Tijd
αἰών G165 "werelden, heelal, universum, eeuw, tijdsperiode, eeuwigheid", ὥρα G5610 "uur", עַד H5703 "eeuwig, tot het einde", עוֹלָם H5769 "eeuwigheid, altijd durend", עֵת H6256 "when, always, eveningtide +, season,",

Zie ook: Artikelen Blog, Eeuwigheid,

Tijd de opeenvolging (een reeks) van momenten. Tijd wordt soms na hoogte, breedte en lengte gezien als de vierde dimensie. Van een gebeurtenis kan gezegd worden dat deze na een andere gebeurtenis plaatsvindt. Dit laatste is niet geheel correct daar een dimensie twee kanten op kan wat met tijd niet het geval lijkt te zijn.

Inhoud

Bijbel

Tijdrekening

Tijdrekening vond in het NT plaats vanaf zonsopgang. Het zesde uur (Luk. 23:44), was dan ook rond de middag (12:00 uur) en het negende uur (Luk. 23:44) was om 15:00 uur volgens onze tijdrekening.


De schepping van tijd

Bij een vergelijking van de verschillende cosmogoniën valt op dat er nooit sprake is van een schepping ex nihilio (uit het niets). Zo zien wij bij de Griekse mythes reeds de aanwezigheid van een "Chaos" (materie) en een "Cronos" (tijd). De Babylonische "Enuma Elish", wiens naam is afgeleid van de eerste twee woorden, begint met Toen boven in de hemel ... waarbij "toen" verwijst naar de aanwezigheid van tijd, en de eerste Apsu de god die de wateren vertegenwoordigd, de aanwezigheid van materie aangeeft.

In Genesis 1 lezen we בְּרֵאשִׁית, בָּרָא אֱלֹהִים, אֵת הַשָּׁמַיִם, וְאֵת הָאָרֶץ "In het begin schiep God de hemel en de aarde." Hier zien we een aantal essentiële verschillen:

  1. Als eerste het woord bara'  "scheppen", dit wordt in de Bijbel alleen gebruikt voor het scheppen van iets totaal nieuws, wat nog niet eerder bestond.
  2. Het tweede wat opvalt is dat God pas na de actie "In het begin schiep" wordt genoemd. Terecht is afgevraagd waarom er niet 'élohîm bara' bir'shît  (God begon te scheppen) staat, de reden is hierboven gegeven: bara'  betekent scheppen "ex nihilio", wat voor de menselijke geest onbegrijpbaar is, namelijk omdat het "Wezen" dat verantwoordelijk voor deze actie ondefinieerbaar is, omdat Hij niet door onze zintuiglijke organen kan worden waargenomen. Daarom is het voor de tekst nodig om ons eerst te vertellen over een activiteit van Hem bara', waarvan de resultaten ons toestaan om Hem te "observeren".
  3. Uit het voorgaande komt nog een derde vraag: Waarom "In het begin schiep"? Sommige vertalingen, zoals de Living Bible en de Good News Bible willen dit liever vertalen met "Toen God begon te scheppen" of zoals de NV in een kanttekening "In het begin toen God de hemel en de aarde schiep". Waarschijnlijk hebben zij zich hierbij laten beïnvloeden door het beginwoord van het Babylonische scheppingsverhaal "toen boven". Echter de vergelijking van Genesis 1 met het Babylonische scheppingsverhaal heeft twee grote bezwaren:
    1. Het Akkadische woord enuma, lett. "toen, wanneer", mag niet worden gelijkgesteld met het Hebreeuwse woord Bere'shith, lett. "in een begin". Het woord "enuma" is namelijk een bijwoord van tijd, terwijl bere'shit een zelfstandig naamwoord is.
    2. Het Babylonische scheppingsverhaal kan men inhoudelijk niet gelijkstellen met het Bijbelse scheppingsverhaal. Ook al zijn er enkele inhoudelijke overeenkomsten, de verschillen zijn des te groter. We komen hier later op terug.

Werd hierboven gesteld, dat de letterlijke vertaling "in een begin" was, waarom wordt dan door veel vertalingen, zoals de SV en NBG, "in het begin" gebruikt? Beide varianten zijn grammaticaal mogelijk, de vertalers van de SV en NBG zijn uitgegaan van het gezichtspunt van de schepping, waarbij het inderdaad "het begin" is, terwijl in de andere variant wordt uitgegaan van het gezichtspunt van de Schepper welke reeds voor Zijn schepping aanwezig was, dus "in een begin". Deze laatste variant wordt ondersteund door een raar fenomeen welke we in het Hebreeuws zien.
Het Hebreeuws kent geen hoofdletters, toch wordt de eerste letter van בְּרֵאשִׁית met een grote letter geschreven. In de Torah zijn slechts een 16-tal soortgelijke gevallen van hoofdletters bekend, wat is de reden hiervan? Volgens de joden is de schepping slechts secundair en de mens primaire zorg betreft God. (Latere commentators gaven een meer praktische reden op: De Torah is geschreven op 5 aparte rollen, en de Bet gaf aan dat dit het begin was.)


God en Tijd

In de vorige alinea is er al op gewezen dat de schepping volgens de Bijbel ex nihilio (uit het niets) is, de scheppingshandeling beslaat geen tijd, daar het start zonder een object waarmee de Tijd kan worden gemeten (Eli Munk, p. 30). Het woord בְּרֵאשִׁית verkondigt de komst van "Tijd": "In het begin schiep God de hemel en de aarde". Als voor de schepping geen "tijd" was en God al aanwezig was (als de scheppende Kracht; cf. וּֽמֵעֹולָ֥ם עַד־עֹ֝ולָ֗ם אַתָּ֥ה אֵֽל ûmē‘wōlām ‘aḏ-‘wōlām ’atâ ’ēl "en van altijd en altijd bent U God" Ps. 90:2), dan betekent dit dat God buiten de "tijd" staat, in de Bijbel wordt dit beschreven als יְהוָ֖ה אֵ֥ל עֹולָֽם JHWH ’ēl ‘wōlām "des eeuwigen Gods" (Gen. 21:33) of vanuit onze beperkte blik כִּ֤י זֶ֨ה אֱלֹהִ֣ים אֱ֭לֹהֵינוּ עֹולָ֣ם וָעֶ֑ד kî zeh ’ĕlōhîm ’ĕlōhênû ‘wōlām wā‘eḏ "Want deze God is onze God eeuwiglijk en altoos" (Ps. 48:15; cf. Ps. 119:44; Mic. 4:5), waarbij עַד ‘eḏ slaat op hetgeen buiten de "tijd" is en עוֹלָם ōlām "the metaphysical idea of eternity" (Gesenius, p. 612) is. Het is om die reden dat Dasberg in zijn vertaling "de Eeuwige" gebruikt voor de Godsnaam, niet omdat hij dit het juiste equivalent vindt, maar het geeft weer wat er volgende de Joodse opvatting in opgesloten ligt (J. Dasberg, "De Pentateuch met Haftaroth", Inleiding). Gods aanwezigheid gaat veel verder dan het "eeuwige". Het is dan ook van belang om het verschil tussen de begrippen "eeuwigheid" en "tijd" te begrijpen. Plato heeft de volgende poging ondernomen om het verschil tussen deze twee begrippen uit te leggen: "Accordingly, seeing that that Model is an eternal Living Creature, He set about making this Universe, so far as He could, of a like kind. But inasmuch as the nature of the Living Creature was eternal, this quality it was impossible to attach in its entirety to what is generated; wherefore He planned to make a movable image of Eternity, and, as He set in order the Heaven, of that Eternity which abides in unity He made an eternal image, moving according to number, even that which we have named Time." (Plato, Timaeus 37d; cf. A.C. Hendrix, Op zoek naar de tijd. Tijd en eeuwigheid in Plato, Plotinus en Augustinus, [2015])


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!