Cassia
κινάμωμον G2792 "cassia, kaneel, Laurus cinnamonum", קִדָּה H6916 "cassia", קִנָּמוֹן H7076 "cassia", קְצִיעָה H7102 "cassia",

De plant Cinnamomum cassia Kaneel. Zie ook de dochter van Job Kezia


Botanie

De Cassia (Cinnamomum cassia Blume) behoort evenals de Kaneel (Cinnamomum zeylanicum) tot het geslacht Cinnamomum uit de Laurierfamilie (Lauraceae). De Cassia is een boom, die zeven tot tien meter hoog kan worden en is daarmee iets kleiner dan de kaneelboom. De elliptisch tot lancetvormige bladeren zijn 18 cm lang en groter dan die van de kaneel. De dikke schors is aromatisch. In de vroege zomer bloeit de Cassia met kleine gele bloemen, die aan lange stelen naar beneden hangen. De gedroogde bessen van Cassia lijken qua uiterlijk iets op kruidnagels, maar hun smaak en geur is die van de kaneel.

Het oorspronkelijke verspreidingsgebied is Sri Lanka en de Indiase Malabarkust, waar de Cassia ook tegenwoordig nog gekweekt wordt op plantages. Hierbij wordt de boom gesnoeid tot een struik, met de bedoeling om zijtakken te laten spruiten die extra bast leveren. Niet alleen de bast, ook de bladeren en de onrijpe bessen worden gedroogd als specerij. De bast rolt tijdens het drogen op tot pijpjes.


Geschiedenis

Door de eeuwen heen werd de specerij Cassia beschouwd als een kostbaar goed en is één van de oudst bekende specerijen, zo werd het in het Oude Egypte reeds gebruikt voor het balsemen van lichamen en het bestrijden van epidemische ziekten. Daarnaast was het in de oudheid een waardig geschenk voor koningen en andere adellijke personen, om die reden was de handel in kaneel (en van specerijen in het algemeen) een lucratieve onderneming.

Onderzoekers hebben in 3000-jaar oude vazen afkomstig uit Israël cinnamaldehyde gevonden waarmee is aangetoond dat men toen al kaneel bewaarde. (Bron)

In de Romeinse tijd was 350 gram Cassia (Romeins pond) ruim duizend denarii waard, de waarde van bijna 5 kilo zilver. Herodotos heeft de onjuiste vermelding dat de Cassia in ondiepe vijvers groeide, welke bewaakt werd door gevleugelde dieren die heel veel op vleermuizen lijken.

In de periode van de 15de tot en met de 17de eeuw behoorden Cassia en kaneel tot de meest gezochte specerijen. De handelaren hadden specerijen routes die zich uitstrekten van Zuid-Oost Azië tot het Midden-Oosten. Vanwege de gewildheid ontstond er in deze periode een Specerijen-oorlog, die met name ging over de heerschappij van de Indonesische eilanden (die de meeste specerijen had), tussen Portugal, Spanje, Engeland en Nederland. Tijdens het zoeken naar een directere en dus snellere route naar de zogenaamde Spice Islands ontdekte Christopher Columbus Amerika.

Tegenwoordig is ‘Chinese Cassia buds’ de naam waaronder ze gangbaar zijn in de oriëntale winkels in ons land. De bladeren worden onder de (Indiase) naam Tei Pat verkocht en zijn een veel gebruikte specerij in de niet hete gerechten pilaus en biryanis van Noord-India, Pakistan en Iran. Daarnaast zijn er nogal wat likeurtjes waarin Cassia of kaneel in ruime verwerkt zijn. Parfait d’amour is daarvan wel een van de bekendste.



Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!