Johannesbroodboom
κεράτιον G2769 "Johannesbrood, Ceratonia silqua", גֵּרָה H1626 "gera",

Zie ook: Artikelen Blog, Bomen, Planten / Flora,

Bijbel
Johannes de Doper
De naam Johannesbroodboom verwijst naar Johannes de Doper, die tijdens zijn verblijf in de woestijn grotendeels van sprinkhanen heeft geleefd (Mat. 3: 4; Mark. 1: 6). Sommigen zijn echter van mening dat het hier niet om sprinkhanen gaat, maar dat het de peulen van de Johannesbroodboom zijn geweest. Zij baseren zich dan op de overeenkomst van de Hebreeuwse naam charuv met die van chagavim (sprinkhaan). In het Engels wordt de boom dan ook wel "locust tree" (= sprinkhaanboom) genoemd en de peulen "locust beans" (= sprinkhaanbonen). In werkelijkheid is het zo dat de Johannes-broodboom een van de weinige bomen is die niet door sprinkhanen wordt bezocht, vanwege de taaie leerachtige bladeren, die veel looistoffen bevatten.

De verloren zoon
Waar de Johannesbroodboom wel wordt genoemd is in de gelijkenis van de verloren zoon (Luk. 15), die zijn hele hebben en houden verbraste. Toen hij niets meer had en er ook nog een hongersnood kwam kon hij een baantje krijgen, door bij een boer op de (onreine) varkens te passen. Overmant door de honger, wilde hij het varkensvoer eten, wat hem werd belet. Dit varkensvoer, ϰεράτιον keration waren de peulen van de Johannesbroodboom. Ook tegenwoordig worden nog regelmatig de peulen gebruikt als voedsel voor de dieren. Vermoedelijk dienden ze indertijd soms ook als voedsel voor de armen en vluchtelingen. Zo bestaat er in de Talmoed (Shabbat 33b) een verhaal van rabbi Shimeon Bar-Yochai die samen met zijn zoon naar een grot in het noorden van Israel vluchtten, toen de Romeinen de Joden verboden om nog langer de Torah te bestuderen. Zij hadden geen middelen van bestaan, maar er gebeurde een wonder en een Johannesbroodboom ontsprong in de grot, waarnaast een waterstroom ontstond. Zo overleefden rabbi Shimeon en zijn zoon 12 jaar in de grot.

Terminologie

Zie woordstudie κερατιον G02769


Botanie

Taxonomische indeling
  • Rijk: Plantae (Planten)
    • Superdivisie: Spermatophyta
      • Divisie: Angiospermae
        • Klasse: Dicotyledoneae
          • Familie: Caesalpiniaceae

De plant (Ceratonia siliqua) behoort tot de familie van de Fabaceae. De bloemen zijn een-slachtig en bezitten geen kroon-blaadjes, zijn onopvallend en hebben een roestbruine kleur. Ze zijn of mannelijk en hebben dan vijf meeldraden of vrouwelijk en hebben dan een stamper. De vrouwelijke bloemen worden in hoofdzaak door vliegende insecten en via de wind bevrucht. In het najaar worden de groene peulen geoogst en te drogen gelegd. De peulen geven een doordringende zoete geur af die naarmate ze droger worden afneemt. In die gebieden komen de bloemen in maart - april en/of oktober - november te voorschijn.


Verspreidingsgebied
Oorspronkelijk komt de plant uit Arabië en vandaar verspreid langs de gehele Middellandse Zee waar de bomen 15 - 25 m hoog worden. Hoe ouder ze worden, des te meer kwaliteiten ze krijgen vanwege hun weerbarstige en knoestige uiterlijk.


Geschiedenis

Vanwege de hoeveelheid suiker in de peulen, willen de vruchten tijdens het rijpen wel eens gaan gisten, in Afrika ziet men dan ook wel eens het verschijnsel dat olifanten, die de peulen in grote hoeveelheden hebben gegeten, hierdoor dronken worden.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!