INRI

Zie ook: Jezus Christus (sterven), Pasen,

I.N.R.I., de beginletters van de Latijnse woorden I(esus) N(azarenus) R(ex) I(udaeorum), met de betekenis: Jezus de Nazarener, de Koning der Joden. Op last van Pontius Pilatus werden deze woorden als opschrift in het Hebreeuws, Grieks en Latijn boven aan het kruis van Jezus geplaatst (Joh. 19:19-22).

Inhoud

Bijbel

Op bijna alle afbeeldingen van Christus aan het kruis ziet men alleen de Latijnse afkorting INRI, terwijl in de Bijbel heel duidelijk is aangegeven dat er op de titulus in drie verschillende talen is geschreven. Namelijk in het Latijn, Grieks en Hebreeuws (Luk 23:38; Joh 19:20)

We weten dat het bij de Romeinen gewoonte was om bij de reden van de executie op een bord te zetten, maar niet altijd in verschillende talen. We kunnen ons dan ook afvragen wat het nut is om de aanklacht in drie verschillende talen te zetten. Latijn was de officiële taal van het Romeinse Rijk en vertegenwoordigde dan ook in deze wie de macht had. Daar Jeruzalem een stad was waar veel buitenlanders kwamen en Grieks het Engels uit die tijd was, is het logisch dat deze aanklacht ook in het Grieks werd gesteld. Tot slot, daar het om een 'politieke' veroordeling ging en de Romeinen deze vorm van executie ook als een waarschuwing voor de anderen stelden, is het zeer aannemelijk dat de aanklacht ook in het Hebreeuws werd opgesteld. Vandaar ook dat de Sanhedristen hiertegen ageerden (Joh 19:21).

Als we het opschrift nader bestuderen dan merken we op dat in de evangeliën verschillende opschriften staan.

Mat 27:37 Deze is Jezus De koning der Joden
Mark 15:26 De koning der Joden
Luk 23:38 Deze is De koning der Joden
Joh 19:19 Jezus, de Nazarener De koning der Joden
Gecombineerd Deze is Jezus, de Nazarener De koning der Joden


Een reden hiervan kan zijn, dat de verschillende evangelisten ieder van hun eigen gezichtspunt dit opschrift benaderden. Markus is bijvoorbeeld meer een synopsis van het leven van Christus en dat komt overeen met het feit dat hij het kortste opschrift heeft. Johannes heeft als enige de aanduiding dat het een titulus is geeft aan dat hij de Latijnse versie las, dit lijkt ondersteund te worden door het feit dat in de kerk van de eerste eeuwen dit geadopteerd werd als een symbool voor de letters INRI.

Mat 27:37 hic est Iesus rex Iudaeorum
Mark 15:26 rex Iudaeorum
Luk 23:38 hic est rex Iudaeorum
Joh 19:19 Iesus Nazarenus rex Iudaeorum
Gecombineerd hic est Iesus Nazarenus rex Iudaeorum


De hoog opgeleide Lukas had zijn evangelie opgedragen aan een Griek (Luk 1:3) en het is daarom aannemelijk dat hij de Griekse versie opschreef.

Mat 27:37 ουτος εστιν ιησους ο βασιλευς των ιουδαιων
Mark 15:26 ο βασιλευς των ιουδαιων
Luk 23:38 ουτος εστιν ο βασιλευς των ιουδαιων
Joh 19:19 ιησους ο ναζωραιος ο βασιλευς των ιουδαιων
Gecombineerd ουτος εστιν ιησους ο ναζωραιος ο βασιλευς των ιουδαιων


Mattheüs schreef in de eerste plaats voor de Joden en gebruikte veel citaten uit het Oude Testament om daarmee te bewijzen dat Jezus de Christus, de Messias was. Het is dan ook aannemelijk dat zijn versie de Hebreeuwse variant is van het opschrift.
Deze moet dan zoiets als זֶה הוּא יֵשׁוּעַ מֶּלֶךְ הַיְּהוּדִים geweest zijn. (Nb. Ik gebruik hier het Hebreeuwse quadraat schrift, terwijl in die tijd een ander ouder schrift werd gebruikt) Het opschrift zou er dan als volgt uitgezien hebben:

IESUS NAZARENUS REX IUDEAORUM
ουτος εστιν ο βασιλευς των ιουδαιων
זֶה הוּא יֵשׁוּעַ מֶּלֶךְ הַיְּהוּדִים


Wat opvalt is dat de opschriften qua lengte overeenkomen.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!