H7287_ רָדָה
heerschappij voeren, heersen over
Taal: Hebreeuws

Statistieken

Komt 27x voor in 12 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

rādâ, ww.; TWOT 2121, 2122; vergl. Jaram. רְדָא (= hij reed, regeerde, tuchtigde), Syr. רְדָא (= hij ging verder, ging verder, reed, getuchtigd, het vloeide), Arab. radā(y) (= hij betrad), Akkad. radū (= rijden, de kudde verzorgen) (E. Klein, p. 607).


1) heersen over ; 1b) heersen over dieren (Gen. 1:26, 28)



Brown-Driver-Briggs Abridged Hebrew Lexicon

רָדָה vb. scrape out

Strong Concise Dictionary Of The Words In The Hebrew Bible

H7287 רָדָה râdâh; a primitive root; to tread down, i.e. subjugate; specifically, to crumble off — (come to, make to) have dominion, prevail against, reign, (bear, make to) rule,(-r, over), take.

Synoniemen en afgeleide woorden

Hebreeuws רַדַּי H7288 "Raddai";

Literatuur


Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs