February 15, 2006

You are currently browsing the daily archive for February 15, 2006.

Een van de hoofdpersonen in de terechtstelling van Christus is de hogepriester Annas. Hoewel op het moment van de terechtstelling Kajafas, de schoonzoon van Annas, hogepriester is, wordt toch gesteld dat ook Annas hogepriester is. Om te voorkomen dat de geestelijke machtshebbers van Israël te veel macht zouden krijgen, hadden de Romeinen ingesteld dat iedere vijf jaar een nieuwe hogepriester moest komen.

Voordat de Romeinen Israël hadden bezet, bekleedde een hogepriester dit ambt voor zijn leven, dat is dan ook de reden waarom Annas zijn titel behield. De Romeinen mochten hem dan wel afzetten, de Joden zagen nog steeds de hogepriester in hem. Hij behoorde, evenals zijn familie, tot de partij der Sadduceërs, en had om die reden een ingekankerde haat tegen Jezus.

Annas zelf was officieël hogepriester van 6 tot 15 na Chr. Verder weten we dankzij Josephus, de bekende geschiedschrijver, naar aanleiding van de dood van Jakobus (de halfbroer van Jezus) in 62 n.C., het volgende: En Caesar, horende van de dood van Festus, zond Albinus naar Judea, als stadhouder. Maar de koning ontzegde Jozef het hogepriesterschap, en wees de opvolging van die waardigheid toe aan de zoon van Annas, die zelf ook Annas genoemd werd. Nu gaat het verhaal dat de oudste Annas een zeer rijke man was, want hij had 5 zonen die allen het hogepriesterschap hadden uitgeoefend, en zelf had hij die waardigheid tevoren bekleed, hetgeen nog nooit eerder was voorgekomen. Ook is bekend dat voordat zijn schoonzoon Kajafas hogepriester werd vijf van zijn zonen deze functie in het Sanhedrin vervulden.

Tags: ,

De afgelopen maanden is er een ware hype rondom het fenomeen Intelligent Design (ID) ontstaan. In de nieuwsbladen wordt het vooral als een opponent van de evolutieleer neergezet. Zonder in te gaan op de voor en tegens van ID, viel het me op dat de basis van deze theorie niets anders was dan een moderne versie van een cosmogonie. Het leek me dan ook interessant, om te kijken wat voor denkbeelden de wetenschappers uit de oudheid hadden.

Een cosmogonie, is een theorie of een leer die aangeeft hoe het heelal is ontstaan. Vooral in de oudheid hadden deze een duidelijk religieuze ondertoon. Tegenwoordig zien wij ze vooral terug in (pseudo-)wetenschappelijke boeken, van waaruit geleerden een cosmologie (de wetenschap of theorie van het heelal als een geordend geheel beschouwd) proberen te bewijzen.

Wat opvalt aan al deze cosmogonieën uit de oudheid dat zij zwaar verweven zijn met hun religie. De wereld en soms ook het heelal is gemaakt in samenstel met verschillende goden. In de griekse mythes ontstond uit de Duisternis de Chaos en uit Chaos ontstond vervolgens Eurynome, de godin van alle dingen, maar toen ze niets vond om haar voeten op te zetten maakte ze scheiding tussen hemel en aarde en ze danste uit alle lust over de wateren. Uit deze wilde dans ontstonden de verschillende winden. Zwanger geworden van een van deze winden (Boreas de Noorderwind) legde ze een Ei, waaruit uiteindelijk de zon, maan, planeten, sterren en de aarde ontstonden.
Deze mythe is waarschijnlijk afgeleid van een andere en oudere mythe van Babylonische oorsprong: de “Enuma Elish”. Het begin hiervan is: Toen boven in de hemel nog niets was benoemd en de aarde beneden nog geen naam droeg, en de eerste Apsu, die ze ontving, en chaos, Tiamat, de moeder van hen beiden. Hun wateren werden door elkaar gemixed, en geen veld was gevormd en geen moeras werd gezien; toen de goden nog niet waren geroepen in existentie, en niemand een naam droeg en geen lotsbestemmingen waren. Toen werden de goden geschapen in het midden van de (hemel). Het vervolg vermeld dat Anu wordt geboren uit deze oerzee en de voorvader wordt van alle goden en mensen.

Bij een bestudering van deze mythes blijkt dat zij niet enig zijn, zo zijn er bij de Grieken alleen al een vijftal verschillende scheppingsverhalen te onderscheiden en bij de Babyloniërs zien we afhankelijk van de locatie invloeden van Sumeriërs en andere oudere volken terug in hun scheppingsverhalen. Ook bij de Egyptenaren zien wij meerdere varianten terug.
Wat opvalt, is dat in al deze verhalen er sprake is van minimaal twee goden, van waaruit de andere goden en de rest van het universum ontstaat. Nu zijn er twee scheppingsverhalen waar dit niet zo is. De eerste komt voor in de Egyptische religie van de zonnegod Amon. Deze godsdienst welke in eerste instantie een van de vele locale godsdiensten was binnen Egypte won aan belangrijkheid tijdens de regering van farao Thutmoses II, door diens opvolger farao Akhenaten werd deze religie tot staatsgodsdienst verheven en de priesters van andere religies zoals die van Re verdreven. Om dit te verwezenlijken werd de godsdienst behoorlijk gereviseerd, elementen uit andere godsdiensten werden geïntegreerd of geëlimineerd, en het scheppingsverhaal werd omgebouwd tot een monotheïstisch stuk poëzie. Het moge duidelijk zijn dat de religieuze bewoners van Egypte deze hervormingen niet aanvaarden, de farao kwam op “vreemde” wijze aan zijn eind en zijn afbeeldingen werden overal verwijderd.
De enig andere, is het scheppingsverhaal welke in de eerste 2 hoofdstukken van Genesis voorkomt. Vergeleken met de hiervoor genoemde scheppingsverhalen, doet deze erg sober aan. Naast een opschrift bestaat bijna het gehele eerste hoofdstuk uit opsommingen hoe de wereld werd geschapen, met af en toe een opmerking dat het goed of zeer goed was, of met een nadere opdracht zoals “Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde”. Een naam van de Schepper wordt in het eerste hoofdstuk zelfs niet gegeven, er wordt alleen gesteld dat “Elohim” (God) de Schepper is.