We gaan verder met onze (concept)vertaling  van Ruth, deze keer het eerste gedeelte van hoofdstuk 3.

3:1 En Naomi, haar schoonmoeder, zei tegen haar: Mijn dochter! zou ik [voor] jou geen thuis zoeken, zodat het je goed gaat?
3:2 Nu dan, is Boaz niet onze familievriend, bij wiens (dienst)meisjes je bent geweest? Zie, hij zal deze nacht gerst wannen op de dorsvloer.
3:3 Zo was je en parfumeer je en doe je kleren aan en ga naar de dorsvloer. En maak je niet bekend aan de man totdat hij klaar is met eten en drinken.
3:4 En het zal gebeuren als hij gaat liggen en je de plek weet waar hij is gaan liggen; dan ga je daarheen en til de deken aan zijn voeteneind op en ga liggen, hij zal je dan laten weten wat je moet doen.
3:5 En zij antwoordde tegen haar: Alles wat je hebt gezegd zal ik doen.
3:6 Toen ging zij naar de dorsvloer en deed daar alles wat haar schoonmoeder haar had verteld.
3:7 Toen Boaz gegeten en gedronken had en zijn hart vrolijk was ging hij liggen aan de rand van een [graan]berg. Daarna kwam zij zachtjes binnen en sloeg [de deken] aan zijn voeteneind op en ging liggen.
3:8 En het gebeurde midden in de nacht, dat die man schrok en om zich greep; En zie, een vrouw lag aan zijn voeteinde.
3:9 En hij zei: Wie ben je? En zij zei: Ik ben Ruth, je dienares, sla je vleugel uit over je dienares, want jij bent de losser.

Net als de vorige keer is aan het begin van ieder vers een link gegeven naar het desbetreffende vers op de website (waar de laatste wijzigingen staan), ook vinden jullie daar naast verschillende vertalingen in een apart tabblad mijn aantekeningen en onderbouwing van de vertaling en eventuele verwijzingen naar andere bronnen. Mijn vertaling heeft als werktitel “AantekeningenBijbel” en staat tussen de andere vertalingen als AB (helemaal bovenaan) zover het is vertaald.

Tags: , ,

We gaan verder met onze (concept)vertaling  van Ruth, deze keer het tweede gedeelte van hoofdstuk 2.

2:13 En zij zei: Laat mij gunst vinden in je ogen, mijn heer, omdat je mij getroost hebt en omdat je naar het hart van je slavin gesproken hebt, hoewel ik niet een van jouw slavinnen ben.
2:14 En Boaz zei tot haar toen het etenstijd was: Kom hier bij en eet van het brood en doop jouw stuk in den wijn. Zo zat zij naast de maaiers en hij gaf haar geroosterd [graan] en zij at en werd verzadigd en hield zelfs over.
2:15 Toen zij nu opstond, om te verzamelen, gebood Boaz zijn knechten en zei: Laat haar ook tussen de schoven verzamelen en val haar niet lastig.
2:16 Ja, laat ook af en toe een handvol voor haar vallen en laat het liggen, zodat zij het kan verzamelen en scheld niet tegen haar.
2:17 Zo verzamelde zij in dat veld tot het avond werd en zij dorste wat zij had verzameld en het was bijna een efa gerst.
2:18 En zij pakte het en kwam in de stad en toen haar schoonmoeder zag wat zij verzameld had en ook nog eens haar gaf wat ze had meegenomen wat zij van haar eten overgehouden had.
2:19 Toen zei haar schoonmoeder tot haar: Waar ben je vandaag wezen verzamelen, en waar hebt gij gewerkt? Gezegend hij die naar je omgekeken heeft! En zij vertelde haar schoonmoeder bij wie ze gewerkt had en zei: De naam van de man bij wie ik vandaag gewerkt heb, is Boaz.
2:20 Toen zei Naomi tegen haar schoondochter: Gezegend is de HEER, Die Zijn goedheid niet heeft onthouden aan de levenden en aan de doden! Verder zei Naomi tegen haar: Die man is familie van ons; hij is een van onze lossers.
2:21 En Ruth, de Moabietische, zei: Ook omdat hij tegen mij heeft gezegd: Je moet dicht bij de knechten blijven die ik heb, tot zij klaar zijn met de hele oogst die ik heb.
2:22 En Naomi zei tegen haar schoondochter Ruth: Het is goed, mijn dochter, dat je met zijn (dienst)meisjes meegaat, zodat ze jou niet lastig vallen in een ander veld.
2:23 Zodoende bleef zij bij de (dienst)meisjes van Boaz, om te verzamelen, tot de gerstoogst en tarweoogst beëindigd waren en ze bleef bij haar schoonmoeder.

Net als de vorige keer is aan het begin van ieder vers een link gegeven naar het desbetreffende vers op de website (waar de laatste wijzigingen staan), ook vinden jullie daar naast verschillende vertalingen in een apart tabblad mijn aantekeningen en onderbouwing van de vertaling en eventuele verwijzingen naar andere bronnen. Mijn vertaling heeft als werktitel “AantekeningenBijbel” en staat tussen de andere vertalingen als AB (helemaal bovenaan) zover het is vertaald.

Ik ben enorm blij als er aanvullingen worden gegeven of verbeteringen. Echter het heeft geen zin om ditzelfde gedeelte over te nemen van een andere Bijbel en als reactie te plaatsen zonder commentaar. Het doel is om tot een nieuwe moderne vertaling te komen en daarnaast is het vaak niet toegestaan om grote stukken uit een een andere vertaling over te nemen, omdat daar meestal copyrights op zitten. Zinvoller is het om het Bijbelvers te vermelden en onderbouwen waarom de andere vertaling beter is.

Tags: , ,

‘Relevance is the enemy of history’. Het moest nog even gezegd worden voordat de lezer ook maar kan beginnen aan Lenderings nieuwe boek, Israël Verdeeld.

Het is wederom een prachtig boek van Lenderings hand en het heeft zoals de meeste van zijn boeken een fascinerend onderwerp.

Het betreft de situatie van de Joden van pakweg 180 v.C. tot 70 n.C. met als hoofdthema de splitsing tussen de groepering van dé Joden en dé christenen.
Dat het onderwerp veel ingewikkelder is blijkt al in de eerste hoofdstukken. Lendering pleit ervoor dat men niet kan spreken over “de” Joden, maar betoogt dat er meerdere Joodse stromingen zijn die al enorm veel van elkaar verschilden.
Er volgt een uitgebreide uitleg over de geschiedenis van de Joden vanaf de tijd van de Makkabeeën en er wordt erg goed uitgelegd dat de Joodse stromingen op veel punten verschilden, sterker nog ‘Er was dan ook nagenoeg geen onderwerp waarover consensus bestond’ als we Lenderings betoog geloven.

In deze diversiteit was echter één van de dingen die enige verbondenheid bracht de apocalyptiek, het idee van een eindtijd.
In deze periode stonden meerdere messiassen op, waaronder Jezus van Nazareth.

Lendering besteedt terecht veel aandacht aan Jezus, juist omdat hij vindt dat hier vooral christelijke (of anti-christelijke) boeken over verschijnen en weinig onafhankelijke wetenschappelijke werken over deze periode verschijnen.

Lendering zegt zelf al dat menig portret over Jezus meer zegt over de schrijver dan over de historische Jezus zelf (p. 208). Hiermee maakt hij gelijk ook een mooie schets over zichzelf. Hij probeert een reëel beeld van de historische Jezus van Nazareth te creëren en besteedt daarom aandacht aan de zogenaamde ‘Q’. Een verloren bron over Jezus, waar veel nieuwtestamentici het over eens zijn, waarop veel gedeelten van Mattheüs en Lucas op gebaseerd zijn. Lendering heeft al eens een reconstructie van deze bron gemaakt en hoopt door middel van deze bron een zekerder beeld te geven over Jezus.
Er volgt een gedetailleerd verhaal over wat wel waar is van Jezus en overal waar geen overlap is wordt zorgvuldig vermeld: ‘één bron is geen bron’. Nu heeft Lendering oudheidkundig hier natuurlijk gelijk in, maar wat overblijft is een overdreven scepticisme t.a.v. de Bijbelse Jezus. Lendering bevestigd dit door te meten met een dubbele maatstaf. Zo zegt hij over het missen van bevestiging of correctie bij Josephus het volgende: ‘we moeten dus op onze hoede zijn, zoals altijd als we slechts één bron hebben.’ (p. 256). Hier volgt ook nog een uitleg bij dat we zeker weten dat Josephus soms fouten verdoezelde. Dit volgt dan nog de methode één bron is geen bron, maar zolang het over Jezus gaat moet alles of dubbel geattesteerd zijn, of het moet volgens een ander principe betrouwbaar zijn, maar anders vindt het al snel geen rol in dit boek, omdat het niet toetsbaar is (daarnaast uit Lendering zich hierom dus kritisch over de zuigelingenmoord in Bethlehem). Aan één kant logisch, maar Lendering is niet zo kritisch als hij Josephus als bron gebruikt en laat dan toch zien dat hij zelf een stukje kritischer is bij een messias dan bij een ander persoon.

Lendering mag dan wel zijn eigen visie behoorlijk door laten schemeren, maar hij onderbouwt het goed (hoewel sommige stukken omtrent Jezus, ‘Q’ en de canon erg speculatief overkomen). Het is een heel erg helder verhaal waarin hij erg complexe materie begrijpelijker maakt.

Relevantie is de vijand van de geschiedenis citeert Lendering. Hierdoor merk je ook een beperktere bronnenkeuze. Als oudheidkundige neemt Lendering natuurlijk weinig theologische boeken tot zich en daardoor lijkt het alsof het godsdienstige punt wordt gemist. Te denken valt aan hoe Lendering het Jodendom degradeert tot een polytheïstische stroming omdat er erkend werd dat er meer bovennatuurlijke krachten waren dan God alleen. Natuurlijk heeft ook het Jodendom (soms) polytheïstische trekjes als je gaat kijken naar hoe ze met afgoden omgingen uit Egypte e.d. , maar om een enkele inscriptie van twee Joden aan te halen die Pan vereren is erg kort door de bocht. Hier had een uitgebreidere (historische) argumentering mogen volgen.

Nu is dit natuurlijk slechts een zijstraatje van het boek. De ondertitel suggereert namelijk al dat het om de scheiding tussen het Jodendom en het Christendom gaat (hoewel die ondertitel anders had moeten zijn, namelijk: De Joodse wereld aan het begin van de jaartelling, aldus Lendering). Deze beschrijving is dan ook erg helder, informatief en werkelijk mooi neergezet.

Een laatste punt moet wel benoemd worden. Zolang Lendering spreekt over de breuk tussen de Joden en Christenen gaat hij ervan uit dat deze groeperingen nog heel erg lang naast elkaar leefden, met het christendom als Joodse stroming en dat er pas met het Concilie van Nikaia werd besloten ‘dat Christus niet alleen volledig mens was geweest, maar ook volledig God.’ Lendering noemt dit een ‘buitengewoon vernieuwend besluit, aangezien de hele christelijke theologie er tot dan toe van uit was gegaan dat Christus aan God de Vader onderworpen was’. Dit is veel te kort door de bocht en simpelweg niet waar. Er wordt al in de Bijbel gesproken over Jezus als God-zijnde en daarnaast is er een hele theologische discussie al geweest in de 2e en 3e eeuw over de Triniteit die slechts werd geformaliseerd in Nikaia (zie bijv. dit artikel). Daarnaast waren de vroege kerkvaders (bijv. Ignatius 1e/2e eeuw) er ook absoluut niet voor om vast te blijven houden aan Joodse opvattingen. Lendering beschrijft dit mogelijk vanuit de Joodse kant, maar vanuit de christelijke kant was er al lang afscheid genomen van de Joodse stromingen.

Al met al is ‘Israël Verdeeld’ een prachtboek, waar natuurlijk wel wat haken en ogen aan zitten. Het boek is een aanvulling voor iedereen die meer wil weten over het Jodendom in de eerste eeuw en zou zeker interessant zijn voor juist de mensen die geschiedenis wel relevant vinden (lees: christenen). Het geeft een erg toegankelijke achtergrond op de wereld waar Jezus in leefde en het heeft meer diepgang dan elk ander Nederlandstalig boek (wat ik voor ogen heb gehad) over deze periode.

Israël verdeeld is het nieuwste boek van Jona Lendering. Het is te koop via Athenaeum.nl en wordt zondag 23 november 2014 gepresenteerd in het Rijksmuseum van Oudheden.

Door Mischa van de Giessen

Tags:

We gaan verder met onze (concept)vertaling (die ik voor het gemak maar de werktitel Aantekeningen Bijbel heb gegeven) van Ruth, deze keer hoofdstuk 2.

2:1 Nu had Naomi een familievriend van haar man een man die enorm rijk was, uit de familie van Elimelech en zijn naam was Boaz.
2:2 En Ruth, de Moabietische, zei tot Naomi: ‘Laat mij toch in het veld gaan en van de aren oplezen, achter hem in wiens ogen ik genade vind.’ En zij zei tot haar: Ga, mijn dochter!
2:3 Dus ging ze op pad en kwam in een akker en verzamelde [aren], achter de maaiers. En het gebeurde bij toeval dat zij op een deel van de akker van Boaz kwam, die uit de familie van Elimelech is.
2:4 En zie! Boaz kwam van Bethlehem en zei tot de maaiers: De HEER is met jullie! En zij zeiden tegen hem: De HEER zegene jou!
2:5 En toen zei Boaz tot zijn knecht die leiding gaf aan de maaiers: Van wie is die jonge vrouw?
2:6 En de jongen die leiding gaf over de maaiers antwoordde en zei: Dit is de Moabietische jonge vrouw, die met Naomi is meegekomen uit de landstreek Moab.
2:7 En zij had gezegd: ‘Laat mij toch verzamelen en inzamelen tussen de schoven achter de maaiers.’ Zij kwam en is gebleven van ’s ochtends vroeg tot nu toe; ze is maar weinig thuis.
2:8 Toen zei Boaz tot Ruth: Luister goed, mijn dochter! Ga niet naar een ander veld om te verzamelen en ook zul je niet van hier weggaan, maar sluit je aan bij mijn (dienst)meisjes.
2:9 Houdt je ogen op dit veld dat zij maaien zullen, en ga achter hen aan. Heb ik de knechten niet bevolen dat ze je niet lastig vallen? Als je dorst [hebt] ga tot de vaten en drink van wat de knechten zullen scheppen.
2:10 Toen viel zij neer op haar aangezicht en boog zich ter aarde, en ze zei tot hem: Waarom heb ik genade gevonden in uw ogen, dat u mij respecteert, terwijl ik een vreemde ben!
2:11 En Boaz antwoordde en zei tot haar: Het is mij allemaal verteld, wat je voor jouw schoonmoeder hebt gedaan na de dood van je man. En dat [je] jouw vader en jouw moeder en jouw vaderland hebt verlaten, en naar een volk bent gegaan dat je gisteren en de eergisteren niet kende.
2:12 De HEER geeft vrede voor jouw inspanningen en je beloning volledig zijn door de HEER, de God van Israël, onder wiens vleugels je een toevlucht hebt gezocht!

Op verzoek van een lezer is aan het begin van ieder vers een link gegeven naar het desbetreffende vers op de website (waar de laatste wijzigingen staan), ook vinden jullie daar naast verschillende vertalingen in een apart tabblad mijn aantekeningen en onderbouwing van de vertaling en eventuele verwijzingen naar andere bronnen. Mijn vertaling heeft zoals gezegd de werktitel “AantekeningenBijbel” en staat tussen de andere vertalingen als AB (helemaal bovenaan) zover het is vertaald.

Voel je vrij om aanvullingen te geven of verbeteringen.

Tags: , ,

Lazen we gisteren het eerste deel van Ruth, vandaag het tweede gedeelte van onze conceptvertaling:

11 En toen zei Naomi: ‘Keer terug mijn dochters!
Waarom zullen jullie met mij meegaan?
Heb ik nog zonen in mijn lichaam dat ze jullie mannen kunnen zijn?’
12 Ga terug, mijn dochters! Ga heen; want ik ben te oud om [nog] een man te hebben.
Zelfs als ik al zei: Ik heb hoop, of dat ik ook deze nacht een man had, ja zelfs zonen baarde.
13 Zouden jullie daarop wachten, tot ze volwassen zijn geworden,
zouden jullie daarop wachten, om geen man te nemen?
Nee, mijn dochters! want het is voor mij veel bitterder dan voor jullie,
want tegen mij heeft zich uitgestrekt de hand van de HEER.
14 Toen verhieven ze hun stem en begonnen opnieuw te huilen en Orpa kuste haar schoonmoeder, maar Ruth klampte zich aan haar vast.
15 En toen zei ze: Zie uw schoonzus is teruggegaan naar haar volk en naar haar goden, ga jij ook je schoonzus achterna.
16 En toen zei Ruth: Smeek mij niet dat ik je zal achterlaten en terug te keren,
want waar jij heengaat daar zal ook ik heengaan en waar jij overnacht, zal ik overnachten.
Jouw volk [is] mijn volk en jouw God [is] mijn God.
17 Waar jij zult sterven, zal ik sterven, en daar wil ik begraven worden;
De HEER mag zo met mij doen en nog veel erger: Ja, niet de dood zal scheiding maken tussen mij en jou.
18 En toen ze zag, dat zij het besluit had genomen om met haar mee te gaan, hield ze op met haar tegen te spreken.
19 Zo gingen zij samen tot zij in Bethlehem kwamen. En het gebeurde toen zij in Bethlehem kwamen dat de hele stad over hen in rep en roer was en zij zeiden: Is dit Naomi?
20 En toen zei ze tegen hen: Noem mij niet Naomi [maar] noem mij Mara, want grote bitterheid heeft Almachtige mij aangedaan.
21 [Met] veel ging ik weg maar met niets heeft de HEER mij doen terugkeren, waarom zouden jullie mij Naomi noemen.
Omdat de HEER mij tegensprak en Almachtige me kwaad heeft aangedaan?
22 Zo kwam Naomi terug en [met] Ruth, de Moabitische, haar schoondochter.
Zij kwam terug uit de landstreek van Moab en zij kwamen in Bethlehem aan het begin van de gerstoogst.

Aantekeningen en onderbouwing zijn hier te vinden, ook zullen daar de laatste updates worden doorgevoerd. Voel je vrij om aanvullingen te geven of verbeteringen.

Tags: , ,

Ruth

Hierbij een eerste (concept)vertaling van Ruth 1:1-10:

1 Ten tijde dat de richters richtten gebeurde het dat er hongersnood in het land was,
Daarom vertrok een man van Bethlehem-Juda om als vreemdeling te wonen in de landstreek van Moab,
hij en zijn vrouw en zijn twee zonen.
2 De naam nu van deze man was Elimelech en de naam van zijn vrouw Naomi en de naam van zijn twee zonen Machlon en Chiljon, Efrathieten van Bethlehem-Juda en zij kwamen in de landstreek van Moab en bleven daar.
3 Toen stierf Elimelech de man van Naomi,
en zij bleef over met haar twee zonen.
4 Deze namen zich Moabitische vrouwen, de naam van de een was Orpa en de naam van de andere Ruth en zij bleven daar ongeveer tien jaren.
5 En toen stierven die twee, Machlon en Chiljon. Zo bleef deze vrouw alleen achter zonder haar twee nakomelingen en zonder man.
6 Toen maakte zij zich klaar om met haar schoondochters te vertrekken en ging weg uit de landstreek van Moab,
Want zij had in het land van Moab gehoord dat de HEER notitie van Zijn volk had genomen en hun voedsel had gegeven.
7 Daarom ging zij uit van de plaats, waar zij geweest was en haar twee schoondochters met haar.
8 En toen zei Naomi tot haar twee schoondochters: Ga! Keer terug, ieder naar het huis van je moeder.
De HEER moge jullie trouw blijven, zoals jullie gedaan hebben bij de doden en bij mij.
9 Dat de HEER jullie geeft dat jullie rust vinden, een ieder in het huis van haar man.
En als zij hen kuste begonnen ze luid te huilen.
10 En zij zeiden tot haar: Wij zullen vast en zeker met jou terugkeren naar jouw volk.

Aantekeningen

De meeste aantekeningen hebben te maken met de vertaling en kunnen op de website worden bekeken. Vol je vrij om aanvullingen te geven of verbeteringen.

Tags: , ,

Een stem zegt: Proclameer! En hij zegt: Wat moet ik proclameren? Al het vlees is [als] gras en al zijn goedertierenheid als een bloem van het veld.

Jesaja 40:6

Het klinkt zo mooi om de mens te vergelijken met de schitterende bloemen die in de velden groeien. Maar lezen we verder dan zien we dat zodra de warme zomer komt het gras verdort en de bloemen verwelken, zoals ook te zien is op bovenstaande foto. In tegenstelling tot Gods Woord welke duurzaam is, want we lezen in vers 8Het gras verdort, de bloem verwelkt, maar het Woord van onze God bestaat tot in eeuwigheid.

Tags:

Vandaag werd gepreekt in onze kerk over de gelijkenis van het goede zaad en het onkruid, hierbij mijn (concept)vertaling van dit gedeelte uit Mattheüs 13:24-30:

24 Een andere gelijkenis hield Hij hen voor en zei: Het koninkrijk van de hemel is als een mens die goed zaad in zijn akker zaaide.
25 En toen de mensen sliepen, kwam zijn vijand, en zaaide dolik tussen de tarwe en ging weg.
26 Toen nu het gewas opgeschoten was en vrucht begon te ontwikkelen, toen werd ook de dolik zichtbaar.
27 En de lijfeigenen van de eigenaar kwamen en zeiden tot hem: Meester, heb je geen goed zaad in je akker gezaaid? Van waar komt dan deze dolik?
28 En hij zei tot hen: Een vijandig mens heeft dit gedaan. En de lijfeigenen zeiden tot hem: Wil je dan dat wij erheen gaan en het verzamelen?
29 Maar hij zei: Nee, zodat jullie niet [tijdens] het verzamelen van de dolik ook mogelijk tegelijk de tarwe eruit trekt.
30 Laat ze beiden gezamenlijk opgroeien tot de oogst en in de oogsttijd zal ik tot de maaiers zeggen: Verzamel eerst de dolik en bindt het in schoven om het te verbranden, maar verzamel de tarwe in mijn schuur.

Aantekeningen

Vers 25 De meeste vertalingen hebben “onkruid”, maar het Griekse woord zizania is de meervoudsvorm van dolik (Lolium temulentum), een grassoort die nauw verwant is aan het in ons land bekende Raaigras (Lolium perenne) en giftig is. Tot halverwege de vorige eeuw kwam dit veelvuldig voor in Galilea, de streek waar deze gelijkenis werd verteld.

Vers 26 letterlijk staat er “maken” wat in deze context betekent dat de vrucht zich begon te ontwikkelen.

Vers 27 Het woord doýlos̱ wordt vaak vertaald met slaaf of dienstknecht. Omdat in deze periode het niet puur om slaven (mensen die niets over hun eigen lichaam te zeggen hadden) gaat, maar vaak ook vrijgekochte slaven die besloten om bij hun vroegere eigenaar te blijven werken kan het best vertaald worden als “lijfeigene”. In Nederland werden ze vroeger vaak “horigen” genoemd.

Vers 29 Omdat zowel de tarwe als de dolik in een veld vrij dicht bij elkaar staan zou het betekenen dat bij het wieden van de dolik ook de tarwe uit de grond getrokken kon worden. Wat zou inhouden dat hierdoor de wortels van de tarwe beschadigd konden worden en de groei van het graan zou remmen. Tegen de oogsttijd maakt het niet meer zoveel uit om dan eerst de dolik te wieden, omdat direct daarna de tarwe geoogst zou worden. Nadeel van deze methode is dat een deel van de graankorrels van de dolik op de grond vielen en het volgende jaar weer zou opgroeien. Vandaar dat het een hardnekkig onkruid was dat tot halverwege de vorige eeuw op de akkers bleef. Met de moderne landbouwtechnieken werd dit probleem opgelost.

Tags: , , , ,

Wekelijks wordt in deze Bijbelquiz een nieuwe vraag over de Bijbel gesteld, wie het antwoord denkt te weten mag deze als commentaar toevoegen. Het antwoord komt dan de volgende week, zodat iedereen de gelegenheid krijgt om mee te doen in deze Bijbelquiz. En schroom niet om een antwoord te geven, ook al hebben anderen al eerder een poging gedaan.

Antwoord van de vorige keer:

Van de volgende personen kwam ik tegen dat ze melaats waren: De hand van Mozes (Ex. 4:6), Mirjam (Num. 12:8); Naäman (2 Kon. 5:1); Gechazi (2 Kon. 5:27); 4 melaatsen voor de poort van Samaria (2 Kon. 7:3); koning Azarja (2 Kon. 15:5); koning Uzzia (2 Kron. 26:19); Jezus geneest een melaatse (Luk. 5:12) Jezus geneest 10 melaatsen (Luk. 17:12)

De vraag van deze week:
Als iemand per ongeluk een ander doodde dan kon hij vluchten naar een vrijstad. Hoeveel van deze vrijsteden waren er en wat zijn hun namen.

Tags: ,

De woestijn en de dorre vlakte zullen zich verheugen,
de wildernis zal zich verblijden en bloeien met bolplanten.

Jesaja 35:1

Overal waar je in Nederland komt zie je wel iets groeien en het hele jaar door zien we dat er in de natuur iets groens is. In Israël en dan vooral in de woestijnachtige omgevingen is dat niet het geval, alleen in het voorjaar zien we dat na de regenbuien alles bloeit. Zelfs in de woestijnen zie je dan de planten uitspruiten en bloeien om daarna na een paar dagen weer te verwelken om het volgende jaar weer uit te komen. In gecultiveerde woestijngebieden bij Bersheba zie je grote graanvelden, terwijl een paar maanden later het een dorre vlakte is.

In de Judea woestijn zie je papaverachtigen zoals de Adonis palaestina Boiss., maar ook ooievaarsbekken (zie foto linksonder). Veel vertalingen hebben geworsteld met het laatste woord in deze tekst en welke ik heb vertaald met “bolplanten”, zo hebben de SV en de HSV het vertaald met “roos”, terwijl de WV “krokus” heeft en de NBV “lelie”. Dat komt omdat het Hebreeuwse woord ḇaṣṣeleṯ in de Bijbel alleen nog voorkomt in Hooglied 2:1 en dan in combinatie met Saron, een plaats/streek die ook in het volgende vers van Jesaja (35:2) wordt genoemd. Etymologen willen dit woord afleiden van beṣel (‘bol’) en hamats (‘prikkelende’of ‘prachtig’). Dat zou betekenen dat het gaat om een bolplant en biologen hebben verschillende planten aangewezen waar het om zou gaan, met als enige gemeenschappelijke kenmerk dat het bij hun determinatie om bolplanten gaat. Kijken we naar het Hebreeuws dan valt op dat in dit vers het om een categorische aanduiding gaat “met alle [soorten] ḇaṣṣeleṯ” (of “met al het gebloemte”), het lijkt mij dan ook logisch dat we niet zozeer aan één plant moeten denken, maar meer aan een groep planten en vandaar dat ik het heb vertaald met “bolplanten”. Daarbij moge het duidelijk zijn, dat zelfs dit nog niet de volledige lading dekt, want in de woestijn bloeien ook andere planten zoals op de foto afgebeeld en die geen bolplanten zijn.

Tags: , ,

« Older entries