Holocaust, Shoa
ὁλοκαύτωμα G3646 "brandoffer",

Zie ook: Artikelen Blog, Antisemitisme, Genocide, Volkerenmoord, Jodenvervolging,

De woorden shoa en holocaust zijn benamingen voor de systematische moord van de nazi’s op de ongeveer zes miljoen Europese joden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Inhoud

Terminologie

Het woord holocaust komt van het Grieks ὁλόκαυστον (holokauston) wat 'geheel verbrand' betekent, en is een aanduiding voor een brandoffer aan een godheid. Om die reden zijn er dan ook, met name uit joodse kringen, bezwaren tegen deze naamgeving. In joodse kringen spreekt men dan ook liever over שׁוֹאָה H7722 shoa, wat Hebreeuws is voor ‘vernietiging'.

Overigens komt het woord ὁλοκαύτωμα G3646, als vertaling van het woord עֹלָה H5930 "brandoffer", zowel voor in de Septuagint (Lev. 1:1-17) als in het Nieuwe Testament (Mark. 12:33; Hebr. 10:6, 8).


Achtergrond

Binnen het NSDAP was het antisemitisme altijd een belangrijk onderdeel van hun partijprogramma. Al voordat Hitler aan de macht kwam schreef hij in zijn boek "Mein Kampf" over de Joden dat de Duitsers WO-I niet hadden verloren als "tien- of twaalfduizend van deze volksverraders onder het gifgas hadden gehouden". Eenmaal aan de macht werden door Hitler en zijn regerende partij allerlei maatregelen getroffen waarin het antisemitisme steeds meer de boventoon voerde en uiteindelijk resulteerde in de "Neurenberger wetten" in 1935, om "verder geweld te voorkomen". Door deze wetten werd bepaald wie wel en wie niet een Duitser of Jood was. Voor de Joden betekende deze wetgeving dat ze hun burgerrechten kwijtraakten en dat huwelijken tussen Joden en niet-Joden werden verboden. Op 10 november 1938 vond na de moord op Vom Rath de Kristallnacht plaats. Duizenden SA-mannen in burger overvielen de Joodse huizen, winkels en synagogen, staken die in brand en sloegen de aanwezige Joden in elkaar. Kritiek uit het buitenland werd afgedaan dat dit het "Gesundes Volksempfinden", het gezonde volksoordeel, was.

In de periode 1938-1941 werd gezocht naar een "oplossing" om van de Joden, die nu tweederangs burgers waren, af te komen, waarbij deportatie naar Madagaskar als een optie werd gezien. Dit was echter een Franse kolonie en de Britse marine beheerste de zee en daar het eiland in handen van de geallieerden bleef, was het onmogelijk om dit plan te realiseren. De aanval op Rusland bood andere mogelijkheden, maar de nazi's kwamen er al snel achter dat het deporteren en opsluiten van de Joden geld en voedsel kostte en steeds meer werd uitroeiing en vernietiging als de beste optie bezien. Na onderzoek van de diverse mogelijkheden werd gekozen voor vergassing. In eerste instantie door de Joden te vergiftigen met koolmonoxide in speciale gaswagens. In september 1941 werden eerste proeven gedaan met Zyklon B in Auschwitz. In september 1941 werd door Hitler het besluit genomen over de Endlösung der Judenfrage, een paar maanden later in januari 1942 werd de logistieke uitvoering van dit besluit besproken.

Aantallen

Het aantal slachtoffers is moeilijk te schatten, meestal wordt de door Adolf Eichmann geciteerde zes miljoen genoemd (Eichmann Judgement, Criminal Case No. 40/61, p. 221). SS-Sturmbannführer Wilhelm Höttl zei tijdens het Nüremberg proces op 14 December 1945 "Approximately 4 million Jews had been killed in the various concentration camps, while an additional 2 million met death in other ways, the major part of which were shot by operational squads of the Security Police during the campaign against Russia." (The Avalon Project, Nuremberg Trial Proceedings Volume 3, Friday, 14 December 1945, Morning Session).

De meeste onderzoeken geven een aantal tussen de vijf en zes miljoen slachtoffers. De eerste berekeningen variëren van 5,1 miljoen (Raul Hilberg) tot 5,95 miljoen (Jacob Leschinsky). Recenter onderzoek, door Israel Gutman en Robert Rozett in Yad Vashem's Encyclopedia of the Holocaust, geeft een schatting van tussen de 5,59 tot 5,86 miljoen slachtoffers. Terwijl een onderzoek onder leiding van Wolfgang Benz schattingen geeft van tussen de 5,29 miljoen tot 6 miljoen slachtoffers (W. Benz, The Holocaust, p. 152–153). De belangrijkste bronnen voor deze statistieken zijn vergelijkingen van vooroorlogse tellingen met naoorlogse tellingen, populatieschattingen, evenals eigentijdse documentatie, zoals de dagelijkse rapporten van de moordeenheden, verzamelingen van deportatielijsten en andere soortgelijke lijsten (Yad Vashem, FAQ).

In de lijsten van Yad Vashem zijn ruim 6,5 miljoen namen opgenomen. Hier zitten echter dubbelingen in, omdat sommige namen via verschillende lijsten zijn aangeleverd. Op basis van schattingen zijn er op dit moment ongeveer 4,8 miljoen individuele slachtoffers opgenomen in de database van Yad Vashem (Yad Vashem, FAQ). Men moet wel bedenken dat dit niet alle slachtoffers zijn, van sommigen heeft men geen weet (bv. omdat de lijsten van de nazi's waarop ze stonden zijn vernietigd), terwijl in andere gevallen een slachtoffer niet voldoet aan de criteria van een 'shoa-slachtoffer'. In het laatste geval moeten we denken aan zigeuners, of Joden die als soldaat zijn gestorven. Ook Joden die in de zes maanden na de bevrijding zijn gestorven omdat ze niet meer herstelden van hun ontberingen of op de vlucht zijn geslagen en toen alsnog zijn gedood worden niet meegeteld. Messiasbelijdende Joden zijn een twijfelgeval, sommigen zijn opgenomen in de lijsten van Yad Vashem, terwijl anderen weer niet.


Holocaustontkenning

Holocaustontkenning is het geheel of gedeeltelijk verwerpen van de geschiedschrijving rondom de Holocaust. Met andere woorden er wordt ontkent dat deze Holocaust heeft plaatsgevonden.

In tegenstelling tot diverse andere landen is het ontkennen, bagatelliseren of goedpraten van de Holocaust in Nederland niet verboden. In 2009 stelde de fractieleider van de VVD, Mark Rutte, voor dat de ontkenning van de Holocaust in principe is toegestaan en kan vallen onder de vrijheid van meningsuiting (Historiek, 1 juni 2009).


Bekende omgekomen personen

Hieronder een lijst van meest bekende personen die zijn omgekomen tijdens de Shoa.

Messiasbelijdende joden


Citaten

First they came for the communists, and I did not speak out–because I was not a communist.
Then they came for the socialists, and I did not speak out–because I was not a socialist.
Then they came for the trade unionists, and I did not speak out–because I was not a trade unionist.
Then they came for the Jews, and I did not speak out–because I was not a Jew.
Then they came for me–and there was no one left to speak out for me.

Rev. Martin Niemoller


Aangemaakt 18 augustus 2006, laatst gewijzigd 9 december 2019


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!