Huistafels

Zie ook: Kerkgeschiedenis, Wijsheidliteratuur,

Huistafels (Haustafeln) zijn Nieuwtestamentische regels waarnaar christenen in hun onderlinge omgang als huisgezin en groep te leven hebben.

Inhoud

Bijbel

In de Bijbel komt deze term niet voor. Over het algemeen worden de volgende teksten gerekend tot de huistafels: Rom.13:1-2, 4, 9; Col. 3:19; Ef. 6:1-3, 4, 5-8, 9; 1 Petr. 3:1, 6; 5:5, 6; 1 Tim. 3:2-6; 5:5-6; Tit. 1:6-9.


Terminologie

Het Duitse woord Haustafel ('huistafel'), meervoud Haustafeln, verwijst naar een samenvattende Bijbelverzen met specifieke regels die leden van elk huishouden of groepering naar verwachting zullen uitvoeren. De term is bedacht door Maarten Luther (M. Luther, Kleine Catechismus [1529], tweede aanhangsel).


Christendom

Het was Maarten Luther die het begrip Haustafeln in het Duitse taalgebruik introduceerde (M. Luther, Kleine Catechismus [1529], tweede aanhangsel), in het Nederlands huistafels. Luther doelde daarmee op vermaningen die gericht waren aan bepaalde standen in de maatschappij. Martin Dibelius definieerde de Haustafeln nog nauwkeuriger als oudchristelijke en oudkerkelijke "Spruchsammlungen" die "die Pflichten der einzelnen Gruppen im Hause festlegen".

Daniël H. De Waele stelt dat "De huistafels in het Nieuwe Testament maken deel uit van die universele wijsheidstradities van oud-oosterse oorsprong, dat zich via allerlei wegen in de hellenistische wereld verfbreidde en verrijkt werd met Grieks-filosofische motieven" (Daniël H. De Waele. De huistafels, p. 14).


Koop nu