H5662_ עֹבַדְיָה
Obadja
Taal: Hebreeuws

Onderwerpen

Obadja, Obadja (boek),

Statistieken

Komt 20x voor in 6 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

ʿōbadyāhû, ʿōbadyâ; persoonsnaam; Een samenstelling van עָבַד H5647 en יָהּ H3050 "dienaar van God"; Vergelijk Phoen. עבדבעל, Palmyreens עבדבל, Aram. עבדההד (BDB, עֹבַדְיָ֫הוּ, עֹבַדְיָה).


I) עֹבַדְיָ֫הוּ ʿōbadyāhû Obadja; 1) hofmeester t.t.v. Achab (1 Kon. 18:3ev.); 2) vader van Jismaja (1 Kron. 27:19); 3) opzichter van de Levieten (2 Kron. 34:12);

II) עֹבַדְיָה ʿōbadyâ Obadja; 1) profeet Obadja (Obadja 1:1); 1a) Bijbelboek Obadja; 2) afstammeling van David ( Kron. 3:21); 3) hoofd van de stam Issaschar (1 Kron. 7:3); 4) een Benjaminiet (1 Kron. 8:38; 9:44); 5) een Leviet (1 Kron. 9:16); 6) hoofd van de stam Gad (1 Kron. 12:9); 7) een prins t.t.v. koning Josafat (2 Kron. 17:7); 8) een priester t.t.v. Ezra (Ezra 8:9; Neh. 10:5); 9) een poortwachter (Neh. 12:25);



Brown-Driver-Briggs Abridged Hebrew Lexicon

עֹבַדְיָ֫הוּ, עֹבַדְיָה n.pr.m. (servant of Yah I 1 chief of Ahab’s household 2 father of one of the chiefs of Zebulun 3 a Levite overseer in time of Josiah II 1 the prophet 2 a descendant of David 3 chief of tribe of Issachar 4 a Benjamite 5 a Levite 6 a Gadite chief 7 a prince in time of Jehoshaphat 8 priestly companion of Ezra 9 a doorkeeper

Strong Concise Dictionary Of The Words In The Hebrew Bible

H5662 עֹבַדְיָה ʻÔbadyâh; or עֹבַדְיָהוּ; active participle of 5647 and 3050; serving Jah; Obadjah, the name of thirteen Israelites — Obadiah.

Synoniemen, homoniemen en afgeleide woorden

Hebreeuws בֵּדְיָה H912 "Bedeja"; Hebreeuws יָהּ H3050 "HEERE"; Hebreeuws עָבַד H5647 "werken, dienen";

Literatuur


Mede mogelijk dankzij

Hadderech