Dille
ἄνηθον G432 "anijs, dille",

ἄνηθον, de Dille (Anethum graveolens)

De Dille wordt alleen in het Nieuwe Testament in Mattheus 23: 23 genoemd, waar we lezen dat de Farizeeën het gebod van het tienden geven over de bodemopbrengst (Lev.27:30,32 en Deut.14:22-23), zoals koren, olie, most en vruchten, in hun ijver hadden uitgebreid tot de kleinste veldvruchten en tuinkruiden, zoals munt, dille en komijn. In het Oude Testament lezen we dat deze tienden betaald moesten worden voor het levensonderhoud van de priesters, Levieten (Num.18:20vv.) en armen (Deut.14:28-29; 26:12vv.). In deze Bijbelpassage zien we dan ook dat Jezus niet het geven van tienden op zichzelf ('het andere niet nalaten') kritiseert, maar de overdreven stiptheid in kleine dingen zoals de tienden van tuinkruiden, terwijl het belangrijkste van de wet, het liefhebben van de naaste met rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw (vgl. Mich.6:8; Zach.7:9), juist verwaarloosd werd.
Bij de Grieken was de naam voor de plant ἄνηθον (anethon), een naam die soms ook werd gebruikt voor de Anijs (Pimpinella Anisum). Vandaar dat in oudere vertalingen zoals de King James de Anijs wordt genoemd en niet de Dille, blijkbaar bestond er vroeger verwarring tussen beide schermbloemigen. De naam is afgeleid van het Griekse aèmi "ik blaas uit, adem uit", wat betrekking heeft op de sterke geur van de plant. Dit komt verder tot uiting in de Latijnse toevoeging graveolens van gravis "zwaar" en olere "rieken"
De Dille wordt in het Arabisch bisbāsa, in Syrië šibitt, šibit, kerawija, šemār genoemd. In de rabbijnse literatuur wordt de Hebreeuwse naam šébet genoemd (Maim. šebet).

Botanie

Taxonomische indeling
  • Rijk: Plantae (Planten)
    • Superdivisie: Spermatophyta
      • Divisie: Angiospermae
        • Klasse: Dicotyledoneae

Dille (Anethum graveolens) is een winterharde eenjarige plant uit de Schermbloemenfamilie, verwant aan anijs-achtige kruiden zoals venkel en kervel. De plant wordt ongeveer 120 cm groot en gedijt het beste in de volle zon. Het heeft fijne naaldachtige bladeren en platte bloemschermen met kleine gele bloempjes.

De plant is een echt keukenkruid waarbij de jonge plant wordt gebruikt in wortelgerechten, rauwkostschotels. Bekend is ook de inleg van augurken (vandaar de Duitse benaming Gurkenkraut) en de bereiding van (kruiden)azijn.

Als medicijn wordt het toegepast tegen slapeloosheid en een eetlustopwekkende effect. Dille met heet water of witte wijn kalmeert de maag.


Verspreidingsgebied
Oorspronkelijk komt de Dille uit Zuid-Europa, het Midden Oosten en het westen van Azië, in Israël komt de plant in het gehele land voor.
Door het veelvuldige gebruik als keukenkruid komt de plant tegenwoordig in heel Europa en delen van Rusland voor. Vooral Denemarken en Duitsland zijn productiegebieden van het kruid. Het is hierbij opmerkelijk dat het vooral voor Noord-Europa een van de belangrijkste exportproducten is, terwijl het zuiden van Europa geen interesse toont in Dille. In de Franse en Italiaanse kookboeken wordt het niet of nauwelijks genoemd, terwijl het in Duitsland, Scandinavië en Rusland van essentieël belang is in bepaalde gerechten.


Geschiedenis
De Romeinen gaven Dille aan de gladiatoren, omdat zij geloofden dat dit hen geluk zou brengen. Met Dillezaad brandden ridders open wonden dicht om de genezing te bevorderen. In Duitsland draagt een bruid een takje Dille in het haar of stopten ze wat Dille in hun schoen en spraken het volgende rijmpje uit: "ik heb mosterd en dil en mijn man ik wil". Het kruid hield echtelieden in toom, maar zou ook heksen tegenhouden. Vermoedelijk met dezelfde achterliggende gedachten werden kalveren ingesmeerd met dille en zout.

Koop nu


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!