Knoflook
שׁוּם H7762 "knoflook",

Bijbel

In de Bijbel wordt knoflook alleen in Numeri 11:5 genoemd. Volgens Herodotos (Historiën, ii.125) was het samen met Rammenas (Raphanus sativus) en de Ui (Allium cepa) het normale voedsel voor de Egyptische arbeiders, wat overeenkomt met de beschrijving van de klagende Joden dat ze dit in Egypte aten.


Terminologie

De etymologie van Allium is onzeker, misschien van het Keltisch all “brandend”, vanwege de scherpe smaak. Een andere mogelijkheid is van het Latijn olere “rieken”, waarmee de penetrante lookgeur wordt bedoeld. Knoflook (Knuiflook, Du. Knoblauch) van klooflook (vergl. het oud Hoogduits clobolouch) van “kloven, klieven”. Look staat in verband met het Griekse lygos “buigzame twijg”, omdat de bladeren immers naar beneden zijn gebogen. De oude Nederlandse benaming Boeretheriaak is afgeleid van de Theriak wat een zeer beroemd en zeer samengesteld geneesmiddel is geweest, dat hoofdzakelijk moest dienen als tegengift voor allerlei mogelijke vergiften.

Hebreeuws שׁוּם shûm, vergelijk het Akkadisch šūmū (Heise, John, Akkadisch vocabularium, p. 224), Babylonisch šūmun (Mauer, Gerlinde, Agriculture of the Old Babylonian Period, p 77 in JANES Vol. 15 (1983)) in Arabisch ثُومُ van شَمَّ “ruiken” (Gesenius, HWF, Hebrew-Chaldee Lexicon to the Old Testament, p. 810).


Botanie

Taxonomische indeling

Knoflook (Allium sativum) is een van de bekendste specerijplanten welke vooral wordt gewaardeerd door de aromatische smaak. De sterke geur die door velen als onaangenaam wordt ervaren wordt veroorzaakt door de zwavelhoudende etherische olie allicine. Het is deze olie die de bloeddruk verlaagd en de bloedsomloop stimuleert en heeft een gunstig effect op darmziekten. Daarnaast bevatten de teentjes belangrijke vitaminen en mineralen.


Verspreidingsgebied

Zover bekend komt de knoflook niet in het wild voor in Israël, in Egypte wordt het sinds oude tijden gekweekt.


Geschiedenis

In een volksvertelling wordt verhaalt dat toen de engel Gabriël de boodschap aan Maria bracht, zij huilde van vreugde. Iedere traan die op de grond viel, veranderde in een Madelief (Bellis perennis L.). Toen de duivel dit zag, werd hij zo woedend dat hij al deze Madeliefjes uit de grond wilde trekken. Ieder Madeliefje dat hij aanraakte veranderde in de stinkende Knoflook.

In de Talmud wordt meermalen knoflook als kruid voorgeschreven en heeft er zelfs toe bijgedragen dat de Joden hierdoor in veel Europese steden de bijnaam “stinkende Jood” kregen.


Koop nu


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!