H7686 שָׁגָה
dwalen, zwerven, afdwalen, zondigen, waggelen, verleiden
Taal: Hebreeuws

Statistieken

Komt 21x voor in 9 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

shagah, ww.; TWOT 2325


1) "dwalen, ronddolen, zwerven" (Ezech. 34:6); 1a) "afdwalen, zondigen" (1 Sam. 26:21); 2) "waggelen" (Jes. 28:7); 2a) "doen dwalen, wegleiden, verleiden" (Deut. 27:18)


Voorkomend in de LXX als: αγνοεωG50 "onwetend zijn, dwalen, ongelijk hebben, onbekend, niet weten"; διασπειρωG1289 "uitrstrooien, verstrooien"; εκκλινωG1578 "afwijken, mijden"; εξιστημιG1839 "vebazen, verwarren"; απωθεομαιG683 "wegwerpen, wegstoten, afstoten"; πλαναωG4105 "verdwalen, rondzwerven";


Brown-Driver-Briggs Abridged Hebrew Lexicon

[שָׁגָה] vb. go astray, err Qal 1 err, stray, of flock 2 swerve, meander, reel or roll 3 go astray 4 specif. commit sin of ignorance, inadvertence Hiph. lead astray 1 lit. 2 mentally = mislead 3 morally

Strong Concise Dictionary Of The Words In The Hebrew Bible

H7686 שָׁגָה shâgâh; a primitive root; to stray (causatively, mislead), usually (figuratively) to mistake, especially (morally) to transgress; by extension (through the idea of intoxication) to reel, (figuratively) be enraptured — (cause to) go astray, deceive, err, be ravished, sin through ignorance, (let, make to) wander.

Synoniemen en afgeleide woorden

Hebreeuws אֲבִישַׁג H49 "Abisag, Abishag"; Hebreeuws מִשְׁגֶּה H4870 "oversight"; Hebreeuws שָׁגֶא H7681 "Shage"; Hebreeuws שְׁגִיאָה H7691 "error"; Hebreeuws שִׁגָּיוֹן H7692 "Sjigjonoth, Schiggajon, klaaglied, dithyrambus";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

TuinTuin