Athalia
עֲתַלְיָה H6271 "Athaliah",

Athalia is in de Bijbel de enige genoemde regerende vorstin, maar ook beruchte (2 Kron 22: 10-22). hoewel ze uit Noord Israël afkomstig was, heeft ze 7 jaar als koningin-weduwe over Juda geregeerd. Ze leefde in een buitengewoon bewogen tijd van oorlog, moord en doodslag. Dat heeft ongetwijfeld een stempel op haar karakter gedrukt. Haar vader Achab was in de strijd gesneuveld. Haar moeder Izebel was door haar eigen hovelingen gedood. Zijzelf was door haar vader uitgehuwelijkt aan Joram, de zoon van de vrome koning Josafat van Juda, een zwakkeling die volkomen door zijn vrouw werd overheerst. Zij voerde de Fenischische Baäldienst van haar ouders in. De tempel, zo'n 150 jaar oud en bouwvallig, werd door haar gesloten. De zoons van Athalia "roofden al het gouden tempelgerei voor hun eigen Baäldienst", want er kwam een nieuwe Baältempel met beelden en altaren en een eigen priester. Dat tempelgerei zou later, als verontreinigd, niet meer gebruikt worden en vervangen worden door nieuw.

De regering van Joram is voor zijn land, nog afgezien van de afgoderij, een ramp geweest. Filistijnen en Arabische bendes veroverden Jeruzalem. Zij plunderden het koninklijk paleis en voerden alle (harem)vrouwen met hun kinderen in gevangenschap of slavernij weg. Ook Athalia werd van haar kinderen beroofd, maar ze had blijkbaar kans gezien met een zoon te vluchten (Joahaz of Achazja). Joram stierf aan een walgelijke ziekte en Achazja volgde hem op. In zijn eenjarige regering ontpopte hij zich als een echte kleinzoon van Achab en Izebel. Gestimuleerd door Athalia deed hij in goddeloosheid niet voor hen onder.

In Noord Israël werd Athalia's broer verwikkeld in een oorlog met de Arameeërs en op advies van zijn raadsheren sloot Achazja zich bij hem aan. Joram werd gewond en toen hij Achazja, zijn oom, bezocht bleek dat Jehu zich van de macht had meester gemaakt. Hij doodde Joram en na een spannende achtervolging werd ook Achazja (immers ook een Baäldienaar) door Jehu gedood. "In zijn ijver voor de Here" doodde hij al de Baälpriesters. De Baäldienst bleek zo diep geworteld te zijn, ook in Juda, dat hij onuitroeibaar was. Nog vlak voor de ballingschap kwam ze voor onder Manasse (2 Kon 21: 3) en Achaz (2 Kron 28: 2) en hebben Jeremia, Hosea en Sefanja daartegen geageerd.

Jehu moordde ook Achab's hele geslacht uit (meest nog minderjarige prinsjes). Athalia was dus niet alleen beroofd van al haar kinderen, maar ook van haar hele familie. Als koningin-weduwe aanvaardde zij de regering en als eerste regeringsdaad roiede zij van de weeromstuit het hele Judese koningshuis uit. Ongetwijfeld zullen dat kleinkinderen zijn geweest: haar zoon Achazja was 43 toe hij stierf en ook haar zes zwagers die door haar man vermoord waren (2 Kron 21: 4) zullen kinderen gehad hebben. Men kan zich afvragen wat haar tot die daad dreef. Uitroeien van een bestaand koningshuis was in het Oosten niet ongewoon. Vele eeuwen daarvoor had Abimelech, de zoon van Gideon, zijn zeventig (half)broers op een steen gedood (Richt 9:5).

Mogelijk heeft ze het plan gehad Juda te mobiliseren en zich te wreken op haar oude vijand Jehu. Hoe het zij: het liep anders. Er was een prinsje dat aan het bloedbad was ontkomen: het jongste zoontje van Achazja, Joas, nog een baby. Hij werd gered doordat zijn tante (de zuster van zijn vader en vrouw van de hogepriester) hem en zijn voedster liet onderduiken. Zij hield hem zes jaar verborgen. Aanvankelijk in een van de vertrekken van de (verlaten) tempel, waar het beddengoed opgeslagen werd. Daar zal niemand hem gezocht hebben.

Jojada, de hogepriester, smeedde in die tijd een samenzwering tegen Athalia. Hij werd gesteund door legeronderdelen, Levieten ("uit al de steden van Juda") en familiehoofden. Jij mobiliseerde in de tempel (!!) het verzet tegen de vorstin. Toen Joas zeven jaar was, werd hij in de tempel tot koning uitgeroepen. Athalia haastte zich daarheen en zag (en hoorde) wat daar gebeurde. Ze begreep dat haar rol uitgespeeld was. Ze verscheurde haar kleren roepende: "Verraad, verraad!".

Jojada beval dat ieder die haar te hulp kwam moest worden gedood. Buiten de tempel werd Athalia gedood. Joas "deed wat recht was in de ogen des Heren" zolang Jojada leefde. Toen die stierf werden de afgodsbeelden weer opgericht en toen zijn zoon daartegen protesteerde werd hij op bevel van Joas "in de voorhof van de tempel" gestenigd. Zijn laatste woorden waren:
"De Here zie het en neme wraak...."

Inhoud

Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!