H7070 קָנֶה
riet, kalmoes, meetstok, weegbalk
Taal: Hebreeuws

Onderwerpen

Kalmoes, Riet,

Statistieken

Komt 62x voor in 10 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

qāne, zn. mnl.;  TWOT 2040a; afgeleid van קָנָה H7069; Gerelateerd aan het Phoen. קנא, JAram. en Syr. קַנְיָא, Arab. qanā, qanā "speer schacht", Ethiop. qanōt "prikkel", Akkad. qanū "riet". Ook het Grieks kanna en het daaruit afgeleide Latijn canna "riet, klein vat, buis", zijn Semitische leenwoorden (E. Klein, p. 584).


1) waterplant stengel, riet (Gen. 41:5, 22; 1 Kon. 14:15; 2 Kon. 18:21; Jes. 19:6); Perzisch riet ? (Arundo donax; TWOT 2040a2) kalmoes (Acorus calamus; Ex. 30:23; Hoogl. 4:14; Jer. 6:20; Ezech. 27:19; P. Broers, p. 329; Gesenius; Michael Zohary, p. 196); 3) meetstok (Ezech. 40:3ev.; 42:16ev.); 4) weegbalk, dwarsbalk (Jes. 46:6); 5) schacht, staanders (Ex. 25:31ev.);



Brown-Driver-Briggs Abridged Hebrew Lexicon

קָנֶה 62 n.m. stalk, reed 1 stalk of grain 2 water-plant, reed 3 calamus, aromatic reed 4 a measuring-rod b unit of measure, reed (of 6 cubits) c beam of scales, for scales themselves d shaft of lamp-stand e branches thereof f shoulder-joint

Strong Concise Dictionary Of The Words In The Hebrew Bible

H7070 קָנֶה qâneh; from 7069; a reed (as erect); by resemblance a rod (especially for measuring), shaft, tube, stem, the radius (of the arm), beam (of a steelyard) — balance, bone, branch, calamus, cane, reed, × spearman, stalk.

Synoniemen en afgeleide woorden

Hebreeuws קָנָה H7069 "purchased, get, Buy, possessor, buyer, possessed"; Hebreeuws קָנָה H7071 "Kanah";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

TuinTuin