Arabia, Arabië
Ἀραβία G688 "Arabie", עֲרָב H6152 "Arabia",

Onder Arabia (Grieks Ἀραβία G688) of Arabië in het Nieuwe Testament, moeten we verstaan een gebied welke zich oostelijk van de Jordaan bevind en vandaar naar het zuiden en bestond uit kleine koninkrijkjes die ieder hun eigen koningen hadden, die resideerden in Petra.

Inhoud

Bijbel

Oude Testament


Nieuwe Testament

Arabië wordt tweemaal genoemd in het Nieuwe Testament. De eerste keer als Paulus na zijn bekering daarheen vertrekt (Gal. 1:17) en later, in dezelfde brief, als Paulus aangeeft waar de berg Sinaï lag (Gal. 1:17).

Arabië besloeg niet, zoals tegenwoordig, het gehele schiereiland tussen de Rode Zee en de Perzische Golf, maar alleen het gebied ten oosten en direct ten zuiden van Israël (J. Bimson, p. 46) en mogelijk delen van de Sinaï woestijn. Dit land werd bewoond door clans van de Nabateeërs met als hoofdstad de stad Petra.

Romeinse provincie

In 106 n.C. maakte keizer Trajanus Nabataea een provincie van het Romeinse rijk (Provincia Arabia ook wel Arabia Petraea), omdat die een betere bescherming van de weg van Damascus naar Alexandrië wilde. De Nabateese troepen lijken weinig weerstand te hebben geboden, zoals kon worden verwacht, omdat het koninkrijk zwaar onder de achteruitgang van de Spijsroute had geleden: sinds Rome Egypte had veroverd, werd de handel steeds vaker gedaan door zeelieden waardoor het Nabateese inkomen afnam.

De Romeinse periode was een tijd van hernieuwde welvaart. De nieuwe meesters, die hun zetel in Bosra hadden, verbeterden de belangrijkste noord-zuid weg, de oude Koninklijke Weg, die werd omgedoopt tot Via Nova. In de steden van de Dekapolis, nu onderdeel van Nabataea, kwamen veel nieuwe gebouwen. Een man genaamd Philip, van Arabische afkomst, werd keizer van het Romeinse Rijk (244-249 n.C.). Karavaanhandel met de Parthen in het oosten floreerde meestal.

Onder de legereenheden gestationeerd in Arabië was het derde legioen Cyrenaica, die verantwoordelijk was voor de oprichting van de Limes Arabicus. Later, waarschijnlijk nadat de Romeinse keizer Aurelius (270-275 n.C.) het Palmyreense Rijk had verslagen, werd IIII Martia toegevoegd, die was gebaseerd te Betthorus (het moderne Lejjun). Later reorganiseerde Diocletianus (284-305 n.C.) de Limes Arabicus. Een van de meest indrukwekkende monumenten van deze tijd is Qasr Bshir.

In de late oudheid, werd de Limes Arabicus ontmanteld. Anastasius I (491-518 n.C.) erkende een federatie van strijders van Arabische stammen uit Jemen, de Ghassaniden, als Romeinse bondgenoot, onder de voorwaarde dat ze de oostelijke grens zouden beschermen. Ze deden hun werk goed, waarbij ze af en toe vochten met de Lakhmids, die vochten voor de oosterbuur van Rome, de Sassaniden. In 529 erkende keizer Justinianus de Ghassanidische leider Harith als koning van alle Arabieren en gaf hem de rang van Patricius en maakte hem tot beschermer van alle oostelijke provincies. Langzaam ontstond er een Arabische staat: Harith's opvolger Mundhir (569-581 n.C.) bouwde woningen in de buurt van Resefa en Damascus (Syrië) en in de buurt van Ain el-Minya (Jordanië).

Deze Arabische soldaten waren niet langer alleen nog stamstrijders, maar beroepsstrijders die wisten hoe ze moesten vechten in een regulier leger. Echter, de Byzantijnse keizers verdachten hun bondgenoten, omdat ze monofysitische christenen waren. In 604, toen de Sassaniden het Byzantijnse Rijk binnenvielen vochten de Ghassaniden niet langer meer voor Rome en het duurde bijna een kwart eeuw tot keizer Heraclius de indringers had verdreven. Toen de vrede in 628 werd ondertekend, was Mohammed al aan de macht in Medina en al snel hadden de moslims een uitstekend leger die gemakkelijk de oorlogsmoede oostelijke provincies van het Romeinse Rijk konden veroveren en het einde van het Sassanidische Rijk betekende.

Bronnen: Livius.org, Nabataeans (2 Okt. 2014)


Aangemaakt 5 juni 2010, laatst gewijzigd 21 december 2018


Koop nu