Lelies van het veld
שׁוּשַׁן H7799 "Shoshannim, lelie",

Lelies van het veld

Met de κρινα του αγρου lelies van het veld (Lukas 12: 27-28) wordt niet alleen de Witte Lelie (Lilium candidum) bedoeld, maar alle soorten veldbloemen die tussen het gras verschijnen, zoals de Perzische Boterbloem (Ranunculus asiaticus), Gekroonde Ganzebloem (Chrysanthemum coronarium L.), de Anemoon (Anemone coronaria) en de Grote Klaproos (Papaver rhoeas). Het zijn met name de weidegronden, welke voorkomen ten zuiden van de heuvels van Galilea en dat bekend stond om zijn vruchtbare vlakten, waar deze verschillende soorten veldbloemen tussen het welig gras en de korenlanden te vinden zijn. Het is de kortstondige bloei van deze bloemen waar de profeet Jesaja en de apostelen Petrus en Jakobus (Jesaja 40:6-8; Jakobus 1:10; 1 Petrus 1:24-25) aan dachten als ze zeggen dat “Alle vlees is gras en al zijn luister als een bloem op het veld. Het gras verdort, de bloem valt af als de Geest van de HEERE erover blaast. Voorzeker, het volk is gras. Het gras verdort, de bloem valt af, maar het woord van onze God bestaat in eeuwigheid.” Het is dan ook niet verwonderlijk dat Christus juist op deze bloemen, welke in de omgeving waar Hij opgroeide veelvuldig voorkomen, wijst (Mattheüs 6:28; Lukas 12:27) als Hij zijn toehoorders bemoedigd om niet verontrust te zijn voor de toekomst.



Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!