Herder
ἀρχιποίμην G750 "herders (hoofd vd)", ποιμήν G4166 "herder", בּוֹקֵר H951 "veehouder , ossenherder", רָעָה H7462 "herder",


Schaapherder (Nederland)

Schaapherder (Israël)

De herders ten tijde van de geboorte van Jezus Christus

  1. Inleiding

    Hetgeen over de herders wordt gezegd, of beter tegen de herders wordt gezegd is tijdloos. De engelen verkondigden aan deze mensen een van de belangrijkste keerpunten van de geschiedenis, nl. dat de Vredevorst was geboren. Echter, deze proclamatie werd niet gedaan aan journalisten of geschiedenisschrijvers, zodat (helaas voor ons onderzoek) wij niet meer rechtstreeks kunnen bepalen op welk tijdstip deze gebeurtenis zich afspeelde. Toch kunnen wij. op basis van deze schaarse gegevens, een aantal vragen stellen, welke misschien beantwoord kunnen te worden:

    • Zij waren buiten bij de kudde, kan dit een aanwijzing zijn voor het jaargetijde?
    • Is er een reden, waarom zij zich daar met hun kudde bevonden?
  2. Geografische Locatie

    Volgens Lukas bevonden de herders zich in de buurt van Bethlehem. Echter is dit logisch? Temeer daar er een vermelding in de Mishna (Tract. Babab Kamma VII 7) staat dat het verboden is om binnen de landsgrenzen kleinvee te fokken.1 Echter het blijkt dat er een uitzondering wordt gemaakt voor verschillende regio's2, waaronder een gebied in de regio van Bethlehem namelijk Tekoa. Hier was ook een toren Migdal Eder welke door rabbi's "het koninklijke kasteel van Bethlehem" wordt genoemd, deze toren werd gebruikt door herders welke schapen fokten voor de tempel.3 Deze locatie was uitermate geschikt, de tempel trok veel pelgrims die offerdieren, zoals schapen, nodig hadden om ze te slachten in de offerdienst, een snelle aanlevering van deze offerdieren, vanuit een logistiek standpunt bekeken, was zeer gewenst. Deze omgeving was een van de weinig vruchtbare omgevingen in de buurt van Jeruzalem waar men in grote getale schapen kon fokken zonder in overtreding te zijn met de joodse wetten.4

  3. Jaargetijde

    De opmerking dat de herders midden in de nacht buiten de wacht hielden bij de kudde, kan een indicatie zijn betreffende het jaargetijde waarin Christus is geboren. Was het December, Januari, Februari of was het midden in de Zomer? Aanwijzingen voor welk jaargetijde het kan zijn, is of de kudde het gehele jaar daar was, in welke periodes er voldoende voedsel was, en of de weersgesteldheden het toelieten.

    Er is een passage in de Mishna5 dat deze kuddes het gehele jaar ronddaar waren. Een grazende kudde gebruikt relatief veel gras, en het is logisch dat als men lang op een plek bleef, er een tekort zou komen aan voedsel. Als men de kudde iedere dag naar de stal zou brengen, kan men ook niet zover weg, waardoor het gestelde voedselprobleem parten zou kunnen gaan spelen. Dit probleem zal zich minder snel voordoen als de herders zoveel mogelijk buiten bij hun kuddes bleven, men hoefde niet steeds de lange weg naar de stal te maken waardoor men zodoende bij de grazige weiden konden blijven.

    Een reden om toch enigszins overdekt de wacht houden in deze omgeving, bijvoorbeeld bij toren Migdal Eder zou het weer kunnen zijn, als dit laatste inderdaad zo is, dan zou men aan de hand hiervan misschien een tijdsindicatie kunnen geven in welk jaargetijde de geboorte was. Nu is het zo dat de nachten (ook in de winter) niet dusdanig koud zijn om binnen te blijven. Ter verduidelijking een overzicht van de gemiddelde temperaturen 6 die hier ?s winters gelden:

    Gebiedtemp. ?s nachtstemp. overdagtemp. gemiddeld
    De kustvlakte ca. 9? C. ca. 17? C. ca. 13? C.
    De centrale bergrug ca. 5? C. ca. 13? C. ca. 9? C.
    Het Jordaandal ca. 10? C. ca. 20? C. ca. 15? C.
    Transjordanië ca. 4? C. ca. 12? C. ca. 8? C.

    Uit de tabel blijkt dat Bethlehem welke op de centrale bergrug ligt een gemiddelde temperatuur is van 9? Celsius. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, men denkt maar aan de jaren 1950 en 1957 toen er een grote sneeuwval was, wat natuurlijk consequenties heeft voor een algemene verlaging van de temperatuur.

    Betreffende de regenval blijkt dat deze in Februari7 het grootst is. Echter deze is niet dusdanig dat men hiervoor zou gaan schuilen. We moeten dus concluderen, dat we op basis van deze gegevens niet kunnen bepalen in welk jaargetijde Christus is geboren.

  4. Achtergronden

    Sommigen geleerden stellen dat herders "de outlaws" van die tijd waren, maar aanwijzingen van dit negatieve beeld over de herders komen pas sinds de 5de eeuw voor in Joodse geschriften.8Uit de diverse reeds aangehaalde passages uit de Mishna blijkt dat gewone herders met hun kleinvee niet in deze omgeving mochten ophouden. Deze herders waren speciaal aangesteld en mochten zich bezig houden met schapen welke geschikt moesten zijn voor de tempel, in dit kader is het interessant dat zij de eersten waren die op de hoogte werden gesteld van de geboorte. Dat zij de Redder, het ultieme Offerlam, mochten zien nadat zij velen gewone offerlammeren naar de tempel hadden gebracht. Wat zullen ze gedacht hebben bij het idee dat hun werk er nu opzat.

    Uit diverse Joodse geschriften bleek dat zij de verwachting hadden dat de Verlosser 's nachts zou komen.9 Misschien is om deze reden het tijdstip "midden in de nacht" vermeld.

  5. Aantekeningen
    1. Mishna; Tractaat Babab Kamma VII.7 "Men mag in het land Israel geen kleinvee fokken." Omdat het de velden afzet en de planten beschadigt. Zie ook Edersheim, The Life and Times of Jesus the Messiah, Book 2, Ch. VI., "In fact the Mishnah (Baba K. vii. 7) expressly forbids the keeping of flocks throughout the land of Israel, except in the wilderness - and the only flocks otherwise kept, would be those for the Temple-services (Baba K. 80 a)."
    2. ibidVII.7 Maar men mag het fokken in Syrie (Het Syrische land dat door David is veroverd [2 Sam 8: 3-6] maar niet tot het land [=Israel] gerekend wordt), en in de woesteinen (en in de wouden Barajta, talmud 79b) die in het land van Israel zijn (Zief, Tekoa en Gibon). Men mag geen kippen fokken, met het oog op offerzaken (Het vlees van offers van lichtere heiligheid) en priesters [mogen het] in het [gehele] land Israels niet, met het oog op de reine zaken (Hoofdheffing, heffing uit het Tiende en deegheffing, die overal doch alleen door priesters en in reinheid mogen gegeten worden). [Kippen woelen dikwijls in mest en zijn daarom onrein cf. Lev 11 hoewel daar geen kippen worden genoemd]
    3. Babylonische Talmud, Tract Shekalim, VII.4 "Cattle found all the way from Jerusalem to Migdal Eder, and in the same vicinity in all directions, are considered, if male, as whole-offerings, and if female as peace-offerings."
    4. Edersheim, The Life and Times of Jesus the Messiah, Book 2, Ch. VI., "This Migdal Eder was not the watchtower for the ordinary flocks which pastured on the barren sheepground beyond Bethlehem, but lay close to the town, on the road to Jerusalem. A passage in the Mishnah leads to the conclusion, that the flocks, which pastured there, were destined for Temple-sacrifices, and, accordingly, that the shepherds, who watched over them, were not ordinary shepherds. The latter were under the ban of Rabbinism, on account of their necessary isolation from religious ordinances, and their manner of life, which rendered strict legal observance unlikely, if not absolutely impossible." en in een voetnoot: "This disposes of an inapt quotation (from Delitzsch) by Dr. Geikie. No one could imagine, that the Talmudic passages in question could apply to such shepherds as these."
    5. Babylonische Talmud, Tract Shekalim, VII.4 "Cattle found all the way from Jerusalem to Migdal Eder, and in the same vicinity in all directions, are considered, if male, as whole-offerings, and if female as peace-offerings. R. Jehudah says: 'If they are fit for Passover-offerings they may be used for such purpose, providing Passover is not more than thirty days off.'"; Rodkinson, Michael L. "Babylonische Talmud" Boek 2, Vol. IV p. 30-31 in een voetnoot: "MISHNA d. R. Jehudah states, that if the animal found was a yearling and a male, it is considered a Passover-offering, but may be sacrificed only as a peace-offering, because a Passover-offering must be intended for a stipulated number of persons. (See Exod. xii. 4.) The sages, however, say, that on account of the number of whole-offerings which were brought at the time, the animal found must not be eaten, for fear lest it be intended for a whole-offering and a grave offence be committed. Hence it should be sacrificed as a whole-offering only."
    6. Drs. J. Negenman, "Een geografie van Palestina", Kampen, 1982, p. 88.; Drs. W. Smit, "Isra?l", Bussum, 1979, p. 55.
    7. Edersheim, The Life and Times of Jesus the Messiah, Book 2, Ch. VI., "The same Mishnic passage also leads us to infer, that these flocks lay out all the year round, since they are spoken of as in the fields thirty days before the Passover - that is, in the month of February, when in Palestine the average rainfall is nearly greatest.... The average rainfall in the seasons in Jerusalem amounted to 4.718 inches in December, 5.479 in January, and 5.207 in February (see a very interesting paper by Dr. Chaplin in Quart. Stat. of Pal. Explor. Fund, January, 1883). For 1876-77 we have these startling figures: mean for December, .490; for January, 1.595; for February, 8.750 - and, similarly, in other years. And so we read: 'Good the year in which Tebheth (December) is without rain' (Taan. 6 b). Those who have copied Lightfoot's quotations about the flocks not lying out during the winter months ought, at least, to have known that the reference in the Talmudic passages is expressly to the flocks which pastured in 'the wilderness' ({hebrew}). But even so, the statement, as so many others of the kind, is not accurate. For, in the Talmud two opinions are expressed. According to one, the 'Midbariyoth,' or 'animals of the wilderness,' are those which go to the open at the Passovertime, and return at the first rains (about November); while, on the other hand, Rabbi maintains, and, as it seems, more authoritatively, that the wilderness-flocks remain in the open alike in the hottest days and in the rainy season - i.e. all the year round (Bezah 40 a). Comp. also Tosephta Bezah iv. 6. A somewhat different explanation is given in Jer. Bezah 63 b."
    8. NetBible, "Luke", Hfdst. 2: 8
    9. Gill, J., "Exposition of the Entire Bible; Luke 2", "and the {Tzeror Hamrnor, fol. 73. 3.} Jews say, that the future redemption shall be in the night; and Jerom says {Jerom In Matt. xxv. 6. }, it is a tradition of the Jews, that Christ will come in the middle of the night"


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!