear, clothe, be clothed Qal 1 a lit. put on (one’s own) garment; = wear (more or less habitually) b very oft. fig., put on, be clothed with c lit. put on d once e clothed with f and the spirit of י׳ clothed itself with Gideon Pu. arrayed Hiph. clothe, array with

Strong Concise Dictionary Of The Words In The Hebrew Bible

H3847 לָבַשׁ lâbash; or לָבֵשׁ; a primitive root; properly, wrap around, i.e. (by implication) to put on a garment or clothe (oneself, or another), literally or figuratively — (in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear.

Synoniemen en afgeleide woorden

Hebreeuws לְבוּשׁ H3830 "hulsel, kleed, gewaad, overdekt, kleding, bekleed"; Aramees לְבַשׁ H3848 "kleden, bekleden"; Hebreeuws מַלְבּוּשׁ H4403 "raiment, vestments, apparel"; Hebreeuws תַּלְבֹּשֶׁת H8516 "clothing";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel