Haar
θρίξ G2359 "haren, hoofdhaar", κομάω G2863 "haar (lang)", κόμη G2864 "haar, hoofdhaar", מִקְשֶׁה H4748 "haar", נֶזֶר H5145 "hair, crown, consecration, separation", פֶּרַע H6545 "haarlok", פַּרְעָה H6546 "wraak (?), loshangend haar (?)", קְוֻצָּה H6977 "haarlokken", שְׂעַר H8177 "hair", שֵׂעָר H8181 "haar, rough, hair, hairy", שַׂעֲרָה H8185 "hair",

Zie ook: Beeldbank, Baard, Hoofdbedekking, Lichaam (mens), Payot, peies, haarlokken, Snor,

Haar

Inhoud

Haardracht

Net zoals tegenwoordig waren er verschillende modes en er waren periodes dat haar langer werd gedragen dan andere periodes.


Haardracht mannen

Volgens Ezechiël mogen de priesters "hun hoofd niet scheren, maar zij mogen ook de haarlokken niet vrij laten groeien. Zij moeten hun hoofdhaar behoorlijk knippen" (Ezech. 44:20). Nazireeërs mochten hun haar niet knippen (Num. 6:5) en we zien dit zowel terugkomen bij Samuel (1 Sam. 1:11) als bij Simson (Richt. 13:5).

Van Absalom weten we dat hij eenmaal per jaar zijn haar liet knippen (1 Sam. 14:26) en dat deze dus zowel kort als zeer lang moet zijn geweest. Josephus verteld dat de haren van de bodyguard van Salomo hun haren tot op de schouders droegen (Fl. Josephus, Antiquities, VIII, vii, 3 185)

Rood haar

Van Ezau (Gen. 25:25) en David (1 Sam. 16:12; 17:42) wordt gezegd dat ze roodachtig haar hadden.

Haarlokken

→ hoofdartikel payot

De haren aan de zijkanten van het hoofd niet afgeschoren worden (Lev. 19:27) en al helemaal niet bij rouw (Lev. 21:5). Salomo zegt over zichzelf dat zijn haarlokken nat zijn van de dauw (Hoogl. 5:2) en gekruld waren (Hoogl. 5:11), er wordt echter een specifiek woord קְוֻצּוֹת qĕwuṣṣôt "haarlokken" (zo genoemd naar het afknippen ervan) gebruikt en hoeft niet te slaan op al zijn haar. Dit laatste wordt bevestigd door teksten in Jeremia waar wordt geschreven dat de heidenen hun haarlokken hadden afgeknipt (Jer. 9:26; 25:23; 49:32).

Snor en Baard

Zie Snor, Baard

In het Nieuwe Testament stelt Paulus dat lang haar niet past voor mannen (1 Cor. 11:14).


Haardracht vrouwen

Oude Testament

In Hooglied wordt het haar van de geliefde vergeleken met die van geiten (Hoogl. 4:1; 6:5), welke lang haar hadden.

Nieuwe Testament

In het Nieuwe Testament stelt Paulus dat lang haar een sieraad is voor vrouwen (1 Cor. 11:15) en Petrus dat deze vaak in vlechten werden gedragen (1 Petr. 3:3). Echter we weten van afbeeldingen uit die tijd dat vrouwen verschillende haardrachten hadden, van lang tot kort, soms gevlochten of zelfs geverfd.


Gemiddeld groeien er tussen de 100.000 en 150.000 haren op de menselijke schedelhuid, maar dit hangt af van genetisch bepaalde factoren. Deze haren groeien gemiddeld 0,3 millimeter per dag, wat neerkomt op ongeveer 1 centimeter per maand. Hoofdhaar groeit ten opzichte van de rest van de menselijke lichaamsbeharing het snelst. Bij mannen kan het hoofdhaar 40-50 centimeter lang worden, bij vrouwen kan dit oplopen tot 70-80 centimeter.


Geschiedenis

De Egyptenaren hadden de gewoonte om pruiken te dragen.


Archeologie

Bij archeologische opgravingen zijn verschillende afbeeldingen van personen gevonden die een indruk geven van de toenmalige haardracht, hierbij moet natuurlijk wel rekening worden gehouden dat militairen een andere haardracht erop na konden houden dan de gewone man. Zo zien we dat de soldaten van Assurbanipal (669 – 627 v.C.) uit Nineve lang en gekruld haar hebben.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!