‹ Het getuigenis der sterrenAstrologie en de Bijbel (2) ›
Astrologie en de Bijbel
Gepubliceerd op 15-12-2005

Astrology: This is the excellent foppery of the world: that when we are sick in fortune-often the surfeits of our own behaviour-we make guilty of our disasters the sun, the moon, and stars, as if we were villains on necessity, fools by heavenly compulsion, knaves, thieves, and treachers by spherical predominance, drunkards, liars, and adulterers by an enforced obedience of planetary influence. . . . An admirable evasion of whoremaster man, to lay his goatish disposition on the charge of a star!
William Shakespeare, poet. Edmond, in King Lear, act 1, sc. 2.

Als vervolg op mijn vorige blog, hier een kort overzicht wat de Bijbel zegt over astrologie. De vorige keer was al geconstateerd dat er de laatste tijd steeds meer artikelen verschijnen in diverse boeken en tijdschriften, met als thema dat het "Evangelie in de Sterren" is te lezen. Veel van deze artikelen geven een theologisch aandoende beschrijving wat er aan de sterrenhemel is te zien. In advertenties die deze boeken aanprijzen kan men omschrijvingen vinden als "Dit boek geeft een schitterende uiteenzetting van bijbelse waarheden aan de hand van de sterren en de sterrenbeelden." Daar dit nogal verbazingwekkend is en erg naar een christelijke variant riekt van astrologie hier een hoofdstuk wat de Bijbel werkelijk zegt over astrologie en sterrenwichelarij.

Onder astrologie wordt verstaan “de leer van de invloed der hemellichamen op het lot en de aanleg van de mensen” een tweede betekenis is “de kunst van het opstellen van horoscopen”. Astrologie is een zeer oude kunst, en komt in iedere cultuur voor, waar ook veel aandacht werd besteed aan astronomie, als voorbeelden noem ik de Babyloniërs, Perzen, Grieken, Romeinen, Egyptenaren, Chinezen en Indiërs. Men moet dan ook stellen dat astronomie en astrologie in eerste instantie één wetenschap was, we zullen merken dat pas in latere tijden scheiding tussen deze twee begrippen ontstond. Bij sommige culturen was zij verweven met hun stergodsdienst (= astrolatrie).

Eind 19de eeuw werden diverse boeken geschreven die pretendeerden dat het Evangelie in de sterren kon worden gelezen. De meest bekende zijn "Witness of the Stars" door E.W. Bullinger en "The Gospel in the Stars" door Joseph A. Seiss. Aanhangers van deze theorie, zich baserend op teksten als "de hemelen Gods eer vertellen" (Psalm 19:2a), en dat God "het getal der sterren kent; Hij noemt ze alle bij namen" (Psalm 147:4) , stellen dat God's hele verlossingsplan terug te vinden is in de diverse sterrenbeelden van de Dierenriem en dat de geschiedenis van de mensheid en van Christus begrepen kan worden uit de sterrenbeelden. Op basis van de hierboven genoemde twee Bijbelteksten vragen ze zich af hoe deze sterren dan Gods eer kunnen vertellen. De schrijvers zien een profetische betekenis in de namen van de sterren en de situering van de sterren aan de hemel (Bullinger p.8).

De vorige keer is al gesteld dat deze schrijvers een verkeerde interpretatie gaven aan deze namen en dat de profetische conclusie niet correct is en dat bij het bestuderen van deze seculiere bronnen men dus zeer kritisch moet zijn en de diverse seculiere bronnen niet moet verwarren met hetgeen in de Bijbel staat. Bovendien de waarschuwing dat wij constant in het achterhoofd moeten houden dat God de Schepper is van deze hemellichamen.

Alvorens we ingaan wat er in de Bijbel over astrologie staat, zal eerst een overzicht worden gegeven hoe de astrologie zoals wij die kennen is ontstaan. Het heeft zijn oorsprong bij de Babyloniers. De oudste vermeldingen van astrologie komen uit Mesopotamië en zijn meer dan 4500 jaar oud, het gaat hier dan om een zekere koning Nimrod die tegen God vecht. Dit verhaal wordt zowel in de Bijbel (Genesis 10) als in de Gilgamesh genoemd. Pas in de zevende eeuw voor Christus zien we een eerste beschrijving van astrologische betekenissen, hoewel de nadruk voornamelijk op de astronomische kant lag en op de verering van de sterren. In de Bijbel (2 Koningen 17:16, 30) wordt een beschrijving gegeven dat de Babyloniers bogen "voor alle heir des hemels" en dat zij goden maakten die werden geplaatst in "de huizen der hoogten" ofwel Zigguraths, dit zijn een soort trappiramides waarop men de sterren (=hun goden) observeerden. De Toren van Babel was zo'n Ziggurath (Genesis 11: 4). Vaak stonden erop zo'n Ziggurath heilige bomen, die daar bijvoorbeeld ter ere van Ashtoreth stonden, ook hiervan vinden we voorbeelden in de Bijbel (2 Koningen 23:7, 15).

Om enig inzicht te krijgen hoe men toen dacht zal een aantal astrologische voorbeelden worden geven uit deze periode:

  • Over de droogte in de zomer toen Sirius scheen zei Homerus (850 v.C.) “De helderste ster (= Sirius), als teken voor sterfelijke mensen, een duivelse voorspeller.”, over deze ster wordt verder geschreven door Manilius (1ste eeuw n.C.) “van zijn natuur vloeien de meest verschrikkelijke krachten, die beneden (= de Aarde) regeren.” De astronoom Geminos (77 v.C.) had een beter beeld van de situatie en schreef “In het algemeen wordt geloofd dat Sirius de hitte veroorzaakt van de hondsdagen; maar dit is fout, daar de ster meer het seizoen markeert van het jaar wanneer de hitte van de zon op zijn grootst is.”
  • De ster Regulus (α Leonis) nu is de helderste ster in Leo en het geloof was dat deze als Sharru (= Babylonisch “de koning”), de hemelse zaken regelde en onder zijn gesternte werden koningen geboren.
  • Hippocrates (460?-377 v.C.) zei over de Pleïaden “in de herfst, en onder de Pleïaden, sterven velen” in verband met de griep en andere ziekten die dan beginnen.
  • Vergilius (70-19 v.C.) zegt over het sterrenbeeld Hydra “Wanneer de Poel verdroogt van hitte, de akkers splijten, Dan springt de Waterslang op ‘t land, om toe te bijten, Slaat roode blikken op, en glipt, van dorst verwoed, En razende van brand, vervaarlijk in dien gloed, Langs veld en akkers heen."
Uit bovengenoemde voorbeelden blijkt dat een groot deel van de astrologische waarden gekoppeld zijn aan het seizoen wanneer het sterrenbeeld opkomt.

In het Westen is de astrologie voornamelijk overgenomen uit de Arabische geschriften (die dit weer van de Grieken hadden overgenomen) en men ziet met name in de eeuwen tot de Renaissance een duidelijke verweving met andere wetenschappen als astronomie, wiskunde en filosofie. Een goed voorbeeld over de vermenging van de astrologie met de geneeskunst blijkt uit hetgeen de 14de eeuws Engelse dichter Geoffrey Chaucer over een dokter schrijft:

“Daar staat geen mens met hem op éne lijn. In artsenijenkunde en chirurgie, Want hij wist alles van astrologie. Door observaties van het firmament Vond hij de juiste kuur voor elke patiënt. ‘t Was door magie dat hij de ziekte keerde Met hulpe van het beeld dat hij formeerde.”
In die periode hechtte men veel waarde aan de astrologie en men dichtte verschillende krachten toe aan de diverse planeten:
  • Mercurius, verwekt in de wereld twist, strijd, haat en oproer. Hij geeft ook kracht om vermogen te verwerven, schatten op te hopen, rijkdom en voorraad te verkrijgen. Bovendien is hij het gesternte van verstand en wijsheid.
  • Venus, brengt in de wereld rust, vrede, lust, blijdschap, gezang, gejuich en de vreugdebedrijven der bruiloftsfeesten. Zij bevorderd de rijpheid van vruchten en andere gewassen.
  • Mars, verwekt oorlog, moord en verdelging. Hij veroorzaakt pestziekten, hij maakt het vochtige jaargetijde droog; door hem ontstaat hongersnood, vuurbraking, donder, hagel en doodslag.
  • Jupiter, is het gesternte der welwillendheid en liefde. Hij bevorderd de groei van alle gewassen en vruchten. Maakt einde aan oorlog, vijandschap en twist.
  • Saturnus, verwekt naar zijn bestemming oorlog, roof, gevangenschap en hongersnood; verwoest landen en rukt koninkrijken omver.

Dat de andere planeten niet genoemd worden, komt omdat deze toen nog niet ontdekt waren. Bij de voortschrijdende ontwikkelingen, gaat men echter steeds meer scheiding zien tussen astrologie en astronomie. Waar we bij Newton nog astrologische studies als curiositeit vinden, zien we bij latere wetenschappers zoals Halley hier nauwelijks iets van terug. De astronomie is tot wasdom gekomen en de astrologie wordt bezien als bijgelovige sterrenwichelarij. In een aantal spreuken en gezegden zien we nog een aantal restanten: iemands ster gaat op (onder), een ster in de lucht! (waarschuwing dat de politie in aankomst is), hij is onder een (on)gelukkig gesternte (of planeet) geboren. De stoute is Venus gunstig, aan Venus offeren (wellustig in de liefde). Het staat in de sterren geschreven.

In de laatste helft van onze eeuw krijgt de astrologie een nieuw aspect, een religieuze beweging die New Age wordt genoemd gaat de moderne astrologie beheersen en is gefascineerd door het magische jaar 2000. Zij gaan er van uit dat het mensdom zich bevindt op een keerpunt in de wereldgeschiedenis. Door de precessie komt de zon nu langzamerhand op in het sterrenbeeld Aquarius. Er komt volgens hen een Nieuwe Tijd (New Age), waarin het Christendom, het tijdperk Pisces, de boventoon voerde, voorbij is. één van de belangrijkste (astronomische) kenmerken van deze beweging is dat er verschillende wereld-tijdperken zouden zijn. De idee van wereldtijdperken is niet een nieuwe vinding, want deze wordt reeds in de Germaanse sagen genoemd, waar na de godenschemering of Ragnarok, een periode van oorlog, een nieuwe aarde met vrede komt. Ook de Azteken meenden dat er al 4 wereldtijdperken waren geweest en een vijfde op komst was. En zo zijn er meerdere volken in het verleden geweest die deze denkwijze hadden. De New Age beweging heeft deze slechts samengevoegd in een nieuw jasje en opnieuw de wereld ingebracht.

Een volgende keer zullen we dit onderwerp verder uitdiepen.


Tags: Astronomie
Gerelateerde onderwerpen: Astronomie

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Cadeauwinkel