Appel, Abrikoos
תַּפּוּחַ H8598 "appel, appelboom", תַּפּוּחַ H8599 "Tappuah",

Malus pumila

Appel of Abrikoos
In de Bijbel komen we een aantal keren het woord תּפּוּח (tappûach) tegen welke in de meeste vertalingen wordt vertaald met Appel. De bekende bioloog Tristram daarentegen denkt dat met tappûach de Abrikoos (Prunus armeniaca) wordt bedoeld. Hij baseert zich op Hooglied (2:3-5;7:8) waar wordt gesproken dat de vrucht van de boom zeer zoet smaakt en een heerlijke reuk verspreid. In Spreuken 25:11 lezen we dat ze er uit zien als goud, een oranje-achtige kleur wat overeenkomt met de Abrikoos. De Appelboom is minder zoet en ruikt lang niet zo sterk als de Abrikoos, bovendien voert hij als argument aan dat de Appelboom oorspronkelijk niet voor kwam in Israël, om die reden is het volgens hem logisch dat het om een andere boom moet gaan zoals de Abrikoos. De biologen Harold N. en Alma L. Moldenke ondersteunen deze theorie van Tristram door te stellen dat de Appel zoals wij die tegenwoordig kennen pas recentelijk door selectie en cultivatie zo smakelijk is geworden.

Anderen hebben nog gespeculeerd dat de gouden appels de Sinaasappel (Citrus sinensis) zou zijn, maar zoals de Moldenkes terecht opmerken, kwam deze uit het oosten van India en werd niet eerder geïntroduceerd in Israël dan 1000 v.C., het kan dan ook niet gaan om deze boom.


In Hooglied wordt onder meer beschreven dat de vrucht van deze boom zeer zoet smaakt en een heerlijke reuk verspreid. Echter alleen van de gecultiveerde appel is de vrucht zoet, in de wilde vorm zijn het zure krengen en worden ze lang niet zo groot als die we in de winkel kopen.

Het aardige is dat als je op de waddeneilanden in Nederland komt je regelmatig verwilderde appelbomen tegenkomt. Toeristen eten een appel en gooien het klokhuis in de berm of iets verder van de weg af. Soms willen de pitten in deze klokhuizen tot ontkieming komen en ontstaat er een verwilderde appelboom.



Was de verboden vrucht in het paradijs een appel?

In Genesis 3: 6 wordt niet vermeld om wat voor soort vrucht het gaat. In de 4de eeuw n.C. gebruikte de latijnse Vulgata in de frase "de boom der kennis des goed en des kwaads" (Gen 2:9) het woord malum. Nu heeft in het Latijn het woord malum niet alleen de betekenis van "kwaad" maar ook de betekenis van "de appel", de vergissing was dus op deze manier gemakkelijk gemaakt.



Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!