Walnoot
אֱגוֹז H93 "noten, notenhof, walnoot, Juglans regia",

Het Hebreeuwse woord אֱגֹוז֙ egoz komt alleen in Hooglied 6:11 voor en de meeste vertalers nemen aan dat met deze notenbomen, in de hof, de walnoot (Juglans regia) wordt bedoeld (Nb. Volgens sommige flora's wordt met notenboom, de okkerboom of walnotenboom bedoeld). Het woord komt ook voor in het Arabisch en Syrisch als جَوْزُ goz of jauz, en komt uit het Perzisch كوز waarbij in het Hebreeuws de א als prefix is toegevoegd.



Botanie

Taxonomische indeling
  • Rijk: Plantae (Planten)
    • Superdivisie: Spermatophyta
      • Divisie: Angiospermae
        • Klasse: Dicotyledoneae
          • Familie: Juglandaceae

De walnoot, is een middelgrote boom, met een brede kroon, die 15 tot 25 meter hoog en 6 tot 8 meter in de top breed kan worden. Net als veel andere bomen waarvan de vruchten eetbaar zijn, behoort de walnoot tot de oudst gecultiveerde bomen en zijn geschiedenis gaat terug tot 7000 v.C. Oorspronkelijk uit Perzië en het Midden-Oosten, werd de boom later verspreid naar China, Centraal-Azië, het antieke Griekenland en later het Romeinse rijk. De Romeinen brachten de boom later naarons land, zij noemden de boom Iovis glans "Jupiter's noot". Deze benaming zegt niet alleen iets over de waarde die de noten voor de Romeinen hadden, maar was ook de basis voor de wetenschappelijke benaming Juglans regia.

In Nederland vind men de boom tegenwoordig vooral in boomgaarden en op erven. Hier en daar ook als beplanting langs wegen en op de dijken van de grote rivieren, soms in zeer fraaie groepen. De benaming "walnoot", komt van het oude Nederlandse woord: 'wal' wat betekent 'groot', dus walnoot is 'grote noot'. Men vindt dit woord bijvoorbeeld nog terug in walvis 'grote vis'.


Koop nu


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!