ἀλείφω G218 "zalven, zalving",
ἐγχρίω G1472 "inwrijven, besmeren, zalven, zalven (zich)",
μυρίζω G3462 "zalven",
μύρον G3464 "zalving",
טוּחַ H2902 "zalven, dopen, pleisteren",
מָשַׁח H4886 "zalven, smeren",
סוּךְ H5480 "zalven",
Zie ook: Ziekenzalving,
Verschillende vormen van zalving worden in de Bijbel genoemd.
In Psalm 109:18 wordt in een vloekspreuk beschreven hoe men lichamen oliede als zijnde een vervloeking.