Chanoeka

Het Joodse Chanoeka feest is weer begonnen en een goede reden om daar wat over te schrijven. Komt het voor in de Bijbel en hoe is het ontstaan zijn maar een paar vragen die je je kan stellen.

In het Nieuwe Testament lezen we dat Jezus naar de tempel in Jeruzalem gaat als het Chanoeka is “En het was het feest van de vernieuwing van de tempel te Jeruzalem; en het was winter” (Joh. 10:22). Hoe het toen gevierd werd is niet duidelijk uit de Bijbeltekst, maar er was belangstelling voor en we lezen dat ook Jezus tijdens dat feest in de tempel was (vs. 23). De Griekse en daarmee ook in de meeste vertalingen weergegeven naam “feest van de vernieuwing van de tempel” laat zien dat het een herdenkingsfeest is van de inwijding van de tempel. In het Oude Testament lezen we regelmatig over deze inwijding van de tempel, bijvoorbeeld in Num. 7:10-11,84,88;  2 Kron. 7:9; Neh. 12:27 en Ps. 30:1. In alle gevallen wordt gesproken over de inwijding van een heiligdom (tempel of tabernakel) of een onderdeel van het heiligdom en in deze teksten zien we ook de herkomst van de naam van het feest, want in het Hebreeuws lezen we hier ḥănuka (“inwijding”).

Echter nergens in het Oude Testament lezen we dat dit Chanoeka-feest een jaarlijks fenomeen is, alleen de tekst in het evangelie van Johannes is een verwijzing hiernaar. In het apocriefe boek 1 Makkabeeën 4:59 lezen we dat nadat de Joden de tempel hadden gereinigd  “In overleg met zijn broers en heel de volksvergadering van Israël bepaalde Judas dat ze, zolang ze leefden, het feest van de altaarwijding jaarlijks acht dagen lang in vreugde en blijdschap zouden vieren, te beginnen op de vijfentwintigste van de maand Kislew“. Hier zien we dan ook de eerste verwijzing dat het een jaarlijks feest zou worden en dat het op de 25ste Kislew wordt gevierd. Nu is dat volgens de Hebreeuwse kalender die afwijkt van de onze omdat deze op de maankalender is gebaseerd, maar we kunnen stellen dat het bijna altijd in december wordt gevierd.

Het Chanoeka is een typisch lichtfeest en centraal staat het aansteken van de Nér-tamied, het eeuwige licht, hoewel rabbijn de Vries liever spreekt over het “gestage licht”, want zegt hij het licht kan wel eens in een onbewaakt ogenblik uitgaan, net zoals bij het oermodel is het niet een altijd brandend, maar een regelmatig verzorgd licht. Hiermee bedoeld hij het licht van de gouden kandelaar of menorah, die in de tabernakel en later in de Tempel van Salomo en die van Ezra stond. Het Chanoeka is een herdenkingsfeest en we zien hier de link met de menorah uit de tabernakel en tempel. Volgens de legende zouden de priesters ten tijde van de Makkabeeën maar één flesje olie hebben gevonden waarop deze menorah 8 dagen bleef branden (Mishna, Sabbat 21b; Hubarah, Yosef. “Sefer Ha-Tiklāl (Tiklal Qadmonim)”. Jerusalem 1964, pp. 75b–79b).

Maar wat is de betekenis van deze menora? De profeet Zacharia (4:1-7) zag ook de menora in een droom en een engel vraagt hem om de betekenis. Hij wist het niet en krijgt dan als antwoord “Niet door kracht, niet door geweld, maar door Mijn Geest [zal het gebeuren], zegt de HEER Zebaot“. Dat is waar naar wordt verwezen als het licht wordt ontstoken, dat door God’s Geest Zijn wil zal gebeuren.

Tags: ,

De afgelopen weken zie je een tweetal discussies in de kranten en vooral op de Social Media, de eerste is of de geboortedag van Jezus wel op 25 december is, en de tweede of kerstmis wel een christelijk feest is. Zonder te proberen op beide vragen een antwoord te geven, valt wel een aantal zaken te noemen die enig licht werpen op deze vragen.

Zo wordt regelmatig beweerd dat de geboortedag van Jezus en derhalve ook het vieren hiervan pas eind vierde eeuw voor het eerst voorkomt. Toch blijkt dat al veel eerder er verschillende vermeldingen zijn van de geboortedag. Zo noemt Clemens van Alexandrië (ca. 200 n.C.) 19, 20 april en 20 mei als data voor de geboorte van Jezus (Stromata I.21.146), terwijl Sextus Julianus Africanus (voor 221 n.C.) 25 maart als datum noemt van zowel de aankondiging van Jezus’ geboorte als van zijn sterven, wat volgens hem impliceert dat 25 december werd beschouwd als de dag waarop Jezus werd geboren. Als laatste voorbeeld, volgens Pseudo-Cyprianus, De Pascha computus, is 28 maart de dag van Christus’ geboorte. In deze voorbeelden zien we dat de geboortedag dus vooral in de periode maart tot mei valt, met een enkele uitzondering. De eerste vermelding dat de geboortedag van Jezus wordt gevierd vinden we in de Chronografie uit Rome van Philocalus, uit 354 n.C. waar de geboortedag van Jezus in een lijst met sterfdata van martelaren wordt aangegeven als 25 december. Ondanks het vreemde fenomeen dat het hier niet om een sterfdatum maar een geboortedatum gaat, wijst dit erop dat deze geboortedag van Jezus als een feestdag werd gezien. Gaan we verder zoeken in de oude bronnen dan blijkt dat in Constantinopel Gregorius van Nazianze (ca. 380 n.C.) zich opwerpt als ‘initiator’ (exarchos) om het kerstfeest ook in deze stad te vieren (Een suggestie dat Constantijn de Grote bij de invoering van het feest hier geen rol heeft gespeeld).

Het is in de vierde eeuw dat men religieuze feesten begon te formaliseren en ook de datum waarop de geboorte van Jezus Christus gevierd moest worden werd behandeld. Een tweetal  datums worden met nadruk vermeld, afhankelijk van de christelijke groepering. Als eerste 6 januari waarop het Epifanie-feest (de verschijning van de Heer) werd gevierd door de kerken in het oosten en aanvankelijk gevierd naast de feesten Pasen en Pinksteren. Pas in de 4de eeuw kwam hier verandering in met de ketterijen van de Arianen. De andere datum die we veelvuldig zien is 25 december, waarbij niet direct duidelijk is waarop dit is gebaseerd. Opvallend is dat het Chanoeka-feest, het Joods lichtfeest (25ste Kislev), waarin men viert dat, ten tijde van de oorlog met de Makkabeeën, de Menora bleef branden op slechts heel weinig olie, ook in deze periode valt en het is zeer goed mogelijk dat er verwarring was tussen de twee kalenders. Toch is het goed om te kijken of er andere feesten waren die op 25 december werden gevierd en of het mogelijk is dat deze feesten al vroegtijdig zijn overgenomen door de christenen.

Het idee dat op 25 december de Sol Invictus, volgens de Perzisch/Romeinse Mithras cultus de geboorte van hun god, werd gevierd is niet logisch want dit feest werd op 11 december gevierd (Hijmans, Steven. “Sol Invictus, the Winter Solstice, and the Origins of Christmas”, Mouseion 3.3, 2003 p. 385; Hijmans, Steven, Dissertation “Sol The Sun in the Art and Religions of Rome”, 2009, Ch. 1 p. 5). Dat de kerstdatum afkomstig is van de Romeinse Saturnalia omdat die op deze dag werden gevierd klopt ook niet, omdat de Saturnalia in eerste instantie werden gevierd op 17 december (Versnel, “Saturnus and the Saturnalia,” p. 141; Palmer, Rome and Carthage, p. 63.), de verwijzing naar de Sigillaria die een paar dagen later werden gehouden waar cadeaus werden gegeven, lijkt meer op een verwijzing dat het om een speciale marktdag ging ter afsluiting van de feesten (Dolansky, “Celebrating the Saturnalia,” pp. 492, 502. Macrobius, Saturnalia 1.10.24). Toch zijn er aanwijzingen dat in de Middeleeuwen verschillende aspecten van de Saturnalia zijn overgenomen in het kerstfeest (Michele Renee Salzman, “Religious Koine and Religious Dissent,” in A Companion to Roman Religion (Blackwell, 2007), p. 121), maar men moet dan goed beseffen dat dit dan een paar eeuwen later is. Een andere mogelijkheid die vaak wordt geopperd is dat het zou gaan om de geboortefeest van Tammuz, ook wel Dumuzid genoemd. Maar ook hier is geen enkele reden voor, Tammuz was een vegetatiegod bij de Sumeriërs en later bij de Assyriërs en Babyloniërs en zijn feest werd gevierd in de zomer. We zien dit terug in de Babylonische en Hebreeuwse kalender die een speciale maand Tammuz hiervoor hebben (juni-juli in onze kalender). De reden hiervoor is dat sommigen denken dat de legenden van deze Tammuz of Dumuzid overeenkomen met die van Jezus (zie hier een artikel erover), maar komt met vele dingen niet overeen.

Dat uiteindelijk 25 december algemeen was geaccepteerd blijkt uit een Kersthomilie van Augustinus, begin 5de eeuw: “It is called the Lord’s birthday when the wisdom of God presented itself to us as an infant, and the Word of God without words uttered the flesh as its voice. And yet the hidden divinity was signified to the wise men by the evidence of the heavens, and announced to the shepherds by the voice of an angel. And so we celebrate this day every year with great solemnity” (Augustinus, Sermon 185.1).

Waarom 25 december als datum is gekozen is uit de diverse oude bronnen niet duidelijk, de verwarring met de datum van het Chanoeka-feest lijkt nog het meest waarschijnlijke. Temeer daar ik nergens een heidens feest heb kunnen vinden wat toen gelijktijdig werd gevierd en dermate belangrijk dat dit vereenzelvigd zou kunnen worden met de geboortedag van Jezus. Betekent dit dat het hedendaagse kerstfeest geen heidense invloeden heeft? Nee, zoals al gezegd werd in de Middeleeuwen al enkele kenmerken overgenomen van andere feesten.

Tags:

Eufraat – Parat

In 2007 schreef ik een artikel over Jeremia 13 waarin wordt vermeld dat Jeremia een gordel moet verstoppen bij de wadi Parat.

13:4 Neem de gordel die je gekocht hebt, welke om uw lenden is en maak je klaar, ga naar de Parat en verstop deze in een rotsspleet.
13:5 Dus ging ik op pad en verstopte hem te Parat, zoals de HEER mij bevolen had.
13:6 En het gebeurde nu na verloop van vele dagen, dat de HEER tot mij zei: Sta op [en] ga naar de Parat en neem de gordel van daar, waarvan Ik je bevolen had [om] hem daar te verstoppen.
13:7 Dus ging ik naar de Parat en groef en nam den gordel van de plaats waar ik hem verstopt had; en zie, de gordel was vergaan en deugde nergens voor.

In dit artikel betoogde ik dat de locatie die genoemd wordt in dit tekstgedeelte zeer waarschijnlijk Ein Parat is. Zoals we ook kunnen lezen in moderne vertalingen als de NBV, oudere vertalingen hebben “Frath” (SV), “Eufraat” (WV96, wat ook de HSV heeft). Echter hoe is het mogelijk dat een Hebreeuws woord zo’n verschillende vertaling kan hebben met zo’n verschillende locatie. Een reden daarvoor, zoals we lezen in veel moderne commentaren dat een wandeling naar de Eufraat ruim 1100 kilometer is en Jeremia dus in totaal ruim 4400 kilometer moest lopen. In en enkel geval wordt dan ook nog eens als onderbouwing verwezen dat de ballingen in Babylon bij de Eufraat leefden en in de StudieBijbel wordt terecht betoogd dat “als Jeremia minstens een half jaar afwezig was door zijn lange reis, zou er bij zijn terugkomst weinig aandacht voor zijn gordel zijn geweest“. En inderdaad klopt het dat deze afstand (tenzij hij rechtstreeks door de woestijn heenging, wat onlogisch is) 1100 kilometer of meer is. Dat is een te grote afstand, dus werd gezocht naar een alternatief welke de geleerden vonden in de wadi Parat welke vlakbij de geboorteplaats van Jeremia is. In het Hebreeuws, dat geen klinkers kent, is er geen onderscheid tussen Parat en Eufraat beiden worden geschreven als PRT en het is dus zeer goed mogelijk dat Parat wordt bedoeld.

Maar is dit ook zo, is de afstand echt te groot? Als Jeremia echt helemaal naar de Eufraat ging in de buurt van Babylon dan zou hij, als hij 25 kilometer per dag aflegde, er ruim 175 dagen in totaal over hebben gedaan en waarschijnlijk duurde de tocht nog langer, omdat 25 kilometer per dag erg veel is. Echter van de week las ik een artikel over het onderzoek van Prof. Gershon Galil betreffende de grenzen van het koninkrijk van koning David welke zich zou uitstrekken tot de Eufraat en het bijgevoegde kaartje laat zien dat de Eufraat inderdaad een stuk dichterbij lijkt dan de locatie in Babylon. Vol enthousiasme dus met GoogleEarth de afstand opmeten en ik kwam op 260. Dus veel minder dan die 1100 kilometer en meteen begonnen met dit artikel te schrijven. Echter het is altijd goed, om nog eens alles goed na te kijken en nog eens alles goed op te meten en nogmaals kwam ik op 260 zeemijl, ja geen kilometers maar zeemijlen. Dat was een grote domper, want in kilometers is dat ruim 480 kilometer. Weliswaar een stuk minder dan die 1100 kilometer, maar toch nog behoorlijk veel. Want dat betekent dat Jeremia nog steeds in totaal ruim 80 dagen (=4×20 dagen) moest lopen.

Uiteraard is het heel goed mogelijk dat Jeremia zo’n grote afstand liep om naar de Eufraat te gaan, ook al is dit dan naar dat gedeelte van de Eufraat waar zeer waarschijnlijk geen Joodse ballingen waren, een tocht van veertig dagen en daarna “na verloop van vele dagen” (vs. 6) van nog zo’n tocht is mogelijk, hoewel de aandacht natuurlijk al een stuk minder zou zijn geweest. Kijken we naar het gebied dan zien we dat er genoeg plekken zijn waar hij de gordel kon verstoppen, zoals uit de foto blijkt, welke vlakbij Zenobia is genomen.

Toch denk ik dat het nog steeds waarschijnlijker is dat met het Hebreeuwse PRT de wadi Parat wordt bedoeld. De afstand is vele malen kleiner en hierdoor konden de toehoorders van Jeremia uit Anatot het veel beter controleren, dan wanneer hij zo’n grote reis had ondernomen. Bovendien is er nog een argument, want ondanks dat Israël al in ballingschap was, Juda en Jeruzalem waren dat nog niet en het tweede gedeelte gaat daarover, want in vers 9 en 10 lezen we: “‘Dit zegt de HEER: Op dezelfde manier zal ik de grote roem van Juda en Jeruzalem laten vergaan. Dit verdorven volk, dat weigert naar mijn woorden te luisteren, dat zich laat leiden door zijn koppige hart en achter andere goden aan loopt, dat hen dient en zich voor hen neerbuigt, zal als deze gordel worden, die nergens meer toe dient” (NBV). Ook al wordt later nog Israël genoemd, de preek is gericht op de achterblijvers in Juda. Net als de gordel die naar “het buitenland” (Eufraat en Parat worden nu een leuke woordspeling) ging, had Juda zich verbonden met heidense volken en zich (net als de linnen gordel) daardoor verontreinigd. Bovendien is dit gebied zeer onherbergzaam met veel rotsspleten, wat overeenkomt met de tekst.

Tags: , ,

Wekelijks wordt in deze Bijbelquiz een nieuwe vraag over de Bijbel gesteld, wie het antwoord denkt te weten mag deze als commentaar toevoegen. Het antwoord komt dan de volgende week, zodat iedereen de gelegenheid krijgt om mee te doen in deze Bijbelquiz. En schroom niet om een antwoord te geven, ook al hebben anderen al eerder een poging gedaan.

Antwoord van de vorige keer:

De man die een kaart van Jeruzalem maakte was Ezechiël (Ezech. 4:1)

De vraag van deze week:
Ze was smoorverliefd op hem en hoewel ze de tweede keus was betaalde hij een dubbele bruidsschat aan haar vader.

Tags: ,

En Hij antwoordde hen, zeggende: Ik zeg jullie dat als deze zwijgen, de stenen [het] zullen uitschreeuwen.

Lukas 19:40 (AB-vertaling)

Een bekende tekst waarin we de reactie lezen van Jezus op de Farizeeën omdat Zijn volgelingen uitriepen “Gezegend is de Koning, Die daar komt in de Naam van de Heere. Vrede in de hemel en heerlijkheid in de hoogste hemelen“. Misschien is het je al opgevallen, het waren niet alleen de discipelen die dit uitriepen en het was zeker niet de eerste keer. Een dertig jaar eerder werd het ook uitgeschreeuwd en wel door de engelen, toen Jezus werd geboren (Luk. 2:14).

Het antwoord van Jezus is opmerkelijk en ik werd hier vanochtend aan herinnerd toen ik weer de vele “kerstsongs” op de radio hoorde. Nederland is geseculariseerd, het kerstfeest is verworden tot een groot commercieel feest, waarin ieder christelijk aspect zoveel mogelijk wordt weggeduwd. Christenen houden hun mond om deze lofzang van de engelen te proclameren, maar verkondigen hoog van de daken dat het geboortefeest van Jezus heidens is, niet mag worden gevierd en nog belangrijker zo snel mogelijk vergeten moet worden. De kansen om te proclameren dat Jezus als Zoon van God naar de aarde is gekomen om ons te redden zien ze van minder belang en zo zien we dat steeds minder het Evangelie wordt verkondigd op de straten tijdens kerst.

En dan hoor ik dat geschetter uit de radio, uit de vele winkels, het komt van alle muren op me af. Overal hoor ik de dweperige, zodra je ze hoort in je hoofd blijvende deuntjes over kerstmis, met als je goed luistert fragmenten van het evangelie tussen de schallende muziek door: “Joy to the World, the Lord has come!”, “Long time ago in Bethlehem, so the Holy Bible said, Mary’s boy child Jesus Christ, was born on Christmas Day”, “…And all the world rejoiced because the King was born at last A savior had been promised now it had come to pass…”. Dat Jezus is geboren, de Koning die Vrede brengt. Overal zie je in de etalages kerststalletjes met daarin Koning Jezus die Vrede brengt.

Daar waar de christenen zwijgen, de wereld is geseculariseerd, schreeuwen de muren, de stenen het uit:

Christus is geboren!!!

Gezegend is de Koning,

Die daar komt in de Naam van de Heere.

Vrede in de hemel en heerlijkheid in de hoogste hemelen!!!

Tags: ,

Onze conceptvertaling van Psalm 122

122:1 Een bedevaartlied van David. Ik verblijd me over hen die tot mij zeggen: Wij zullen gaan naar de tempel van de HEER.
122:2 Onze voeten staan in je poorten, o Jeruzalem!
122:3 Jeruzalem die is gebouwd als een stad, die [uit] een gemeenschap is samengesteld;
122:4 Waarheen de stammen opgaan, de stammen van de HEER, [het is] een inzetting voor Israël om te prijzen naam van de HEER.
122:5 Want, daar staan de tronen van het gerecht, tronen van het paleis van David.
122:6 Bid om de vrede van Jeruzalem; goed moet het hun gaan, die u liefhebben.
122:7 [Laat] vrede binnen uw vestingmuur zijn, veiligheid in uw burchten.
122:8 Omwille van mijn broeders en mijner buren zal ik nu spreken: ‘Vrede zij in jullie!’
122:9 Omwille van de tempel van de HEER, onze God, zal ik het goede voor je zoeken.

Aan het begin van ieder vers is een link gegeven naar het desbetreffende vers op de website (waar de laatste wijzigingen staan), ook vinden jullie daar naast verschillende vertalingen in een apart tabblad mijn aantekeningen en onderbouwing van de vertaling en eventuele verwijzingen naar andere bronnen. Mijn vertaling heeft als werktitel “AantekeningenBijbel” en staat tussen de andere vertalingen als AB (helemaal bovenaan) zover het is vertaald. In de F.A.Q. staan de meeste vragen hoe deze vertaling tot stand is gekomen.

Ik ben enorm blij als er aanvullingen worden gegeven of verbeteringen.

Tags: , ,

Nimrod

8 En Cusch verwekte daarna Nimrod, die belangrijk begon te worden op aarde. 9 Hij was een geweldig jager voor het aangezicht van de HEER, daarom wordt gezegd: Als Nimrod, een geweldig jager voor het aangezicht van de HEER.

Genesis 10:8-9 (AB-vertaling)

In de Bijbel komen we de mysterieuze figuur Nimrod tegen en omdat er vele boeken zijn geschreven met allerlei verklaringen wie hij was, waarbij men zich voornamelijk baseerde op het boek van Alexander Hislop The Two Babylons, vroeg ik me af of er nog meer over deze persoon te weten valt.

Nimrod was de zoon van Kus (Gen. 10:8-9; 1 Kron. 1:10), de eerste koning die regeerde over de steden Babel, en Erech, en Accad, en Calne in het land Sinear. Volgens Genesis 10:11 trok hij later op naar Assur waar hij de steden Nineve, en Rehoboth, Ir (of Rehoboth-Ir), en Kalach en Resen stichtte dan wel veroverde. In Amos lezen we nog een verwijzing naar dit land (Am. 5:5).

Misschien is er een relatie met Sargon van Agade, die door veel wetenschappers als de eerste regeerder van Babylon wordt gezien (Oliver R. Blosser, “Was Nimrod-Sargon of Agade, the First King of Babylon?” It’s About Time (June 1987), p. 10-13). Terwijl Jeremias Nimrod identificeert met de Babylonische held Izdubar of Gishdubar uit de Babylonische Gilgamesh epos en wordt voorgesteld als een machtig jager, altijd vergezeld door vier honden, en de stichter van de eerste grote rijk in Azië (Jeremias, Izdubar Nimrod, Introduction, Leipsic, 1891). Verder is er een theorie dat Nimrod het sterrenbeeld Orion vertegenwoordigt terwijl een andere stelt dat Nimrod staat voor een stam en niet voor een individu (Lagarde, “Armenische Studien,” in “Abhandlungen der Göttinger Gesellschaft der Wissenschaften,” xxii. 77; Nöldeke, in “Z. D. M. G.” xxviii. 279). Er zijn nog een aantal andere theorieën, maar dat zijn of varianten op de bovengenoemde theorieën of baseren zich vooral op vele legenden die vrij laat zijn ontstaan en van Joodse komaf zijn.

Omdat er relatief weinig wetenschappelijke informatie is over de persoon Nimrod besloot ik om nog eens het boek van Alexander Hislop (The Two Babylons, 1853) te lezen en zijn bronnen (die hij gelukkig geeft) na te trekken. Helaas bleek dat geen van zijn bronnen klopte, bijvoorbeeld de claim dat Semiramis de vrouw van Nimrod zou zijn. Hij verwijst dan naar Eusebius (Chronicon 20.13-17, 19-26), maar daar wordt geen melding hierover gemaakt. Bronnen waar Semiramis wel wordt genoemd zoals Herodotus en later door Diodorus Siculus die een complete legende over haar schrijft vermeld hij niet of incorrect, hierdoor blijft de lezer in het ongewisse dat er echte een historische Assyrische koningin Sammuramat (Semiramis) was geweest (zei het vele eeuwen later) en dat ze de echtgenote van Shamshi-Adad V van Assyrië was. Na de dood van haar man, diende zij als regentes 811-806 v.C. voor haar zoon Adad-nirari III (“Sammu-ramat (queen of Assyria)”. Britannica Online Encyclopedia). Het is enorm jammer dat maar weinig aandacht is gegeven dat zijn bronnen niet kloppen, want zelfs nu wordt nog veel zijn werk aangehaald als de “ultieme waarheid”. Alleen een zekere Ralph Woodrow had de moed nadat hij eerst een boek had geschreven op basis van die van Hislop om dit later nog eens te controleren en heeft toen dit goedlopende boek uit de handel genomen omdat hij er niet achter kon staan omdat het werk van Hislop niet wetenschappelijk was onderbouwd en vol fouten stond. Zijn bevindingen kun je lezen in “THE TWO BABYLONS: A Case Study in Poor Methodology”, in Christian Research Journal volume 22, number 2 (2000).

Dat ik dit artikel nu schrijf heeft te maken dat ik de afgelopen tijd in verschillende artikelen heb gelezen dat het kerstfeest eigenlijk het feest van Nimrod is en dat hij door Semiramis (als Maria) werd gebaard en later zelfs met haar trouwde. Deze stelling, van Hislop, is nergens op gefundeerd en men mag dus zeker niet stellen dat Nimrod de grondlegger is van het moderne “heidense” kerstmis. Natuurlijk, er zijn in het hedendaagse kerstfeest veel heidense invloeden gekomen en zelfs de geboortedatum van Jezus was zeer waarschijnlijk niet in december. Maar men kan niet stellen op grond van bovengenoemde dat het kerstfeest van oorsprong dus volledig heidens is.

Tags: ,

Onze conceptvertaling van Psalm 120

120:1 Een bedevaartslied. Ik heb tot de HEER geroepen in mijn nood en Hij heeft mij verhoord.
120:2 HEER, redt mijn ziel van lippen die liegen, van de tong die misleidt.
120:3 Wat zal je de tong van misleiding geven en wat zal hij aan aan jou toevoegen?
120:4 Met de scherpe pijlen van machtige strijders, met daarbij de gloeiende houtskool van de rotemstruik.
120:5 Wee mij, dat ik een vreemdeling ben [in] Mesech, dat ik woon in de tenten van Kedar.
120:6 Lang heeft mijn ziel gewoond bij degenen die de vrede haten.
120:7 Ik [wil] vrede, maar als ik spreek, dan willen zij oorlog.

Aan het begin van ieder vers is een link gegeven naar het desbetreffende vers op de website (waar de laatste wijzigingen staan), ook vinden jullie daar naast verschillende vertalingen in een apart tabblad mijn aantekeningen en onderbouwing van de vertaling en eventuele verwijzingen naar andere bronnen. Mijn vertaling heeft als werktitel “AantekeningenBijbel” en staat tussen de andere vertalingen als AB (helemaal bovenaan) zover het is vertaald. In de F.A.Q. staan de meeste vragen hoe deze vertaling tot stand is gekomen.

Ik ben enorm blij als er aanvullingen worden gegeven of verbeteringen.

Tags: , ,

Want de gebruiken van de volken zijn niets; want het is [als] hout, dat men in het bos heeft gekapt, bewerkt door de handen van de ambachtsman met zijn bijl. Met zilver en met goud overdekt men het, met spijkers hameren ze het vast, opdat het niet wankelt. Ze zijn [als] een palmboom, uit één stuk bewerkt, maar kunnen niet spreken, ze moeten gedragen worden, want [zelf] kunnen ze niet lopen; wees niet bang voor hen, want kwaad kunnen ze niet doen, evenmin als goeddoen.

Jeremia 10:3-5 (AB-vertaling)

De laatste dagen zie ik regelmatig allerlei statements dat bovengenoemde passage een beschrijving is van de hedendaagse kerstboom en de kerstboom dus om die reden afgewezen moet worden. Als je het vluchtig leest dan lijkt dat inderdaad zo, temeer daar in verschillende moderne vertalingen het vijfde vers vaak als “Ze zijn als een vogelverschrikker op een komkommerveld” wordt vertaald. Vorige week had ik al vermeld dat deze vertaalkeuze is overgenomen uit het apocriefe EpJer. 6.70 en dat in de Hebreeuwse grondtekst dit niet staat.

Gaan we dieper in op deze verzen dan lezen we dat in het bos een stuk hout wordt gehaald welke vervolgens bewerkt wordt met bijlen of beitels, een verwijzing dat het dus om een gebeeldhouwd iets gaat wat wordt bevestigd in het volgende gedeelte waarin wordt vermeld dat dit beeldhouwwerk met zilver en goud wordt overdekt. Denk bijvoorbeeld aan het gouden kalveren welke door Aäron (Ex. 32) en Jerobeam (1 Kon. 12:28) werden gemaakt. Het gaat dus om afgodsbeelden en niet om heilige bomen, ook al is het niet onmogelijk dat het hout wat werd gebruikt afkomstig is van een heilige boom. In de beschrijving zien we de spottende opmerking, dat dit beeld vastgespijkerd moet worden, iets wat we ook zien bij veel Egyptische afgodsbeelden omdat het op een platform werd gezet en ervoor zorgde dat het beeld daar niet van af kon vallen. De spot gaat verder dat dit zelf gebeeldhouwde beeld niet kan lopen maar gedragen moet worden (vandaar het platform) en natuurlijk ook niet kan spreken. Het is zo machteloos dat het zelfs niet kwaad of goed kan doen, het is “niets” (het zelfde woord dat ook in Prediker wordt gebruikt “ijdelheid der ijdelheden”). Tot slot zien we de verwijzing naar de palmboom, in de omliggende landen was de palmboom een heilige boom en werd gebruikt voor het maken van afgodsbeelden. Om onder andere die reden zie ik dan ook geen noodzaak om het te vertalen met “vogelverschrikker”.

Uit de hele beschrijving blijkt dat het gaat om het maken en vereren van afgodsbeelden en niet om het vereren van een heilige boom. Over het algemeen werden heilige bomen nooit gekapt en vervolgens vereerd (behalve als er dan een standbeeld van werd gemaakt). Dat hier dan ook sprake is van een voorloper van de kerstboom is dan ook zeer miniem, want een kerstboom wordt niet met goud of zilver overdekt zoals bij het gouden kalf. De kerstboom wordt versierd en lijkt meer op de gewoonte van de Grieken die de jaarlijkse gewoonte hadden om de Aleppo-den te versieren met bloemen en linten ter ere van hun god Attis (wat voeding geeft aan de theorie die stelt dat de Aleppo-den de originele boom van Kerstmis is), maar ook zij kapten de boom niet.

Tags: , ,

Wekelijks wordt in deze Bijbelquiz een nieuwe vraag over de Bijbel gesteld, wie het antwoord denkt te weten mag deze als commentaar toevoegen. Het antwoord komt dan de volgende week, zodat iedereen de gelegenheid krijgt om mee te doen in deze Bijbelquiz. En schroom niet om een antwoord te geven, ook al hebben anderen al eerder een poging gedaan.

Antwoord van de vorige keer:

Het was Apollos (Hand. 18:24-28) die werd onderwezen.

De vraag van deze week:
Deze persoon maakte een kaart van Jeruzalem.

Tags: ,

« Older entries