Kabbala

Zie ook: Gematria, Occultisme,

De kabbala of kabbalah (Hebreeuws קַבָּלָה) is een joods religieus filosofisch systeem dat stelt inzicht te geven in de goddelijke natuur.


Het woord קַבָּלָה kabbala betekent ‘traditie’ of ‘overlevering’. De meeste vormen van de kabbala leren, dat iedere letter, ieder woord, getal en accent van de Tenach (het Oude Testament) een verborgen betekenis bevat. Verder onderwijzen zij de methodes om achter de interpretatie van deze verborgen betekenissen te komen.

De belangrijkste werken zijn

De school van Isaac Luria laten geesten op hun gezag bezit nemen van andere mensen. Dit gebruiken ze oa. in vervloekingen.


Geschiedenis

De eerste vormen van kabbala ontstonden in de 12de en 13de eeuw en wijken behoorlijk af ten opzichte van eerdere vormen van Joodse mystiek (Gershom Scholem, Origins of the Kabbalah, p. 6-7: On the other hand, the forms of Jewish mysticism that appeared in the Middle Ages from around 1200 onward under the name "Kabbalah" are so different from any earlier forms, and in particular from the Jewish gnosis of Merkabah mysticism and German Hasidism of the twelfth and thirteenth centuries, that a direct transition from one form to the other is scarcely conceivable).


Citaten

Professor dr. W. Ouweneel: “het Joodse occultisme dat uiteindelijk teruggaat op (verminkte) Bijbelse waarheden, vermengd met mysticisme, gnosticisme, astrologie en magie, welk laatste vooral is gekoppeld aan de getalswaarde van de 22 letters van het Hebreeuwse alfabet” (Ouweneel, W.J., Het domein van de slang. Christelijk handboek over occultisme en mysticisme, Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 1996).

Rebecca Brown en Daniël Yoder: “is de leer van de Kabbala een godsdienst van geestelijke kracht en een vervolg op de oude aanbiddingsdienst van Baäl en Moloch (welke in het Oude Testament streng door God werd veroordeeld). In werkelijkheid gaat het om een vorm van satanisme, ofschoon mensen die er deel van uitmaken, de naam satan nooit gebruiken. Zij onderwijzen en dienen de “Meester”” (Brown, Rebecca en Daniel Yoder, Onverbroken vloeken, Gazon Uitgevrij, 1995).

K.M. Pulz: “Wie de betekenis van de Kabbala voor de Joodse leer en het Joodse leven niet kent, zal nooit kunnen begrijpen hoe orthodoxe Joden over geloofskwesties denken. De Kabbala met haar mengelmoes van halve waarheden en verzinsels (verdichtsels zoals genoemd in 2 Cor. 11:14; 1 Tim. 1:4; 2 Tim. 4:4, Titus 1: 13 en 14; 2 Petr. 1:16) heeft (delen van) het Joodse volk nog verder verwijderd van Yoshua, en een invalspoort gegeven voor duistere machten, en wel vooral omdat het Jodendom het bestaan van antigoddelijke machten ontkent. In plaats van de verlossing door God door middel van Zijn Gezalfde Verlosser Jezus (Yoshua = God redt), zwelgt men in een zogenaamd versmeltingsproces van lichaam, ziel en geest, waardoor men denkt de volmaaktheid van de kosmos te bereiken. De Kabbala die door een deel van de Joden als hoogste kennis wordt gezien, voert in werkelijkheid in de diepste afgrond”. “Zoals de Heiland Zelf tijdens Zijn bediening op aarde heeft ervaren, zijn juist de religieuzen van Israël door boze machten beheerst. En als het bij hun kabbalistische praktijken werkelijk te doen was om de werking van de Heilige Geest, zouden ze al lang hebben ingezien dat Yoshua de beloofde Messias is en dat er geen andere komen zal” (Pülz, K.M., Bijgeloof en Kabbala in het Jodendom. In: Israël en de Bijbel),


Koop nu


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!