Gevlekte Scheerling
רֹאשׁ H7219 "hemlock, poison, venom, gall",

רֹאשׁ Gevlekte Scheerling (Conium maculatum), in de verschillende vertalingen vertaald met gif (NV), venijn (Willibrord), gal (SV), vergiftig kruid (SV). Sommigen denken dat het gaat om de Papaver somniferum

Het Hebreeuwse woord רֹאשׁ (rosh) wordt door verschillende geleerden geïdentificeerd met de Gevlekte Scheerling (Conium maculatum), hoewel hier geen taalkundige ondersteuning voor is. In de Bijbelse context wordt het steeds in verband gebracht met een bittere en giftige drank of voedsel: "Ja, zij hebben mij gal [rosh] tot mijn spijs gegeven; en in mijn dorst hebben zij mij edik te drinken gegeven." (Ps 69:22) Omdat het veelvuldig gebruikt wordt in combinatie met Alsem (Artemisia herba-alba Asso), lijkt het dat het om een specifieke plant gaat of een synoniem. Het is dan ook zeker niet vergezocht dat er de Conium, welke werd gebruikt om mensen mee te vergiftigen, mee wordt bedoeld.
Het is zeer goed mogelijk dat met rosh in eerste instantie een bepaalde plant werd bedoeld, maar in de loop der tijd de aanduiding werd allerlei soorten gif.
De twee antieke geneesmiddelenkenners Theophrastus en Dioscorides beschreven onder Koneion een plant die niet onze Gevlekte Scheerling is maar de Circuta virsa (de Waterscheerling). Men denkt dat in koneion het Griekse woord konos (=duizeling) of koneisthai (=in een kring ronddraaien) steekt. Dit is begrijpelijk gezien de giftige werking. Anderzijds heeft men de naam ook willen afleiden van het Griekse konè (=moord), wat slaat op het giftige karakter van de plant, waarmee gemakkelijk moorden konden worden gepleegd.

Botanie
De gevlekte scheerling (Conium maculatum) is een tweejarigeplant uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae) 1 tot 2 meter hoog, een kale stengel met roodbruine vlekken (aan de voet) en lijkt veel op kervel. De bladeren zijn twee- of drievoudig geveerd en kunnen 30 cm lang worden, heeft witte bloemen met een doorsnede van circa 2 mm. Er zijn vijf kroonblaadjes met een gekrulde top. De eivormige tot ronde vruchtjes hebben 10 gekerfde ribben, maar zonder oliestriemen. Bij kneuzing geeft de plant een onaangename "muisachtige" geur.

De gehele plant is zeer gifitg, door de Coniïne en y-coniceïne, welke makkelijk door de huid worden geresorbeerd. Net als het pijlgift curare verlammen ze de bewegingszenuwen van de skelet- en ademhalingsspieren. Op het ruggemerg en het verlengde merg werkt het gif verlammend, zodat de dood door verstikking volgt. Vergiftigingsverschijnselen uiten zich als branden in de mond, misselijkheid, tongverlamming, pupilverwijding, duizeligheid, dairrhee, spiersamentrekkingen. Verlamming begint op te treden in de benen, later ook de slik- en spraakverlamming, het lichaam begint koud en gevoelloos te worden tot de dood uiteindelijk optreed door verlamming van het ademcentrum. Het bewustzijn blijft tot het laatste aanwezig.


Verspreidingsgebied
Overal waar het vochtig genoeg is, met name in het midden en noorden van Israël.
In Nederland komt hij voor langs dijken, wegen en weilanden, maar is vrij zeldzaam.

Geschiedenis
Bekend is dat Socrates, nadat hij schuldig was verklaard in 399 door een kleine meerderheid aan bepaalde, gezochte misdaden (van geestelijke aard), de Conium-dood is gestorven. Hij mocht kiezen tussen verbanning (als hij dan wel zou zwijgen) of de dood, hierbij gaf hij voorkeur aan het laatste. Hij nam de giftbeker, die een drank bevatte van onrijpe vruchten van de Scheerling, hierdoor bleef hij tot het laatste moment bij zijn volle bewustzijn. (zie ook botanie)

Koop nu


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!