Codex Bezae

Zie ook: Tekstkritiek,

De Codex Bezae Cantabrigensis (D of 05) is een belangrijk handschrift van het Nieuwe Testament. Het dateert uit de 5de of 6de eeuw. Het is in hoofdletters (unciaal schrift) geschreven op perkament. Het bevat, zowel in het Latijn als in het Grieks de meeste tekst van de vier Evangeliën, Handelingen en een klein fragment van 3 Johannes.

Inhoud

Beschrijving

Het manuscript geeft de Evangeliën in een ongebruikelijke volgorde weer: Mattheüs, Johannes, Lukas en Markus (als in de Codex Washingtonianus); van deze is alleen het Evangelie volgens Lukas compleet. Na enkele ontbrekende bladzijden gaat het manuscript verder met de derde brief van Johannes en bevat een deel van Handelingen. Er staat één kolom per bladzijde en het heeft 406 bladen, waarschijnlijk waren dat er oorspronkelijk 534. De Griekse bladzijde links staat steeds tegenover een Latijnse bladzijde rechts. Wat opvalt is dat de eerste drie regels van elk boek zijn geschreven met rode inkt, en de titel van een boek deels met rode en deels met zwarte inkt. Tussen de 6de en de 9de eeuw hebben minstens negen correctoren aan het handschrift (document) gewerkt.

De Griekse tekst is uniek, ze bevat veel ingevoegde gedeelten ('ínterpolaties') die nergens anders gevonden worden, een paar opmerkelijke weglatingen ('omissies') en een grillige neiging om zinnen in andere woorden weer te geven. Buiten dit ene Griekse handschrift wordt dit teksttype gevonden in de Oud-Latijnse vertalingen (van voor de Vulgaat), zoals in de Latijnse tekst van dit handschrift, en in de Syrische en Armeense vertalingen. Het is een "Westers" teksttype en het is de enige Griekse getuige van de Westerse tekst. Het handschrift laat de brede verspreiding van dit teksttype zien, dat nog steeds bestond in de 5de en 6de eeuw, toen deze Codex Bezae geschreven werd.

De Latijnse tekst verhoudt zich niet rechttoe rechtaan tot de Griekse tekst en dit heeft voor onenigheid tussen critici gezorgd. Tegenwoordig is men het er over eens dat het Grieks afstamt van een vroege zijtak van de hoofdstroom van de handschriftelijke traditie. De meeste schrijvers overwegen dat de Griekse tekst zich onafhankelijk ontwikkeld heeft, terwijl het Latijn een onhandige poging tot vertaling van het Grieks lijkt, dat vervolgens op zijn beurt werd aangepast aan het Latijn. Ook in de Bijbelwetenschap heeft deze onderlinge afstemming het gebruik van de Codex Bezae achtervolgd. Over het algemeen wordt de Griekse tekst behandeld als een onbetrouwbare getuige, maar behandeld als "een belangrijke aanvullende getuige, wanneer hij overeenkomt met andere vroege Bijbelse handschriften".

Enkele opvallende eigenschappen: Mattheüs 16:2-3 zijn aanwezig en worden niet als vals of twijfelachtig aangeduid. Markus heeft in hoofdstuk 16 het lange slot. Lukas 22:43-44 en het verhaal van Pericope Adultera (Joh. 7:53-8:11) zijn aanwezig en er staat niet bij aangegeven dat deze passages twijfelachtig of vals zouden zijn. Johannes 5:4 ontbreekt. De tekst van Handelingen is bijna 10% langer dan de algemeen aanvaarde tekst.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!