Doop
βαπτίζω G907 "dompelen, onderdompelen, wassen, baden, overweldigen, dopen", βάπτισμα G908 "onderdompeling, doop (christelijke), dopen", βάπτω G911 "dippen, dopen in, onderdompelen", טָבַל H2881 "onderdompelen, indopen, induiken, dompelen, dopen", טוּחַ H2902 "zalven, dopen, pleisteren",

Zie ook: Doop (Heilige Geest), Doop (v. Johannes), Wederdopen,

Inhoud

Wat is dopen

 טּוּח "zalven, dopen, pleisteren", voorkomend in de LXX als: εξαλειφωG1813 "wassen, uitwrijven, afwrijven"; טבל "onderdompelen, indopen, induiken, dompelen, dopen", voorkomend in de LXX als: βαπτιζωG907 "dompelen, onderdompelen, wassen, baden, overweldigen, dopen"; μολυνωG3435 "bezoedelen, bevlekken, verontreinigen"; βαπτωG911 "dippen, dopen in, onderdompelen";

βαπτιζω, reinigen door onderdompeling, wassen, schoonmaken met water, zich wassen, baden. Niet te verwarren met βαπτω (dippen, besprengen, dopen in),  Het duidelijkste voorbeeld dat de betekenis van baptizo aangeeft is een tekst van de Griekse dichter en geneesheer Nicander, die omstreeks 200 v.Chr. leefde. Het is een recept voor het maken van ingemaakt zuur en biedt hulp omdat het beide woorden gebruikt. Nicander zegt dat, om een zuur te maken, de groente eerst in kokend water 'gedompeld' (bapto) moet worden en dan 'gedoopt' (baptizo) in de azijnoplossing. Beide werkwoorden betreffen het onderdompelen van groentes in een oplossing. Maar de eerste is tijdelijk. De tweede, de daad van het dopen van de groente, brengt een blijvende verandering teweeg. Wanneer het in het Nieuwe Testament gebruikt wordt, wijst het vaker op onze vereniging en vereenzelviging met Christus dan op onze waterdoop, b.v. Markus 16:16. 'Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden'. Christus zegt dat alleen maar verstandelijke instemming niet genoeg is. Er moet vereniging met Hem zijn, een werkelijke verandering, zoals van de groente met het zuur! (James Montgomery Boice, Bible Study Magazine, May 1989)


Dopen in de geschiedenis

Op verschillende plaatsen in het Nieuwe Testament komen we verwijzingen tegen over de doop en een van de meest bekende verwijzingen vinden we in Mattheüs 28:19.


Doop Oude Testament

Voorbeelden van doop in het Oude Testament vinden we in 2 Koningen 5 de geschiedenis van de zieke Naäman, die zich zevenmaal moest onderdompelen in de Jordaan en de hogepriester, die voor het betreden van het Heilige der Heiligen, zich eerst moest onderdompelen en daarna schone witte kleren moest aantrekken.


Doop Joden (Tijd tussen OT en NT)

Binnen het Jodendom zien we de doop reeds bij sommige groeperingen, waar het dan een reinigingsritueel was voor zonden. Zo moest een heiden (of anders-gelovige) bij het toetreden tot het Jodendom een rite als de doop ondergaan. Als de meester van een huis tot het Jodendom overging, dan was het de gewoonte dat ook alle andere leden van het huis overgingen, hierbij behoorden ook de kinderen, echter als men oud genoeg was kon (het volwassen) individu hiertegen protesteren en bij zijn/haar oude geloof blijven zonder dat de Joodse rechtbank hier iets tegen mocht ondernemen (Babylonische Talmud, Tractate Kethuboth, Folio 11a)


Doop Nieuwe Testament

Ook bij Johannes de Doper vinden zie we dat de doop een reinigingsritueel was. Vanwege zijn oproep tot bekering zien sommigen deze doop als een Joodse proselyten doop (Willem Ouweneel, Hoe lief heb ik uw wet, p. 199), maar dit is niet vol te houden daar het om Joodse toehoorders ging.

Zie Doop van Johannes


Doop eerste christenen

Bij de eerste christenen zien we de doop terug als een sacrament tot toetreding van het Christendom. Uit de vroege kerkgeschiedenis blijkt dat deze vorm van doop gedurende de eerste drie eeuwen van de kerk gehandhaafd werd. Een goede beschrijving van de doopgewoonte en onder welke voorwaarden zien we in Didache VII (1ste-2de n.C.):

"1. Περὶ δὲ τοῦ βαπτίσματος, οὕτω βαπτίσατε· ταῦτα πάντα προειπόντες, βαπτίσατε εἰς τὸ ὄνομα τοῦ πατρὸς καὶ τοῦ υἱοῦ καὶ τοῦ ἁγίου πνεύματος ἐν ὕδατι ζῶντι. 2. ἐὰν δὲ μὴ ἔχῃς ὕδωρ ζῶν, εἰς ἄλλο ὕδωρ βάπτισον· εἰ δ’ οὐ δύνασαι ἐν ψυχρῷ, ἐν θερμῷ. 3. ἐὰν δὲ ἀμφότερα μὴ ἔχῃς, ἔκχεον εἰς τὴν κεφαλὴν τρὶς ὕδωρ εἰς ὄνομα πατρὸς καὶ υἱοῦ καὶ ἁγίου πνεύματος. 4. πρὸ δὲ τοῦ βαπτίσματος προνηστευσάτω ὁ βαπτίζων καὶ ὁ βαπτιζόμενος καὶ εἴ τινες ἄλλοι δύναται· κελεύεις δὲ νηστεῦσαι τὸν βαπτιζόμενον πρὸ μιᾶς ἢ δύο.",

"1. Perì dè toû baptísmatos, hoútō baptísate: taûta pánta proeipóntes, baptísate eis tò ónoma toû patròs kaì toû hyioû kaì toû hagíou pneúmatos en hýdati zō̂nti. 2. eàn dè mḕ échēis hýdōr zō̂n, eis állo hýdōr báptison: ei d’ ou dýnasai en psychrō̂i, en thermō̂i. 3. eàn dè amphótera mḕ échēis, ékcheon eis tḕn kephalḕn trìs hýdōr eis ónoma patròs kaì hyioû kaì hagíou pneúmatos. 4. prò dè toû baptísmatos pronēsteusátō ho baptízōn kaì ho baptizómenos kaì eí tines álloi dýnatai: keleúeis dè nēsteûsai tòn baptizómenon prò miâs ḕ dýo.",

"U moet als volgt dopen: Nadat u al het bovenstaande hebt gezegd, doop in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest [Mat. 28:29] met stromend water. Indien u geen stromend water hebt, doop dan met ander water. Indien het niet mogelijk is met koud water, dan met warm. Indien u geen van beide ter beschikking hebt, giet dan driemaal water over het hoofd in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Laat hij die doopt en hij die gedoopt wordt en als het kan ook enkele anderen, vasten voorafgaand aan de doop. En beveel de dopeling voor één of twee dagen te vasten."


Doop Kerkgeschiedenis

In de derde eeuw n.C., na de bekering van de Romeinse keizer Constantijn de Grote, ging de (Rooms katholieke) kerk in eerste instantie over tot besprenkelen van volwassenen en kinderen. De Oosters-orthodoxe en de meeste protestantse Kerken uit de tijd van de Reformatie behielden de kinderdoop, waarbij een kind zo vroeg mogelijk gedoopt wordt (al dan niet door onderdompeling).

De gelovigen geloven dat door deze kinderdoop de heilzame of heilsnoodzakelijke werking van het doopsel hun kind niet wordt onthouden. Daarnaast speelt in de achtergrond ook de gedachte mee dat de doop in plaats van de besnijdenis gekomen is. Zeer waarschijnlijk is deze vorm van doop overgenomen van andere religies toen het Christendom zich daar vestigde.

In de afgelopen honderd jaar is er met name in de evangelische richting een opleving voor de volwassen doop, waarbij zij zich baseren op de manier van dopen van Johannes en de eerste Apostelen.


Kinderdoop

Onder de christenen is een tweespalt als er wordt gesproken over de doop. Zo wordt in veel orthodoxe kerken de kinderdoop gepropagandeerd, terwijl de meer charismatische genootschappen de volwassendoop voorstaan. De discussies die er dan vaak zijn beperken zich vaak op het voor of tegen.

Zo zeggen de volwassendopers dat dit in de Bijbel staat en verwijzen naar de voor hun geschikte teksten, de kinderdopers verwijzen meestal naar dezelfde teksten EN komen met het argument aan dat de kinderdoop is gekomen in plaats van de besnijdenis. Zelden tot nooit wordt gekeken naar de oorsprong van de doop en de betekenis van deze. Zo zien we dat het dopen van kinderen bij de volgende kerkvaders wordt genoemd: Cyprianus "dat het niet moet worden tegengehouden" (Cyprian, To Fidus, Epistle 58). Ook Origenes is niet negatief over de kinderdoop omdat dit de gewoonte is sinds de apostelen (Homily on Luke, XIV; Homily on Romans, V:9; Homily on Leviticus, 8:3) net als Hippolytus die het zelfs een must vindt (Apostolic Tradition, 21). Ook in Corpus Inscriptionum Graecarum, 9727, 9801, 9817 die al eerder dan de 3de eeuw verschenen, wordt gesproken over de kinderdoop. Terwijl Irenaeus spreekt over gedoopte kinderen (Against Hereses, 2.22.4) De enige die een tegenstander lijkt te zijn is Tertullianus, maar die is een voorstander dat niemand zomaar direct wordt gedoopt en in die context de kinderdoop noemt (Tertullian, On Baptism, 18).

Heidense invloeden

Pas in de 12de eeuw na Christus wordt door de kerk deze methode van kinderdopen als standaard voorgeschreven. Daarvoor lijkt het erop dat zowel volwassenen als kinderen worden gedoopt, waarbij dit laatste wordt afgeleid omdat er meerdere gevallen bekend zijn waar gesproken wordt over "en zij lieten zich met hun gehele huis dopen", waarbij dan naast de bedienden en ander personeel ook de kinderen mee bedoeld worden.

De vraag die we ons dan ook moeten stellen waar komt deze specifieke kinderdoop dan vandaan, zoals we die nu kennen. Nu blijkt dat deze vorm van doop in verschillende andere religies voorkomt, niet alleen bij de Egyptenaren en Babyloniërs wordt gesproken over een soort doopritueel bij kinderen, maar ook bij onze voorvaders de Germanen zien we dit terug. Zo komen we in de Edda de volgende passage tegen:

Zij baarde een zoon, bruin van huid; zij doopten den knaap, noemden hem Knecht

Dit dopen was een vorm van besprenkelen, waarbij het kind ook een naam kreeg wat belangrijk was, want naamgeving betekende dat het nieuwe kind werd opgenomen in de familie. Zolang het kind geen naam had, maakte het geen deel uit van de familie of de stam en had het geen bestaansrecht. Was de familie zo arm dat ze het kind niet konden voeden, dan kon het zonder problemen te vondeling worden gelegd of gedood. Dit klinkt misschien wreed maar het werd in die tijd niet als moord beschouwd, want zolang de baby geen naam had, had het geen ziel en bestond het nog niet. Na het ontvangen van de naam, kreeg het kind de ziel (vaak van een eerder gestorvene, vandaar dat in bovengenoemde passage sprake is van noemden hem Knecht) , en was dit uit den boze. We lezen dit in een ander passage uit de Edda:

Dat ken ik ten dertiende, als ik dopen zal met water een kleinen knaap, hij zal niet sneven al komt hij in strijd, hij zinkt niet terneer door een zwaard.

Zoals gesteld vernoemdemen de kinderen naar hun voorouders, omdat men dacht ze hierin te herkennen, wij zouden tegenwoordig zeggen dat dit een vorm van reïncarnatie is, een ouder iemand sterft en wordt weer wedergeboren in het nieuwe lid van de familie. Dit proces van de ziel van de voorouder die overgaat in het nieuwe lid van de familie wordt in het Oud-Noors 'aptrborinn' ('wedergeboren') genoemd. Deze gewoonte, van vernoemen, komt ook tegenwoordig nog voor, verder zien we in veel voor- en/of achternamen het achtervoegsel "afstammeling van" -ing, -stra, - ga, -sma of "zoon van" -sz, -son, -zoon terug.

Toen het christendom zich begon te verspreiden, kwamen de zendelingen in contact met de verschillende heidense praktijken, die niet gemakkelijk overboord werden gezet. Ook deze kinderdoop, die redelijk veel leek op de christelijke doop (wedergeboren), was een van deze praktijken die met een christelijk sausje werden overgenomen.


Argumenten voor de kinderdoop

  1. Er is in de Bijbel sprake van een christelijke doop die staat in het teken van eenheid (Ef. 4: 1 t/m 6).
  2. De doop wordt in de Bijbel bediend aan joden en heidenen die tot persoonlijk geloof in Jezus zijn gekomen en aan hun "huis". Het begrip "huis" omvat het hele gezin plus eventuele slaven en hun kinderen (Gen. 45: 17-19, 2 Sam. 9: 2). Het "huis" volgt het gezinshoofd bij belangrijke beslissingen, bijv. Hand 16: 33 "hij liet zichzelf en al de zijnen terstond dopen" (Vgl. Hand. 16: 31: "Geloof [enkelvoud] in de Heer Jezus en u [enkelvoud] zult gered worden, u en uw huisgenoten."). Het woord "huis" duidt aan dat iedereen meetelt, dus ook de kleine kinderen. Een uitzondering op deze regel wordt daarom apart vermeld (1 Sam. 1: 21-22). De doop verbindt het "huis" met de Drie-enige God. (Zie Mat. 28:19 "in de naam" of beter: "naar de naam toe", "de naam binnen". Grieks: eis = naar; naar toe; naar binnen.) Vergelijk 1 Cor. 10: 2 waar staat dat alle Israëlieten in [= eis] Mozes werden gedoopt: door hun "doop" werden ze allemaal met Mozes als hun aanvoerder (=hoofd) verbonden. (Let echter op de waarschuwing in vs. 3-5!)
    • Voor het begrip "huis" in het OT: Noach (Gen. 7: 13 en Hebr. 11: 7); Abraham (Gen. 17: 12-13); Aäron (Lev. 16: 6); Obed-Edom (2 Sam. 6:11); David (1 Kron. 17: 27); Zedekia (Jer. 38:17).
    • Voor doop in huisverband in het NT (Hand. 16: 15; Hand. 16: 33; 1 Cor. 1: 16).
    • Kinderen maken deel uit van het "huis" van gelovige ouders. Zij behoren daarom gedoopt te zijn (zie punt 2Ze zijn lid van het Lichaam van Christus en dus ook van de plaatselijke gemeente. De plaatselijke gemeente is immers een deel van het totale Lichaam van Christus!
    • Volgens de kerkvader Origenes (± 200 na Chr.) is de kinderdoop een traditie afkomstig van de apostelen.
  3. Sterke nadruk op de doop in de betekenis van afwassing van zonden (Hand. 2:38; 22: 16; 1 Cor. 6:11):
    • In Adam hebben alle mensen gezondigd (Rom. 5:18) en daardoor wordt iedereen als zondaar geboren (Ps. 51:7). Ook baby's hebben dus de afwassing van zonden (met name: de erfzonde) nodig.
    • Dit neemt niet weg dat kinderen van (een) gelovige ouder(s) heilig zijn (1 Cor. 7:14; Rom. 11: 16). Echter, ook de ouders zijn zondig en worden alleen - en steeds weer! - gereinigd door Jezus' bloed (1 Joh. 1:7).
    • De doop duidt op de afwassing van de zonden door het bloed van Christus (Hebr. 10: 19-22) waardoor ook de kinderen in Christus rein zijn voor God.
  4. Door de nadruk op de doop als afwassing van de zonden (met daarbij de belofte dat de Heilige Geest gegeven zal worden, Hand. 2:38!) bestaat er geen moeite met besprenkeling als alternatief voor onderdompeling. Immers:
    • Reiniging vindt volgens het OT ook via besprenging met water plaats (Ez. 36:25ev; Jes. 52:15).
    • Het Griekse woord voor dopen kan ook gewoon "wassen" betekenen (Luk. 11: 38).
    • In 1 Cor. 10: 2 wordt zelfs zonder water gedoopt: de Israëlieten trokken immers droog door de Schelfzee!
    • Reeds in de oud-christelijke kerk werd niet moeilijk gedaan over de vorm. Zo lezen we in "het onderwijs van de 12 apostelen" (± 90 na Chr.) dat in plaats van de doop in stromend water ook een driemalige overgieting over het hoofd in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest was toegestaan.
  5. Voor "volwassenen" geldt: zonder persoonlijk geloof geen behoud: wie niet gelooft zal veroordeeld worden (Mark. 16:16; zie ook Joh. 3:18). Daarom is op latere leeftijd een vorm van openbare geloofsbelijdenis nodig. Zie 1 Tim. 6: 12 "en de goede belijdenis hebt afgelegd voor vele getuigen" (zie ook 2 Tim. 1: 5).

Volwassendoop


Argumenten voor de volwassendoop

  1. Er is in de Bijbel sprake van één christelijke doop die staat in het teken van eenheid.
  2. De doop wordt in de Bijbel alleen bediend aan mensen die tot persoonlijk geloof in Jezus zijn gekomen, zie bijv. Hand. 8: 37 (die wedergeboren zijn, vgl. Joh. 3:5). Dit geldt ook voor alle leden van het huisverband waarbinnen de doop plaatsvindt. Bijv. Hand. 16: 34 "en hij verheugde zich, dat hij met zijn gehele huis tot geloof in God was gekomen."
    • Als er "huizen" gedoopt worden staat er nergens expliciet dat er kleine kinderen bij waren. De "huis-teksten" zijn dus geen bewijs voor de kinderdoop.
    • De aanduiding "het gehele huis" hoeft niet per se ieder lid van het huis te omvatten. Zo stierf Saul met zijn ganse huis (1 Kron. 10:6), maar Sauls zoon Isboseth bleef in leven (2 Sam. 2:8).

    In Col. 2 slaat besnijdenis op de besnijdenis van het hart (= wedergeboorte) en niet op de doop (Rom. 2: 28 en 29; Fil. 3:3, voorzegd in het OT: Deut. 30:6). (Kinderdoper: horen innerlijke en uiterlijke reiniging dan niet bij elkaar?, bijv. Hand. 22:16)
  3. Kinderen van gelovige ouders maken deel uit van Christus' Lichaam en de gemeente, maar zij zijn er geen lid van. Want alleen door de geloofsdoop kun je lid worden.Zie 1 Cor 12: 13 "want door één Geest zijn wij ook tot (Grieks eis"naar, naar binnen") één lichaam gedoopt. Je wordt Christus' Lichaam "binnengedoopt".
    • Sommigen zijn van mening dat kleine kinderen zondeloos zijn.
    • Anderen wijzen erop dat kinderen van (een) gelovige ouder(s) volgens Paulus niet onrein zijn (1 Cor. 7:14). Zij hebben geen doop nodig! Wel kunnen ze aan de Heer worden opgedragen. De ouders ontvangen de kinderen vervolgens terug om hen gelovig op te voeden, tot zij zelf een keuze voor de Heer kunnen maken.
    • Het opdragen wordt vaak onderbouwd met (een van) de volgende teksten: Luk 2: 28; 1 Sam. 1: 11, 22, 28; MarK. 10: 13-16 (=zegenen van kinderen).
  4. Dopen betekent "onderdompelen". Een andere vorm is (meestal) niet toegestaan:
    • Er wordt in Titus 3: 5 gesproken over het bad der wedergeboorte (vgl. Ef. 5:26).
    • Ook Johannes doopte daar waar veel water was (Joh. 3:23).
    • Volgens Mat. 3:16 steeg Jezus na Zijn doop op uit het water.
    • De doop wil zeggen dat je met Christus begraven wordt en met Hem opstaat; de "oude mens" gaat het graf in en de "nieuwe mens" komt uit het water omhoog (Rom. 6: 1 t/m 14). Hoe kun je nu begraven worden als je boven water blijft? (Kinderdoper: er staat toch gedoopt in [=eis] Christus, daar gaat het toch om?!)
  5. Voor "volwassenen" geldt: zonder persoonlijk geloof geen behoud.Volgens anderen: zonder persoonlijk geloof en daarop volgende doop geen behoud. Mark. 16: 16a: Wie gelooft en zich laat dopen zal behouden worden.

Herdopen?

Deze vraag wordt steeds vaker gesteld met meestal allerlei verschillende achtergronden.
Een van de argumenten om zich te laten herdopen is dat de doop dient om de zonden weg te wassen. Echter ook na de doop blijft men zondigen, dus is volgens deze argumentatie herdopen noodzakelijk. In Romeinen 6:4 staat "Wij zijn dan met Hem begraven, door den doop in den dood, opdat, gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden". Christus is voor al onze zonden eenmaal gestorven voor al onze zonden, om die reden is het niet noodzakelijk om zich bij de geringste misstap zich te laten herdopen.

Anderen hebben als argument dat zij niet in de Naam van Christus zijn gedoopt. Als voorbeelden kunnen zij dan Handelingen 19:3 aanhalen waar staat dat Efeziërs gedoopt door Johannes later herdoopt werden door Paulus in de Naam van Christus. Een ander voorbeeld zijn de Paulinianisten en Cataphrygiërs welke door de kerkvaders herdoopt werden naar aanleiding van hun besluit te Nicaea (Can. xix). Een argument op het eerste is Joh 1:33, Mat 3:11 waar geschreven staat "maar Die mij gezonden heeft , om te dopen met water, Die heeft mij gezegd: Op welken gij den Geest zult zien nederdalen, en op Hem blijven Deze is het, Die met de Heiligen Geest doopt". En dat is ook de reden waarom Paulus de Efeziërs herdoopt: "Johannes heeft wel gedoopt den doop der bekering,zeggende tot het volk, dat zij zouden geloven in Dengene, Die na hem kwam, dat is, in Christus Jezus." Er werd hier voorwaardelijk gedoopt. In het geval van het tweede argument, was het zo dat de genoemde sekten niet geloofden in Jezus Christus als Gods Zoon en er dus geen christelijke en of Bijbelse grondslag was voor de doop, en om die reden het noodzakelijk was tot herdoop in de Naam van Jezus Christus.


Doopgewoonten bij andere religies

In Eleusis bij Corinthe werd de doop voor de doden in de zee beoefend om een goed hiernamaals te garanderen. Paulus maakt hier gewag van (1 Cor. 15:29)


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!